Inleiding
Kijk eens op de Jellinek-site en deze.
Daar geven ze een uitleg met animatie over hoe ons centraal zenuwstelsel en onze hersenen werken én hoe drugs deze werking beïnvloeden.
Het is geen simpel verhaal natuurlijk maar als je echt een goede kijk wil op wat drugs doen en, waarom ze doen wat ze doen, moet je die basis toch mee hebben.
In ’t kort:
NEURONEN
Je kan ons Centraal ZenuwStelsel (CZS) en onze hersenen bekijken als een organische schakelkast van (ca. 100 miljard) zenuwcellen die elkaar boodschappen doorgeven. Je zou kunnen zeggen dat die verschillende cellen met elkaar communiceren via een soort chemische e-mails.
Er zijn cellen en boodschappen die instaan voor bewegen, zintuigen, praten, denken, gevoelens, honger, slaap, lichaamstemperatuur, … een complexe bedoening.
Schematisch ziet een neuron (hersencel) er ongeveer zo uit:
CELKERN: formuleert de boodschap.
AXON: stuurt de boodschap
DENDRIET: ontvangt de boodschap op een receptor
BOODSCHAP:chemische stof = neurotransmitter
HERSENEN : miljarden neuronen die met elkaar communiceren via de neurotransmitters
(lichaamseigen chemische boodschappers)
In de Axonuiteinden van het ene neuron ligt een neurotransmitter (een boodschap) opgeslagen, de celkern stuurt een elektrisch signaal via het axon, waardoor het axonuiteinde de neurotransmitter vrijgeeft. Op de dendrieten van het nabijgelegen neuron bevinden zich receptoren (ontvangers) waaraan de neurotransmitter zich bindt, bij een kritisch aantal bindingen wordt de volgende celkern gestimuleerd om een nieuwe elektrische impuls te geven en loopt de communicatie verder.
De neurotransmitter die zich aan de receptor heeft gebonden komt terug vrij en wordt via (heropname-) eiwitten terug door het axonuiteinde opgenomen, of afgebroken door andere eiwitten, de zgn. MAO’s (mono-amine oxydase).
Drugs verstoren de communicatie tussen de neuronen op één of meer van de volgende 5 manieren:
*
Neurotransmitteruitstoot wordt verhoogt of afgeremd.
*
De ‘drugsmolecule’ past ook op de receptoren, vervangt dus de neurotransmitter.
*
Door de ‘heropname’ van de neurotransmitter via het axonuiteinde te belemmeren.
*
Door lichaamseigen stoffen (MAO) die de neurotransmitter afbreken te blokkeren.
*
Door de aanmaak van nieuwe neurotransmitters af te remmen
NEUROTRANSMITTERS
Een aantal belangrijke lichaamseigen stoffen (vnl. neurotransmitters), wat ze doen en door welke drugs ze worden beïnvloed:
Serotonine:
Is een neurotransmitter die betrokken is bij een heel deel lichamelijke functies (o.a. slaap, stemming, zelfvertrouwen, eetlust, lichaamstemperatuur…). Een tekort aan serotonine kan depressie veroorzaken. XTC is bij uitstek de drug die ervoor zal zorgen dat de concentratie aan serotonine in de hersenen verhoogt. Enerzijds bevordert het de afgifte van serotonine en anderzijds belemmert het de heropname.
(Nor-)adrenaline:
Komt vrij bij de ‘fight or flight’ – reactie, werkt bloeddrukverhogend, hartslagversnellend, zet de longen open, verhoogt de lichaamstemperatuur, maakt je lichaam dus klaar om te vechten of te vluchten. De concentratie adrenaline in het lichaam verhoogt erg wanneer we schrikken, ons bedreigd voelen, woedend worden, … . Speed werkt zeer sterk in op (nor-) adrenaline. Afgifte van adrenaline wordt gestimuleerd, de heropname en de afbraak wordt belemmerd. (ook o.a. xtc en cocaïne hebben effect op adrenaline)
Dopamine:
Stimuleert het beloningscentrum in de hersenen waardoor je genot, geluk en bevrediging ervaart. Dopamine bevindt zich ook in de hersengebieden die betrokken zijn bij denkprocessen en geheugen. Het speelt verder een rol bij bewegingen. Cocaïne bevordert de afgifte van dopamine en remt de heropname, het werkt dus erg sterk in op het beloningscentrum van onze hersenen, dit verklaart mee de sterk verslavende werking van cocaïne.
