• Hey, waar zijn de Tripreports van de Maand gebleven?

    Ben je de Tripreports van de Maand en andere toptripreports kwijt? Deze hebben we onlangs verzameld in een eigen subforum, getiteld Tripreport Toppers. In dit subforum staan alle toppers in chronologische volgorde verzameld. Lekker makkelijk terugzoeken!

Waar is de lijn?

mrflame

Belezen gebruiker
Tripreporter
Waar is de lijn?

De ochtendzon straalt. We lijken te lopen. Niets begeleidt ons. Ik kijk om mij heen, ik snuif de heerlijke geur van nat gras en opgedroogd bier op. De ochtendmist zorgt er voor dat de andere weinige mensen amper te zien zijn. Ik stop, ik loop te snel, dus ik draai me om. Een grote fles met een donkere substantie wordt onder mijn neus geduwd, ik ruik, de geur reikt via mijn innerlijke verbindingen mijn maag. Ik kokhals. Baco, warme Baco welteverstaan. Ik wuif de fles weg en wil weer verder lopen. Mijn geest en ik zijn eensgezind, maar mijn lichaam blijkt een afvallige te zijn. Mijn benen schoppen zichzelf vooruit, waardoor ik het gevoel heb in een kruiwagen te zitten. Ik kijk naar rechts. Ik zie hem lachend naar me kijken. Ik ken hem pas een paar dagen. Maar op dit moment lijk ik hem al jaren te kennen. Duwt hij me voort? Ik weet dat hij op geen manier fysiek contact met me maakt, maar hij leidt me wel verder. Zoals we dat al vaker deden. Samen. Samen tot het bittere eind.

Hoe, wie, wat, waar?

Drugs: Alcohol, N2O, Hasj, Amfetamine, MDMA, XTC en Ketamine
Personen: Ik kon ze niet tellen (20 personen of meer)
Sitter(s): Ik voelde mijzelf een sitter
Locatie: Lowlands. Op verschillende plekken variërend van: ons tentenkamp naar het terrein naar andere campings en naar de 24 uurs tent.
Muziek: Techno, Dubstep, Polka, Nederlandstalig, Metal en Rock
Ervaring: Eén keer met amfetamine, meerdere keren met MDMA, XTC n N20 en drie keer eerder met Ketamine.

Waarom deze combinatie voor mij?

Ik wilde mijn periode van drugsgebruik op een feestelijke manier afsluiten. En hoe kan dat beter dan op Lowlands met heel veel mede-psychonauten? Zoals voor vele bekend: het festival duurt 3 dagen. Vrijdag, zaterdag en zondag. Dit betekent dat je vanaf donderdag de camping al op mag. Dus je voelt hem al aankomen, dat is dus elke nacht naar de algemeen bekende KLOTE!

Ik ging bij mijzelf te rade: hoe zou ik dit kunnen overleven? Hoe zou ik vier nachten kunnen overleven? Met deze gedachte had ik inkopen gedaan en een planning gemaakt. De eerste nacht zou ik alleen maar drinken en niet te laat slapen. De tweede nacht zou ik een beetje pep gebruiken om gewoon lekker te feesten. De derde nacht zouden we collectief XTC gebruiken en het voornamelijk gezellig maken bij de tent. En de laatste avond zou ik gewoon rustig aan doen, zodat ik de volgende ochtend lekker fris weer naar huis kan. Klinkt als een oké plan niet? Inderdaad en elk plan is er om te mislukken. Mission failed! Maar ik heb het wel naar mijn zin gehad en dat was eigenlijk mijn uiteindelijke doel. Mission accomplished! Tsja, het is maar hoe je het bekijkt.

Dag 1: De dronkaard stort ten aard (alcohol)

