Wat+ Hoeveelheid : 12gr. truffels (Dragon Dynamite uit Sluys)
Setting: kotkamer, samen met een goede vriend
Lengte van de trip: 5u
Voorgeschiedenis: Ik nam de truffels ’s avonds, nadat ik een hele dag doelbewust niets gegeten had. Het was de eerste keer dat ik truffels nam
Na een 20 tal minuutjes sloeg het effect toe. Het eerste wat er gebeurde was dat de vloer plots begon te golven. Nadien begon ook al de rest ‘tot leven te komen’. De plooien van het laken op het bed leken zich traag maar met grote bewegingen voort te planten. Wanneer ik rond me keek, ontdekte ik dat ook gewoon alles in de kamer tot leven leek te komen: kleuren werden enorm intens, alles kromp voortdurend in en rekte dan weer uit, waardoor alles leek te ademen. Verschillende objecten verplaatsten zich tegenover elkaar, waardoor alles in beweging leek te zijn. Ook de kleuren (en hun intensiteit) van alle voorwerpen in de kamer veranderden voortdurend. Enkele mappen in een rek veranderden in de meest zotte, felle kleuren. Wanneer ik de kamer als een geheel aanschouwde, leek het bed waarop ik zat, op te stijgen, en afstanden veranderden voortdurend. Ruimte werd verwarrend, maar aangenaam.
In een tweede fase begonnen de kleurpigmenten uit voorwerpen op te stijgen wanneer ik mij daar op focuste, en vormden ze boven het oppervlak van deze voorwerpen figuren. Ik zag niet echt concrete voorwerpen die ik kende, maar eerder 3 dimensionale patronen allerlei. Zeer complexe meetkundige structuren vormden zich in de lucht. Ze bestonden uit zeer kleine details van figuren die in heel de ruimte herhaald werden. Ronde vormen waren dominant, met soms symbolen in verwerkt die ik kende (sterren, hartjes, …). Ze hadden telkens dezelfde kleur als het voorwerp waaruit ze tot leven kwamen, maar dan steeds fletser: als een afkooksel van die kleur gemengd met lichtgrijs. Wanneer de patronen tot op zo’n 10-20 cm boven het oppervlak waren gestegen, werden ze vager en vlogen ze telkens langst mijn rechterzijde weg. Ik probeerde ze met mijn concentratie tegen te houden, maar dat maakte me misselijk. Me verzetten tegen het vervliegen gaf ik dus snel op. Naarmate de trip vorderde, werden deze patronen steeds duidelijker, groter en complexer. Soms vulden ze de hele kamer alvorens weg te ebben. Uiteindelijk begonnen sommige voorwerpen heel traag rond hun eigen as te draaien. Zo ook werd de gangvloer (die bestond uit vierkanten) een reeks van kubussen, die langzaam rond hun eigen as draaiden.
In een derde fase sloot ik telkens mijn ogen, om dan zeer duidelijke beelden voor me te zien, zodat ik vaak vergat dat ik mijn ogen toe hield. Telkens wanneer ik mijn ogen sloot, kwam ik in een andere wereld terecht. Wanneer ik mijn ogen opende, hing er telkens en andere sfeer in de kamer rond. Tijdens dat ik in die voor mij op dat moment andere werelden bevond, sprak ik soms tegen mijn vriend. Hij was voor mij geen mens meer, maar een stem met een persoonlijkheid van wie ik altijd wist dat hij bestond, en er was, maar nooit in mijn andere wereld te zien was. Zijn geest werd losgekoppeld van zijn lichaam. De tripervaring werd zo intens, dat ik op sommige momenten plots voelde hoe tranen van mijn wangen stroomden; maar ik was niet ongelukkig. Het was een uiting van een sterk gevoelen, maar niet van verdriet.