Eigenlijk is men er steeds meer van overtuigd dat ‘dopamine’ (en het ‘beloningscentrum’ = het hersendeel met de grootste concentratie dopamine receptoren) heel belangrijk is in elk verslavingsproces.
GABA:
Heeft een rustgevend, verdovend effect. Het remt namelijk processen die andere neurotransmitters in gang zetten. Alcohol verhoogt de concentratie GABA en veroorzaakt zo zijn verdovende effect.
Anandamide:
Is ondermeer betrokken bij de geheugenfunctie, de coördinatie, hongergevoel en het evenwicht. Deze lichaamsfuncties liggen sterk verspreid over verschillende hersengebieden, in al deze gebieden liggen dus ook anandamide-receptoren.
THC (belangrijkste actief bestanddeel cannabis) imiteert de neurotransmitter anandamide. Dit verklaart mee de zeer diverse gewaarwordingen onder invloed van cannabis.
Endorfine:
Prikkelen het beloningscentrum en stillen pijn. Komen op natuurlijke wijze vrij bij hevige pijn. Heroïne wordt in het lichaam omgezet tot morfine en dit imiteert de werking van endorfine.
HERSENEN
Onze hersenen zijn verdeeld in verschillende gebieden, elk gespecialiseerd in een bepaalde functie. Geheugen, verwerken van zintuiglijke waarneming, impulscontrole, …. Elk hersengebied heeft zijn eigen specifieke samenstelling van neuronen en neurotransmitters.
DUS: de effecten van drugs hangen af van:
* De neurotransmitters die ze beïnvloeden
* De gebieden in de hersenen waar deze neurotransmitters (het meeste) voorkomen
* De functies die deze hersengebieden vervullen
BELONINGSCENTRUM
Dit is een belangrijk hersengebied, dopamine is hier de belangrijkste neurotransmitter.
Het beloningscentrum zorgt ervoor dat je een lekker gevoel krijgt als je aan een basisbehoefte (eten, drinken, sex, …) voldoet. Dit gedrag wordt door het lichaam ‘beloond’ met positieve gevoelens waardoor mensen dit gedrag zo vaak mogelijk zullen stellen.
(Een mens leert nu eenmaal best door beloning van gewenst gedrag.)
Drugs bootsen die natuurlijke prikkeling na.
bron
Kijk eens op de Jellinek-site en deze.
Daar geven ze een uitleg met animatie over hoe ons centraal zenuwstelsel en onze hersenen werken én hoe drugs deze werking beïnvloeden.
Het is geen simpel verhaal natuurlijk maar als je echt een goede kijk wil op wat drugs doen en, waarom ze doen wat ze doen, moet je die basis toch mee hebben.
In ’t kort:
NEURONEN
Je kan ons Centraal ZenuwStelsel (CZS) en onze hersenen bekijken als een organische schakelkast van (ca. 100 miljard) zenuwcellen die elkaar boodschappen doorgeven. Je zou kunnen zeggen dat die verschillende cellen met elkaar communiceren via een soort chemische e-mails.
Er zijn cellen en boodschappen die instaan voor bewegen, zintuigen, praten, denken, gevoelens, honger, slaap, lichaamstemperatuur, … een complexe bedoening.
Schematisch ziet een neuron (hersencel) er ongeveer zo uit:
CELKERN: formuleert de boodschap.
AXON: stuurt de boodschap
DENDRIET: ontvangt de boodschap op een receptor
BOODSCHAP:chemische stof = neurotransmitter
HERSENEN : miljarden neuronen die met elkaar communiceren via de neurotransmitters
(lichaamseigen chemische boodschappers)
In de Axonuiteinden van het ene neuron ligt een neurotransmitter (een boodschap) opgeslagen, de celkern stuurt een elektrisch signaal via het axon, waardoor het axonuiteinde de neurotransmitter vrijgeeft. Op de dendrieten van het nabijgelegen neuron bevinden zich receptoren (ontvangers) waaraan de neurotransmitter zich bindt, bij een kritisch aantal bindingen wordt de volgende celkern gestimuleerd om een nieuwe elektrische impuls te geven en loopt de communicatie verder.
De neurotransmitter die zich aan de receptor heeft gebonden komt terug vrij en wordt via (heropname-) eiwitten terug door het axonuiteinde opgenomen, of afgebroken door andere eiwitten, de zgn. MAO’s (mono-amine oxydase).
Drugs verstoren de communicatie tussen de neuronen op één of meer van de volgende 5 manieren:
*
Neurotransmitteruitstoot wordt verhoogt of afgeremd.