Zout water sijpelt van mijn voorhoofd via mijn neus naar mijn mond. Ik proef het warme vocht met mijn lippen. Het zal de dorst niet lessen, ik ben me hiervan bewust, maar deze doelloze actie lijkt ontstaan te zijn uit pure verveling. Ik wacht. Ik wacht al zeker vier uur met de ingang in zicht. Ik ben er bijna van overtuigd dat ik de befaamde brug naar de camping aan kan raken, maar toch duurt het nog zo lang.
Vier uur geleden zaten we nog op onze tassen in de warme middagzon en twee uur geleden zijn we gaan staan om deze verdomde rij te vormen. Ik kan de plek zelfs nog aanwijzen waar we twee uur geleden nog gezeten hebben. Verdomme. Ik zucht en wrijf het zweet op mijn voorhoofd, en hopelijk daarmee de last, van mij af. Vervolgens zet ik het blikje aan mijn mond. Zoals verwacht proeft mijn bier hetzelfde zoals mijn blikje aanvoelt, lauwwarm. Ondanks dat is dit al mijn vierde, vijfde of zesde biertje. Mijn hoofd voelt wat licht aan. Maar de rij begint opeens te bewegen, waardoor ik bijna bij de ingang ben. De, naar horen zeggen, beruchte festival ingang. Het zweet staat weer op mijn rug.

Geen tascontrole, ben niet gefouilleerd, ben niet gestript en er was ook geen sprake van een rectaal onderzoek. Zoals verwacht kreeg ik gewoon een gezellige groet, een bandje en een superluxe ‘trashbag’ (ook wel, vuilniszak) mee de camping op. De bekende brug was ook makkelijk getrotseerd, doordat ik alleen maar een backpack en een klein tasje bij me had. Maar ondanks dat heb ik zeker tien minuten het schouwspel van steunende, scheldende en uitgeputte mensjes aanschouwt. Sommige leken hun hele inboedel op een steekkar mee te hebben genomen. En ik vind dat, als een lekker vervelende klootzak, natuurlijk erg vermakelijk om te zien. Dankjulliewel!
Sorry, ik dwaal af. Ik was voorbij de brug en moest dus op zoek naar een camping. We zagen dat op camping vier nog wel wat vrije plekjes waren, dus we schrapte de beoogde camping drie van ons lijstje. Tassen neer, tent op, stoel uit en een lekker koud biertje open. Daar zit ik dan, onder de partytent op het plein van ons gezellige tentendorpje. De geur van brandend kool zorgt er voor dat ik opeens ga letten op de signalen die mijn lichaam maakt om met mij te communiceren. Ik heb honger. Ik heb sinds vanochtend niets meer gegeten en dat maakt me moe.

Zip, zip, boink, zip, hop, zip, zip, fuck. Iedereen lacht en ik kan wel huilen. Wat een verschrikkelijk drankspelletje. Voor diegene die niet weten wat het is: wees gezegend. Ik graai in de trukentas van meneer Karel (niet zijn echte naam). Ik pak er een halve liter fles uit met een donkere substantie. Dit zal wel weer heel erg vies gaan worden. En ja hoor, terwijl ik de warme gloed door mijn keel naar beneden voel branden, schreeuw ik het uit. ‘BAH! BAH! BAH! Drinken mensen dit voor hun plezier?’ vraag ik verontwaardigd. Mijn vraag wordt enkel beantwoord met gelach. Ik kan dit straks echt niet meer. Ik wil niet op de grond eindigen, of in de goot met pis. Mijn prefrontale cortex werkt op volle toeren. Wat is verstandig? Ik moet nog drie nachten, waarvan twee (hoogstwaarschijnlijk) van god los. Ik kijk op mijn horloge, het is twaalf uur. Ik moet nu beslissen, het spelletje gaat door, ik ben bijna aan de beurt. Het is nu of nooit. Ik voel de stoel onder mij vandaan gaan en opeens sta ik. Ik sta midden in de kring en alle gezichten zijn op mij gericht. Ik haal diep adem en ik zeg: ‘Ik blaslapeh.’ Het maakt me niet uit dat iedereen me raar aan kijkt, het maakt me niet uit dat ik deze ronde verpest heb, het maakt me niet uit dat niemand me verstaan heeft en het maakt me ook niet uit wat ze er van vinden dat ik nu al ga slapen. Het maakt me niet uit. Ik draai me om en loop naar mijn unidentified not flying object (lees: tent). Ik maak gelukkig de eerste nacht een niet chemische trip naar een andere dimensie. En wel nu! Welterusten.