Laat me even twee werelden beschrijven die me nog het best bij blijven. De eerste was een soort van kamer waar verschillende concentrische cirkels telkens in een andere richting draaiden. Ik keek in de kamer door een gat in het plafond. In de van binnen te tellen 2e cirkel zaten een vijftal personages die heel boeddhistisch aandeden. Ze zaten rustig op hun stoelen, te staren naar de binnenste cirkel. Rond hen, in de buitenste kringen, vormden zich taferelen met allerlei Oosterse figuren. Wat niet in het plaatje paste, waren de talrijke kruisen die in de patronen verwerkt waren. Opvallend was het veelvuldige gebruik van bladgoud, waardoor het geheel een zeer religieus aandoen kreeg. Maar belangrijker dan hoe de kamer eruit zag, is wat ik voelde op dat moment. Dit, in de kamer die ik zag, was alles wat echt bestond. Ik was ervan overtuigd dat dat zijn betekent. De rest was niet echt, enkel die personages waren dat. Zij overstegen tijd en ruimte, want zij waren. Iedereen in de werelden daar rond waren subjecten van tijd en ruimte, ze waren eraan onderworpen. Deze figuren waren dus zoiets als wat men goden zou kunnen noemen: zij waren superieur, stonden boven alles en waren de enigen die konden zijn. Het lijkt allemaal heel vreemd als je je dit wil voorstellen als nuchter persoon, maar op dat moment was alles zo logisch: alles paste als een puzzel in elkaar. Nu ben ik ervan overtuigd dat bijna elke religie gebaseerd is op mensen die even hard aan het trippen waren.
De tweede wereld die ik me nog goed herinner, was een plaats waar ruimte heerste over tijd. De tijd was er dus een onderdaan van. Ik zweefde in een traphal en bleef op dezelfde plaats hangen. De verschillende verdiepen waar de trap langst leidde, versprongen voortdurend, in felle kleuren, langst me voorbij in verticale zin. Maar zij bewogen, niet ik. Ze bewogen zo snel dat ik ze niet kon bijhouden, niet kon vatten. Zo was de ruimte de tijd te slim af. Want tijd was niet iets absoluut, maar de snelheid waarmee mijn hersenen dingen konden waarnemen, verwerken. Ik had dus geen tijd.
Uiteindelijk werd het enorm verwarrend: ik kende het verschil tussen tijd en ruimte niet meer. Dit bereikte zijn toppunt wanneer ik met mijn vriend doorheen de gangen van zijn studentenhuis liep. Ik begon met naast hem te stappen en was ervan overtuigd dat ik naast hem bleef stappen, en even snel stapte, maar ik observeerde dat hij enkele meters voorop liep. In mijn geest liep ik naast hem, en was ik in de absolute wereld achterop omdat zijn tijd gewoon sneller liep. Hij ervaarde en verwerkte alle prikkels sneller, dus zijn tijd was sneller. Wanneer ik dan het gevoel had naar achter getrokken te worden, had ik het gevoel dat de tijd me naar achter wou sleuren. De tijd was dus ruimtelijk geworden, en hielp me tegen om sneller te stappen in de absolute tijd in deze gangen.
Het meest bevreemdende in heel deze trip, was dat ik op sommige momenten niet wist wie de trip beleefde: ik was niet ik meer, maar een deel ervan. Het leek alsof mijn persoonlijkheid -wie ik in een nuchtere situatie ben- in 2 delen werd gesplitst: 1 deel wist nog alles, kon zonder enige problemen normale conversaties aangaan en behield een volledige rationaliteit, in zover mijn ware nuchtere persoonlijkheid als rationeel is te bestempelen. Een mooi voorbeeld daarvan is dat dat deel van mijn persoonlijkheid in de boeddhistische kamer wist -in de mate dat dat mijn overtuigingen als nuchter persoon zijn- dat er niets bestaat zoals het goddelijke. Een ander deel van mij beleefde de trip volledig, en had een volledig andere notie van de tijd en de ruimte, zoals eerder beschreven. Ik beleefde vooral deze tweede persoon (zeker tijdens de hevigste momenten van mijn trip), en werd pas iets meer de eerste -de echte ik dus- wanneer een uitwendige prikkel dat van mij vereiste. Bijvoorbeeld mijn vriend die tegen me sprak, een meisje dat ik tegenkwam bij het toilet, een zakdoekje dat ik nodig had, … Maar anders dan verwacht vond ik dat niet storend, deze verwisseling van persoonlijkheden, nog het af en toe nuchter denken/ handelen/ praten. Ik was tevreden met deze tweesplitsing, ik was in rust. Soms was ik enorm verward omdat ik niet begreep wie de trip nu beleefde, maar toch vond ik een tevredenheid terug in die verwarring, het anders ervaren. Het was een vredige verwarring: niets kon mij meer slecht doen voelen had ik het idee. Het enige wat me een beetje bang maakte -maar ook weer niet angstig- was dat ik ooit uit de trip zou geraken. Ik wilde in de trip blijven hangen, hier blijven.
