50x extract-setting: 's avonds met een vriend van me die tripsitter speelde, in een rustige kamer na een saunabezoek.
Tijdens mijn eerste trip bevond ik me op mijn bed. Ik ademde diep in, maar inhaleerde niet goed, waardoor de trip niet uiterst intens was. Plots voelde het alsof er op verschillende punten in mijn lichaam touwen werden vastgehecht, die dan allen naar dezelfde kant trokken. Voor me werden drie blauwe objecten die op totaal verschillende plaatsen stonden ineens verweven tot 1 geheel: het realiteitsgetrouwe 3D gevoel was grotendeels weg, en de blauwe objecten vormden samen 1 plak in de ruimte. Plots werd ik achteruit getrokken, lag ik op mijn rug op het bed en moest ik maniakaal hard lachen. Wat ik ook deed, het luide en kille lachen stopte maar niet. Er was niets grappigs aan de hand, maar toch kon ik mezelf niet bedwingen. Ik dacht nog onder het lachen door dat mijn tripsitter wel erg verveeld moest zijn: mij zo zien lachen en zelf niets grappig vinden omdat hij nuchter was. Ik kon dat ook nog luidop mompelen tegen hem.
Ik had een poncho aan, die ik blijkbaar over mijn hoofd heb getrokken. Ik herinner me dat totaal niet meer en dacht dat ... eigenlijk dacht ik niet veel! De stof en ik werden 1 plaat. De vezels en mijn gezicht werden 1 geheel, waar ik dan ook nog eens ongecontroleerd op begon te kwijlen. Daarna zat ik pas echt in de trip en zag ik een wereld gemaakt uit kartonachtige structuren. Ik had het gevoel me te bevinden in een stereotiepe, rijke, Amerikaanse wijk met nette tuintjes, en wist dat er een hockeymatch aan de gang was. Ik zag de pucks en de ventjes, maar geen wedstrijd. Toch voelde ik deze heel sterk aan. Vreemd, toch? Ik riep heel de tijd luidop: "What the fuck, ik zit in een hockey match." Dit herinner ik me nog, maar achteraf vertelde mijn vriend me dat ik nog talloze andere dingen had gebrabbeld.
De tweede keer dat ik Salvia nam was, was zo'n 10 minuten later, comfortabel zittend in mijn zetel. Ik inhaleerde enorm weinig, waardoor ik heel traag alles op gang voelde komen. Eigenlijk vond ik dat best wel leuk, want zo voelde ik alles op spannende wijze opkomen. Na enkele minuutjes besloot ik om wat meer te nemen, en dat kwam hard aan. Eerst voelde ik een soort van energieschok door mijn lichaam gaan, die in mijn bloed leek te zitten en dus met mijn bloed mee circuleerde in mijn aderen. Steeds ging de schok sneller door mijn lichaam, waardoor er uiteindelijk een bijna onverdraagbaar snel gedreun doorheen al mijn ledematen plaatsvond. Plots leek het alsof ik in repen (lees: kartonnen lapjes) uiteen viel. Ik leunde naar voren en ondersteunde mijn gezicht met mijn handen, waardoor ik niets meer rond me zag.
Toen volgde echter een groots spektakel. Nu ontpopte zich weer een wereld uit karton, maar niet louter in 2D. Stel je voor dat je allemaal ventjes en voorwerpen knipt uit karton, en die dan allemaal driedimensionaal ordent in een schoendoos: dan krijg je een idee hoe mijn wereld er op dat moment uit zag.
In de eerste schoendoos vond een zwemwedstrijd plaats. Alle ventjes stonden klaar op de springplanken om het water in te duiken. Dat leek een tiental seconden te duren, maar mijn tijdsgevoel was volledig weg. Wie weet zat ik daar wel een minuut of langer, geen idee... . Op een rustige manier klapte heel de kartonnen wereld in elkaar, en uit hetzelfde karton herrezen nieuwe figuurtjes en attributen. En: jaja, we zaten in een balletstudio! Deze veranderde uiteindelijk in een fotografiezaal. Telkens wanneer een nieuwe schoendoos zich ontplooide en werd gevuld met figuren, zag ik deze vrij duidelijk. Maar het meest intrigerende was de kleurenwaas die erover heen hing: alles had telkens dezelfde bruine en roodachtige tinten. Ook voelde ik telkens vrij intense sferen die in deze schoendozen hingen: die van een zwembad, balletzaal en fotografiezaal. Zelf aanschouwde ik alles als een derde persoon, die zowat bovenaan in de schoendoos (die overigens vaak geen deksel had) rond zweefde. Ik had geen besef meer van mijn lichaam, ik wist niet meer dat ook ik uit materiaal bestond: enkel mijn geest zweefde daar rond.