Dag 2: Nuchter, maar alles behalve bedaard (Speed)

De boten varen langzaam voorbij. Ik sta op de brug en ik kijk naar hem. Ik wil hem wat vragen, maar ik weet niet wat. Het voelt als een last die ik maar niet van me af krijg. De druk op mijn hoofd wordt groter en de man begint te lachen. Te schaterlachen. En ik schiet overeind. ‘Godverdomme!’ schreeuw ik. ‘Sorry, sorry!’ hoor ik een stem zeggen aan de andere kant van het zeil. De andere lacht nog steeds. Ik voel aan mijn hoofd, de schade blijft beperkt. Ik kijk op mijn mobiel. De stralen die er vanaf komen zorgen er voor dat ik gevoelsmatig een uur naar het schermpje moet kijken om te kunnen focussen. 04:30 staat er. Lekker hoor, een dronkenlap op je hoofd op de vroege ochtend. En oh ja dat moet er ook nog bij komen: ik moet pissen. Kamperen is een hard bestaan.

Waarom moest ik ook zo nodig die stomme zilverkleurige tent meenemen? Mijn pogingen tot slapen na het dronkenlapvaltophoofd incident zijn helaas allen gefaald. En dat komt mede door de verschrikkelijk warme ochtendzon. Ik zweet als een otter, dus ik besluit mijn tent maar uit te gaan. Het bekende ritsgeluid klinkt en terwijl ik mijn hoofd de tent uit steek, zijn er tot mijn verbazing al mensen wakker. Gezellig, lekker samen ontbijten. Jus, koffie en een bruine bol met jam. Wat nou ongezond doen op Lowlands?
Onder het genot van dit verantwoorde ontbijt bespreken we wat we gaan zien vandaag. Rizzle kicks, Ed Sheeran (tot mijn grote spijt), Dio, Me first and the Gimme gimme, stukje bloc party, The Black Keys, Bassnectar en wat nog meer. We zullen zien.

Ik wil de lezers niet vervelen met saaie recensies en mijn ongenuanceerde meningen over de artiesten, dus ik heb de hele dag tot zes uur ’s avonds voor jullie geskipt. Want zo ben ik dan weer wel.

We komen aan terug bij de camping. Helemaal kapot en duf van de hitte, het vele bewegen en de alcoholische versnaperingen. Markus (niet echte naam, een goede vriend van mij) en ik gaan even lekker zitten in onze stoelen. Het is een groots moment, want de nieuwe cd van onze favoriete band is zojuist uitgekomen. Dus die wilden we wel op een rustig moment gaan beluisteren. Langzaam wegdoezelend luisteren we de cd. Ik vind hem persoonlijk wat saai in vergelijking met de vorige albums, hierdoor begin ik echt in te kakken. Ik vraag of Markus dit ook voelt en ik krijg een bevestigend antwoord. Pep is de oplossing. Alhoewel dit pas mijn tweede keer amfetamine is, hebben we toch een aardige acht gram meegenomen. Geen idee waarom. Ik weet de doseringen niet eens zo goed. Gelukkig biedt mijn smartphone een geweldig hulpmiddel aan om achter onze vragen te komen. Helaas hebben we geen precisieweegschaal bij ons. Wat resulteert in… Nouja laat ik bij het begin beginnen. Ik heb het zakje pep in mijn handen. Ik kijk om mij heen op zoek naar een harde ondergrond waarvan ik het nasaal zou kunnen innemen. Een pak Dubbelfris in de enige oplossing. Met een stevige lijn, een ziektekostenverzekeringspas (de ironie), een opgerold briefje van vijf (cliché) en een pak Dubbelfris in actie, ben ik klaar om te gaan. Snif! Au! Pijn! Brand! Ja dat blijft het enige wat me er telkens weer van weerhoud te snuiven. Markus doet een lijn van gelijke
grote. En nu maar wachten tot het feestje vanzelf naar ons toe komt.

En wij zijn uiteindelijk naar het feestje gegaan. The Black Keys welteverstaan. Het optreden was oké, maar de pep deed ons niet zo veel. We moesten bijnemen. En zo gezegd, daar zitten we weer op de camping. Dit keer met de hele grande familie (zo’n twintig mensen) er bij, die zich ook klaar maakt om zo de Lowlandse nachten mee te gaan maken. Sommige doen dat door zich op te maken, anderen door wat in te drinken, door wat te slikken of, zoals wij, door heel classy te snuiven van een koelbox met de zaklamp er bij. Markus voelde zich toch wat bezwaard om dat midden in een groep van zo’n twintig man te doen. Zeker omdat de vader van een van onze vrienden ook mee is. Markus zijn voorstel: ergens achter de tent snuiven. Mijn voorstel: gewoon vragen of er bezwaar is tegen snuiven in het openbaar. En toen niemand er op tegen was, besloten we dat we een paar dikke lijnen zouden nemen. Martijn sloot zich later aan. De drie musketiers. We gaan tot het bittere eind. Tenminste als er een einde komt.