Uiteindelijk begon alles minder bevreemdend aan te voelen, ik begon alle beter te begrijpen. Toen ik op bed ging liggen, besloot ik uiteindelijk om rustig te luisteren naar de muziek. Mijn vriend zorgde voor de muziek, en zette de meest bevreemdende muziek op, afgewisseld door hevige klassieke muziek en tal van andere genres. Ik begon, wanneer ik mijn ogen sloot, de muziek te zien. Verschillende beelden bewogen op de muziek. Uiteindelijk, wanneer ik volledig opging in de muziek, begonnen klank en beeld met elkaar te spelen; ik kende het verschil soms niet meer. Dit was een prachtige ervaring. Ik aanschouwde twee kunstzinnige dingen als zijnde 1.
Uiteindelijk kwam ik, 4u later, zachtjes aan uit mijn trip. In het begin wist ik niet goed of ik er nu aan het uitkomen was, of dat ik alles zo gewoon werd, dat bewegende beelden, … gewoon minder mijn aandacht trokken dan ervoor. Heel zachtjes aan bleek telkens duidelijker dat de trip minder intens werd. Mijn echte ik trad steeds meer op de voorgrond, tot er uiteindelijk van heel dit schitterend avontuur niets meer overbleef dan een nuchtere ik in een kamer die enorm had genoten van een fantastische trip, en daar veel uit geleerd heeft. Een aanrader voor eenieder die de wereld –en zichzelf- eens op een hele andere manier wil aanschouwen.
Setting: kotkamer, samen met een goede vriend
Lengte van de trip: 5u
Voorgeschiedenis: Ik nam de truffels ’s avonds, nadat ik een hele dag doelbewust niets gegeten had. Het was de eerste keer dat ik truffels nam
Na een 20 tal minuutjes sloeg het effect toe. Het eerste wat er gebeurde was dat de vloer plots begon te golven. Nadien begon ook al de rest ‘tot leven te komen’. De plooien van het laken op het bed leken zich traag maar met grote bewegingen voort te planten. Wanneer ik rond me keek, ontdekte ik dat ook gewoon alles in de kamer tot leven leek te komen: kleuren werden enorm intens, alles kromp voortdurend in en rekte dan weer uit, waardoor alles leek te ademen. Verschillende objecten verplaatsten zich tegenover elkaar, waardoor alles in beweging leek te zijn. Ook de kleuren (en hun intensiteit) van alle voorwerpen in de kamer veranderden voortdurend. Enkele mappen in een rek veranderden in de meest zotte, felle kleuren. Wanneer ik de kamer als een geheel aanschouwde, leek het bed waarop ik zat, op te stijgen, en afstanden veranderden voortdurend. Ruimte werd verwarrend, maar aangenaam.
In een tweede fase begonnen de kleurpigmenten uit voorwerpen op te stijgen wanneer ik mij daar op focuste, en vormden ze boven het oppervlak van deze voorwerpen figuren. Ik zag niet echt concrete voorwerpen die ik kende, maar eerder 3 dimensionale patronen allerlei. Zeer complexe meetkundige structuren vormden zich in de lucht. Ze bestonden uit zeer kleine details van figuren die in heel de ruimte herhaald werden. Ronde vormen waren dominant, met soms symbolen in verwerkt die ik kende (sterren, hartjes, …). Ze hadden telkens dezelfde kleur als het voorwerp waaruit ze tot leven kwamen, maar dan steeds fletser: als een afkooksel van die kleur gemengd met lichtgrijs. Wanneer de patronen tot op zo’n 10-20 cm boven het oppervlak waren gestegen, werden ze vager en vlogen ze telkens langst mijn rechterzijde weg. Ik probeerde ze met mijn concentratie tegen te houden, maar dat maakte me misselijk. Me verzetten tegen het vervliegen gaf ik dus snel op. Naarmate de trip vorderde, werden deze patronen steeds duidelijker, groter en complexer. Soms vulden ze de hele kamer alvorens weg te ebben. Uiteindelijk begonnen sommige voorwerpen heel traag rond hun eigen as te draaien. Zo ook werd de gangvloer (die bestond uit vierkanten) een reeks van kubussen, die langzaam rond hun eigen as draaiden.