*
De ‘drugsmolecule’ past ook op de receptoren, vervangt dus de neurotransmitter.
*
Door de ‘heropname’ van de neurotransmitter via het axonuiteinde te belemmeren.
*
Door lichaamseigen stoffen (MAO) die de neurotransmitter afbreken te blokkeren.
*
Door de aanmaak van nieuwe neurotransmitters af te remmen
NEUROTRANSMITTERS
Een aantal belangrijke lichaamseigen stoffen (vnl. neurotransmitters), wat ze doen en door welke drugs ze worden beïnvloed:
Serotonine:
Is een neurotransmitter die betrokken is bij een heel deel lichamelijke functies (o.a. slaap, stemming, zelfvertrouwen, eetlust, lichaamstemperatuur…). Een tekort aan serotonine kan depressie veroorzaken. XTC is bij uitstek de drug die ervoor zal zorgen dat de concentratie aan serotonine in de hersenen verhoogt. Enerzijds bevordert het de afgifte van serotonine en anderzijds belemmert het de heropname.
(Nor-)adrenaline:
Komt vrij bij de ‘fight or flight’ – reactie, werkt bloeddrukverhogend, hartslagversnellend, zet de longen open, verhoogt de lichaamstemperatuur, maakt je lichaam dus klaar om te vechten of te vluchten. De concentratie adrenaline in het lichaam verhoogt erg wanneer we schrikken, ons bedreigd voelen, woedend worden, … . Speed werkt zeer sterk in op (nor-) adrenaline. Afgifte van adrenaline wordt gestimuleerd, de heropname en de afbraak wordt belemmerd. (ook o.a. xtc en cocaïne hebben effect op adrenaline)
Dopamine:
Stimuleert het beloningscentrum in de hersenen waardoor je genot, geluk en bevrediging ervaart. Dopamine bevindt zich ook in de hersengebieden die betrokken zijn bij denkprocessen en geheugen. Het speelt verder een rol bij bewegingen. Cocaïne bevordert de afgifte van dopamine en remt de heropname, het werkt dus erg sterk in op het beloningscentrum van onze hersenen, dit verklaart mee de sterk verslavende werking van cocaïne.
Eigenlijk is men er steeds meer van overtuigd dat ‘dopamine’ (en het ‘beloningscentrum’ = het hersendeel met de grootste concentratie dopamine receptoren) heel belangrijk is in elk verslavingsproces.
GABA:
Heeft een rustgevend, verdovend effect. Het remt namelijk processen die andere neurotransmitters in gang zetten. Alcohol verhoogt de concentratie GABA en veroorzaakt zo zijn verdovende effect.
Anandamide:
Is ondermeer betrokken bij de geheugenfunctie, de coördinatie, hongergevoel en het evenwicht. Deze lichaamsfuncties liggen sterk verspreid over verschillende hersengebieden, in al deze gebieden liggen dus ook anandamide-receptoren.
THC (belangrijkste actief bestanddeel cannabis) imiteert de neurotransmitter anandamide. Dit verklaart mee de zeer diverse gewaarwordingen onder invloed van cannabis.
Endorfine:
Prikkelen het beloningscentrum en stillen pijn. Komen op natuurlijke wijze vrij bij hevige pijn. Heroïne wordt in het lichaam omgezet tot morfine en dit imiteert de werking van endorfine.
HERSENEN
Onze hersenen zijn verdeeld in verschillende gebieden, elk gespecialiseerd in een bepaalde functie. Geheugen, verwerken van zintuiglijke waarneming, impulscontrole, …. Elk hersengebied heeft zijn eigen specifieke samenstelling van neuronen en neurotransmitters.
DUS: de effecten van drugs hangen af van:
* De neurotransmitters die ze beïnvloeden
* De gebieden in de hersenen waar deze neurotransmitters (het meeste) voorkomen
* De functies die deze hersengebieden vervullen
BELONINGSCENTRUM
Dit is een belangrijk hersengebied, dopamine is hier de belangrijkste neurotransmitter.
Het beloningscentrum zorgt ervoor dat je een lekker gevoel krijgt als je aan een basisbehoefte (eten, drinken, sex, …) voldoet. Dit gedrag wordt door het lichaam ‘beloond’ met positieve gevoelens waardoor mensen dit gedrag zo vaak mogelijk zullen stellen.
(Een mens leert nu eenmaal best door beloning van gewenst gedrag.)
Drugs bootsen die natuurlijke prikkeling na.
bron