We zijn nog maar met z’n vieren (waaronder nog wel de drie musketiers). De rest van de groep is niet meer bij ons. Ik loop snel. Ik wil feesten. Maar we weten niet waar. De X-ray, de Bravo? Wie zegt het? Het maakt me niet uit, maar ik wil gewoon lekker stampen. Ik hoor de pompende bas wat dichterbij komen. We staan voor de X-ray. Martijn en ik willen gelijk naar binnen, maar Markus en Frans (een nieuw persoon, ik weet het, mijn excuses) moeten nog naar het toilet. Daar staan we dan. Martijn met zijn tak in zijn hand, die hij gekregen heeft van Markus. Aardig. Maar wat heb je er aan? We bewegen wat op de maat. De muziek is niet intens genoeg. We willen naar de Bravo, maar het wachten lijkt een eeuwigheid te duren. De tanden knarsen, de voetjes bewegen en de bas blijft maar pompen. Ik. Moet. Feesten.
Jut en jul (sorry, Markus en Frans) zijn er eindelijk. We vertellen gelijk ons plan. ‘Ik vind alles goed!’ zegt Frans een beetje dromerig. Hij heeft de sterke XTC pil geprobeerd. Ik ben benieuwd of hij in een partymode zit. Ik schiet opeens weg en zeg dat ze me moeten volgen. Martijn doet dit gewillig, maar Markus en Frans zijn wat trager van begrip.
Gevoelsmatig hebben we een halfuur over de weg naar de Bravo gedaan. Maar we zijn er eindelijk, Martijn en ik willen naar binnen. Maar Markus en Frans blijven liever buiten, want ze lijken diepe gesprekken te hebben. Prima! Ik ben zo snel mogelijk binnen!
De diepe basdreunen reiken tot diep in mijn lichaam. Mijn vuist beweegt ritmisch op en neer. Mijn benen bewegen snel. Ik voel dat ik vrij agressief dans, maar de glimlach op mijn gezicht is mijn camouflage. Ik krijg kippenvel van de euforische momenten, waarbij licht en geluid samen tot een climax komen. Dit kunnen Martijn en ik uren volhouden.
Mensen om mij heen hebben duidelijke pillengezichten en de gesprekken met deze mensen bevestigen het pillengebruik enorm. Kortom: vet gezellig. En ook de man die op de grond ligt lijkt zich aardig te vermaken. Ik vraag hem of het goed met hem gaat. ‘Het gaat prima! Echt! Je moet ook eens gaan liggen! Dan voel je de muziek veel beter!’ is zijn antwoord. Heerlijk, lekker gek en lekker dansen. Er komt een jongen naar ons toe dansen ik moet bekennen dat ik nog nooit iemand zo blij heb zien dansen. Toen hij onze blikken opmerkte ging hij zelfs nog meer uit zijn dak. Hij kende Marijn en stelde zich voor als Bas. Hij was samen met Isa. En op deze manier hebben en een nieuw kwartet. Ze hebben, naar eigen zeggen, alleen maar alcohol op. Wat mij tot de dag van vandaag in verbazing achter heeft gelaten. Zeker toen we naar de India zijn gegaan…

Waar ga je op dansen als snoeiharde Techno je begint te vervelen? Inderdaad, Dubstep. Met de ‘heerlijke’ vernieuwde pepsmaak achter in mijn keel, dans ik als iemand die een epileptische aanval heeft. En de andere drie doen gewoon lekker mee. Ik heb wel het gevoel alsof er mensen naar onze uitbundige dansopvoering kijken, maar het kan me vrij weinig schelen. Ik wobbel niet mee op de maat, ik ben de maat. Wacht, wij zijn de maat (arrogant worden is natuurlijk niet de bedoeling), want de andere drie dansen even hard en zo niet harder.
Ik voel dat er iemand aan me zit, waardoor ik me omdraai. Kijkt er wéér iemand onder mijn rokje? Ja ik draag een kilt en ja ik heb er een onderbroek onder aan. Het antwoord was trouwens: ja er kijkt weer iemand onder mijn rokje. Lachend duw ik hem weer naar beneden en het epileptische dansfestijn kan weer hervat worden. En had je kunnen voorstellen dat Chop Sue (een verschrikkelijk goed en keihard nummer van de band System of a down) de afsluiter was van deze vieze Dubstep dansavond? Inderdaad, ik ook niet, maar ik kan je verzekeren dat het zorgde voor enige chaotische taferelen in en rondom de India tent.