In een derde fase sloot ik telkens mijn ogen, om dan zeer duidelijke beelden voor me te zien, zodat ik vaak vergat dat ik mijn ogen toe hield. Telkens wanneer ik mijn ogen sloot, kwam ik in een andere wereld terecht. Wanneer ik mijn ogen opende, hing er telkens en andere sfeer in de kamer rond. Tijdens dat ik in die voor mij op dat moment andere werelden bevond, sprak ik soms tegen mijn vriend. Hij was voor mij geen mens meer, maar een stem met een persoonlijkheid van wie ik altijd wist dat hij bestond, en er was, maar nooit in mijn andere wereld te zien was. Zijn geest werd losgekoppeld van zijn lichaam. De tripervaring werd zo intens, dat ik op sommige momenten plots voelde hoe tranen van mijn wangen stroomden; maar ik was niet ongelukkig. Het was een uiting van een sterk gevoelen, maar niet van verdriet.
Laat me even twee werelden beschrijven die me nog het best bij blijven. De eerste was een soort van kamer waar verschillende concentrische cirkels telkens in een andere richting draaiden. Ik keek in de kamer door een gat in het plafond. In de van binnen te tellen 2e cirkel zaten een vijftal personages die heel boeddhistisch aandeden. Ze zaten rustig op hun stoelen, te staren naar de binnenste cirkel. Rond hen, in de buitenste kringen, vormden zich taferelen met allerlei Oosterse figuren. Wat niet in het plaatje paste, waren de talrijke kruisen die in de patronen verwerkt waren. Opvallend was het veelvuldige gebruik van bladgoud, waardoor het geheel een zeer religieus aandoen kreeg. Maar belangrijker dan hoe de kamer eruit zag, is wat ik voelde op dat moment. Dit, in de kamer die ik zag, was alles wat echt bestond. Ik was ervan overtuigd dat dat zijn betekent. De rest was niet echt, enkel die personages waren dat. Zij overstegen tijd en ruimte, want zij waren. Iedereen in de werelden daar rond waren subjecten van tijd en ruimte, ze waren eraan onderworpen. Deze figuren waren dus zoiets als wat men goden zou kunnen noemen: zij waren superieur, stonden boven alles en waren de enigen die konden zijn. Het lijkt allemaal heel vreemd als je je dit wil voorstellen als nuchter persoon, maar op dat moment was alles zo logisch: alles paste als een puzzel in elkaar. Nu ben ik ervan overtuigd dat bijna elke religie gebaseerd is op mensen die even hard aan het trippen waren.
De tweede wereld die ik me nog goed herinner, was een plaats waar ruimte heerste over tijd. De tijd was er dus een onderdaan van. Ik zweefde in een traphal en bleef op dezelfde plaats hangen. De verschillende verdiepen waar de trap langst leidde, versprongen voortdurend, in felle kleuren, langst me voorbij in verticale zin. Maar zij bewogen, niet ik. Ze bewogen zo snel dat ik ze niet kon bijhouden, niet kon vatten. Zo was de ruimte de tijd te slim af. Want tijd was niet iets absoluut, maar de snelheid waarmee mijn hersenen dingen konden waarnemen, verwerken. Ik had dus geen tijd.