Uiteindelijk gleed de trip zachtjes aan weg. Ik opende af en toe mijn ogen, kon af en toe wat praten met mijn vriend, en ik kreeg terug een besef van het feit dat ik een lichaam had. Desondanks kon ik nog vanalles zien wanneer ik mijn ogen sloot. Geen totaal andere, kartonnen werelden meer met vreemde sferen, maar prachtige taferelen. Echt zeer vreemd, want deze fase voelde zo absoluut anders aan dat het leek alsof ik deze keer een trip beleefde door een totaal andere drugs. Ik zag complexe meetkundige figuren met zeer felle -maar niet onaangename- kleuren. Verschillende vlakken met verschillende patronen draaiden op elkaar, in beide richtingen. De figuren die zich ontpopten waren telkens tweedimensionaal, maar eveneens vrij complex. Ik herinner me nog een moment waarop prachtige zeemeerminachtige wezens met inspirerende kleuren in bepaalde patronen aan het zwemmen waren in een sproojesachtig meer, helemaal ingebed in een sprookjesachtig landschap. Dit kon ik nog lang aanhouden, dat 'taferelen' en 'patronen' zien wanneer ik mijn ogen sloot. Deze leken soms te bewegen en ook geïnspireerd te zijn door de muziek, al wist ik dat vaak niet zeker: ik kon niet altijd zien en luisteren tegelijk, alsof beiden afzonderlijk al genoeg energie vergden.
Na deze trip voelde ik nog een soort van waas die vrij vergelijkbaar is met je 'licht' voelen door alcohol, en daarbij was ik lichteuforisch. Het is alleszins een enorm indrukwekkende ervaring geweest, die ik graag nog eens herhaal. Het is echter wel een drugs waar je niet mee mag overdrijven denk ik. Daarmee bedoel ik niet in de hoeveelheid per keer, maar hoe vaak je het doet. Het is zeer intens, en het lijkt me zeer verwarrend als je dit vaak doet. Ook moet ik toegeven dat ik op het moment dat ik uit mijn laatste, echte trip kwam, alle moed bij elkaar moest rapen om het niet nog eens te doen. Hoe ik me voelde onder invloed van Salvia , voelde op dat moment zo vredevol en juist, dat ik echt niet wilde stoppen. Ik wilde niet terug naar de realiteit, die lelijke, lelijke realiteit.
Tijdens mijn eerste trip bevond ik me op mijn bed. Ik ademde diep in, maar inhaleerde niet goed, waardoor de trip niet uiterst intens was. Plots voelde het alsof er op verschillende punten in mijn lichaam touwen werden vastgehecht, die dan allen naar dezelfde kant trokken. Voor me werden drie blauwe objecten die op totaal verschillende plaatsen stonden ineens verweven tot 1 geheel: het realiteitsgetrouwe 3D gevoel was grotendeels weg, en de blauwe objecten vormden samen 1 plak in de ruimte. Plots werd ik achteruit getrokken, lag ik op mijn rug op het bed en moest ik maniakaal hard lachen. Wat ik ook deed, het luide en kille lachen stopte maar niet. Er was niets grappigs aan de hand, maar toch kon ik mezelf niet bedwingen. Ik dacht nog onder het lachen door dat mijn tripsitter wel erg verveeld moest zijn: mij zo zien lachen en zelf niets grappig vinden omdat hij nuchter was. Ik kon dat ook nog luidop mompelen tegen hem.
Ik had een poncho aan, die ik blijkbaar over mijn hoofd heb getrokken. Ik herinner me dat totaal niet meer en dacht dat ... eigenlijk dacht ik niet veel! De stof en ik werden 1 plaat. De vezels en mijn gezicht werden 1 geheel, waar ik dan ook nog eens ongecontroleerd op begon te kwijlen. Daarna zat ik pas echt in de trip en zag ik een wereld gemaakt uit kartonachtige structuren. Ik had het gevoel me te bevinden in een stereotiepe, rijke, Amerikaanse wijk met nette tuintjes, en wist dat er een hockeymatch aan de gang was. Ik zag de pucks en de ventjes, maar geen wedstrijd. Toch voelde ik deze heel sterk aan. Vreemd, toch? Ik riep heel de tijd luidop: "What the fuck, ik zit in een hockey match." Dit herinner ik me nog, maar achteraf vertelde mijn vriend me dat ik nog talloze andere dingen had gebrabbeld.