Uiteindelijk werd het enorm verwarrend: ik kende het verschil tussen tijd en ruimte niet meer. Dit bereikte zijn toppunt wanneer ik met mijn vriend doorheen de gangen van zijn studentenhuis liep. Ik begon met naast hem te stappen en was ervan overtuigd dat ik naast hem bleef stappen, en even snel stapte, maar ik observeerde dat hij enkele meters voorop liep. In mijn geest liep ik naast hem, en was ik in de absolute wereld achterop omdat zijn tijd gewoon sneller liep. Hij ervaarde en verwerkte alle prikkels sneller, dus zijn tijd was sneller. Wanneer ik dan het gevoel had naar achter getrokken te worden, had ik het gevoel dat de tijd me naar achter wou sleuren. De tijd was dus ruimtelijk geworden, en hielp me tegen om sneller te stappen in de absolute tijd in deze gangen.
Het meest bevreemdende in heel deze trip, was dat ik op sommige momenten niet wist wie de trip beleefde: ik was niet ik meer, maar een deel ervan. Het leek alsof mijn persoonlijkheid -wie ik in een nuchtere situatie ben- in 2 delen werd gesplitst: 1 deel wist nog alles, kon zonder enige problemen normale conversaties aangaan en behield een volledige rationaliteit, in zover mijn ware nuchtere persoonlijkheid als rationeel is te bestempelen. Een mooi voorbeeld daarvan is dat dat deel van mijn persoonlijkheid in de boeddhistische kamer wist -in de mate dat dat mijn overtuigingen als nuchter persoon zijn- dat er niets bestaat zoals het goddelijke. Een ander deel van mij beleefde de trip volledig, en had een volledig andere notie van de tijd en de ruimte, zoals eerder beschreven. Ik beleefde vooral deze tweede persoon (zeker tijdens de hevigste momenten van mijn trip), en werd pas iets meer de eerste -de echte ik dus- wanneer een uitwendige prikkel dat van mij vereiste. Bijvoorbeeld mijn vriend die tegen me sprak, een meisje dat ik tegenkwam bij het toilet, een zakdoekje dat ik nodig had, … Maar anders dan verwacht vond ik dat niet storend, deze verwisseling van persoonlijkheden, nog het af en toe nuchter denken/ handelen/ praten. Ik was tevreden met deze tweesplitsing, ik was in rust. Soms was ik enorm verward omdat ik niet begreep wie de trip nu beleefde, maar toch vond ik een tevredenheid terug in die verwarring, het anders ervaren. Het was een vredige verwarring: niets kon mij meer slecht doen voelen had ik het idee. Het enige wat me een beetje bang maakte -maar ook weer niet angstig- was dat ik ooit uit de trip zou geraken. Ik wilde in de trip blijven hangen, hier blijven.
Uiteindelijk begon alles minder bevreemdend aan te voelen, ik begon alle beter te begrijpen. Toen ik op bed ging liggen, besloot ik uiteindelijk om rustig te luisteren naar de muziek. Mijn vriend zorgde voor de muziek, en zette de meest bevreemdende muziek op, afgewisseld door hevige klassieke muziek en tal van andere genres. Ik begon, wanneer ik mijn ogen sloot, de muziek te zien. Verschillende beelden bewogen op de muziek. Uiteindelijk, wanneer ik volledig opging in de muziek, begonnen klank en beeld met elkaar te spelen; ik kende het verschil soms niet meer. Dit was een prachtige ervaring. Ik aanschouwde twee kunstzinnige dingen als zijnde 1.
Uiteindelijk kwam ik, 4u later, zachtjes aan uit mijn trip. In het begin wist ik niet goed of ik er nu aan het uitkomen was, of dat ik alles zo gewoon werd, dat bewegende beelden, … gewoon minder mijn aandacht trokken dan ervoor. Heel zachtjes aan bleek telkens duidelijker dat de trip minder intens werd. Mijn echte ik trad steeds meer op de voorgrond, tot er uiteindelijk van heel dit schitterend avontuur niets meer overbleef dan een nuchtere ik in een kamer die enorm had genoten van een fantastische trip, en daar veel uit geleerd heeft. Een aanrader voor eenieder die de wereld –en zichzelf- eens op een hele andere manier wil aanschouwen.