De tweede keer dat ik Salvia nam was, was zo'n 10 minuten later, comfortabel zittend in mijn zetel. Ik inhaleerde enorm weinig, waardoor ik heel traag alles op gang voelde komen. Eigenlijk vond ik dat best wel leuk, want zo voelde ik alles op spannende wijze opkomen. Na enkele minuutjes besloot ik om wat meer te nemen, en dat kwam hard aan. Eerst voelde ik een soort van energieschok door mijn lichaam gaan, die in mijn bloed leek te zitten en dus met mijn bloed mee circuleerde in mijn aderen. Steeds ging de schok sneller door mijn lichaam, waardoor er uiteindelijk een bijna onverdraagbaar snel gedreun doorheen al mijn ledematen plaatsvond. Plots leek het alsof ik in repen (lees: kartonnen lapjes) uiteen viel. Ik leunde naar voren en ondersteunde mijn gezicht met mijn handen, waardoor ik niets meer rond me zag.
Toen volgde echter een groots spektakel. Nu ontpopte zich weer een wereld uit karton, maar niet louter in 2D. Stel je voor dat je allemaal ventjes en voorwerpen knipt uit karton, en die dan allemaal driedimensionaal ordent in een schoendoos: dan krijg je een idee hoe mijn wereld er op dat moment uit zag.
In de eerste schoendoos vond een zwemwedstrijd plaats. Alle ventjes stonden klaar op de springplanken om het water in te duiken. Dat leek een tiental seconden te duren, maar mijn tijdsgevoel was volledig weg. Wie weet zat ik daar wel een minuut of langer, geen idee... . Op een rustige manier klapte heel de kartonnen wereld in elkaar, en uit hetzelfde karton herrezen nieuwe figuurtjes en attributen. En: jaja, we zaten in een balletstudio! Deze veranderde uiteindelijk in een fotografiezaal. Telkens wanneer een nieuwe schoendoos zich ontplooide en werd gevuld met figuren, zag ik deze vrij duidelijk. Maar het meest intrigerende was de kleurenwaas die erover heen hing: alles had telkens dezelfde bruine en roodachtige tinten. Ook voelde ik telkens vrij intense sferen die in deze schoendozen hingen: die van een zwembad, balletzaal en fotografiezaal. Zelf aanschouwde ik alles als een derde persoon, die zowat bovenaan in de schoendoos (die overigens vaak geen deksel had) rond zweefde. Ik had geen besef meer van mijn lichaam, ik wist niet meer dat ook ik uit materiaal bestond: enkel mijn geest zweefde daar rond.
Uiteindelijk gleed de trip zachtjes aan weg. Ik opende af en toe mijn ogen, kon af en toe wat praten met mijn vriend, en ik kreeg terug een besef van het feit dat ik een lichaam had. Desondanks kon ik nog vanalles zien wanneer ik mijn ogen sloot. Geen totaal andere, kartonnen werelden meer met vreemde sferen, maar prachtige taferelen. Echt zeer vreemd, want deze fase voelde zo absoluut anders aan dat het leek alsof ik deze keer een trip beleefde door een totaal andere drugs. Ik zag complexe meetkundige figuren met zeer felle -maar niet onaangename- kleuren. Verschillende vlakken met verschillende patronen draaiden op elkaar, in beide richtingen. De figuren die zich ontpopten waren telkens tweedimensionaal, maar eveneens vrij complex. Ik herinner me nog een moment waarop prachtige zeemeerminachtige wezens met inspirerende kleuren in bepaalde patronen aan het zwemmen waren in een sproojesachtig meer, helemaal ingebed in een sprookjesachtig landschap. Dit kon ik nog lang aanhouden, dat 'taferelen' en 'patronen' zien wanneer ik mijn ogen sloot. Deze leken soms te bewegen en ook geïnspireerd te zijn door de muziek, al wist ik dat vaak niet zeker: ik kon niet altijd zien en luisteren tegelijk, alsof beiden afzonderlijk al genoeg energie vergden.
Na deze trip voelde ik nog een soort van waas die vrij vergelijkbaar is met je 'licht' voelen door alcohol, en daarbij was ik lichteuforisch. Het is alleszins een enorm indrukwekkende ervaring geweest, die ik graag nog eens herhaal. Het is echter wel een drugs waar je niet mee mag overdrijven denk ik. Daarmee bedoel ik niet in de hoeveelheid per keer, maar hoe vaak je het doet. Het is zeer intens, en het lijkt me zeer verwarrend als je dit vaak doet. Ook moet ik toegeven dat ik op het moment dat ik uit mijn laatste, echte trip kwam, alle moed bij elkaar moest rapen om het niet nog eens te doen. Hoe ik me voelde onder invloed van Salvia , voelde op dat moment zo vredevol en juist, dat ik echt niet wilde stoppen. Ik wilde niet terug naar de realiteit, die lelijke, lelijke realiteit.