Ik hoor een zeehond of iemand met verschrikkelijke ademhalingsproblemen die zijn/haar medicijnen niet heeft ingenomen. Het is ook nog eens een motief. Het werkt op mijn zenuwen. Ik sta op van mijn stoel en kijk de EHBO post in. Ik zie de boosdoener zitten, met ogen zo groot als biljartballen en met bewegingen rond de heupen waarvan Shakira nog jaloers zal worden. Hij lijkt wel een flinke happy meal achter zijn kiezen en/of neusvleugels te hebben zitten. De mensen van de EHBO maken soms wat hulpeloze gebaren naar de, inmiddels bijna van zijn stoel afgevallen, jongen. Ik ga maar weer zitten en wachten op Bas met de grote jaap. Bas heeft bij terugkomst van de India tent namelijk zijn hand verwond aan een kapotte stoel. Aangezien ik, door de pep, relatief gezien het meest nuchter was, moest ik met hem mee. Fijn. Zeker voor iemand die bloedangst heeft. Wanneer Bas weer terug is met zijn arm in stoer verband, gaan we terug naar camping één. Hier ga ik Martijn ophalen om weer terug naar ons tentenkamp te gaan en om eindelijk te gaan slapen. Het is nu rond zeven uur ’s ochtends. Welterusten!

Dag 3: Brillen, snorren, het hele feest (XTC)

Ik zit op de campingstoel op ons gezellige pleintje. Ik heb de ochtendzon mogen zien opkomen. Ik graai naar de laatste pinda’s uit het doosje. ‘Wel leuk dat we iedereen straks wakker zien worden,’ zeg ik. Martijn lacht. Het is inmiddels rond negen uur ’s ochtends en we hebben niet geslapen. In plaats daarvan hebben we (net iets te hard) hele melige verhalen aan elkaar lopen vertellen, waardoor soms een hoofd uit één van de omringende tenten stak met de mededeling ‘of we even wat stiller konden zijn.’ En zo ook kwam Xander (wéér een persoon te introduceren) met zijn slaapdronken hoofd uit zijn tent. We vertelden onze avontuurtjes van de nacht op een tempo die klaarblijkelijk niet door Xander gevolgd kon worden. ‘Slaapt Markus al? Hij was toch bij jullie?’ vraagt hij gapend. En net toen wij wilden uileggen dat hij vroeger in de nacht al naar bed was gegaan, hoorde we gegrom uit de tent achter ons komen. De tent schudt wat heen en weer, de rits klinkt en Markus zijn slaperige hoofd verschijnt uit de tent. ‘Nee!’ is zijn antwoord. Wij lachen. Het is waar: met pep op kan je niet slapen.

En weer ga ik jullie niet vervelen met wat ik overdag allemaal heb meegemaakt. Ik verveel jullie, als je nu nog leest, al te veel met overbodige elementen die mijn hele verhaal niet ondersteunen. Ik heb de gehele dag in een Nellie Veerkamp jurk rondgelopen, wat wel enige leuke fotomomenten en reacties heeft uitgelokt, maar dat is eigenlijk niet relevant voor dit report. Daarom gaan we nu gelijk naar het moment dat ik na Skrillex (wat een vet optreden! Sorry…) terug kom bij ons tentenkamp.

Waanzinnig. Geestexploderend. Wat een show. Met een adrenaline voorraad voor tien loop ik naar ons tentenkamp. Het is donker. Ik struikel hier en daar over wat scheerlijnen terwijl ik herkenbare tenten probeer te vinden. Ik hoor muziek. Het lijken de Rolling Stones wel. Dat is raar, want ik wordt de hele week verveeld met muziek van het Toy Box kaliber. Toch weet ik zeker dat daar onze tenten staan. Wie zou die muziek nou aanhebben gezet? Er is iets aan de hand.

Ik voel de sfeer. Ik weet het zeker, hier is Emma langs geweest. Ik loop om de groep heen richting mijn tent. Ik wordt nauwelijks opgemerkt door de mensen die in een gezellig kringetje zitten. Markus draait zich om: ‘ik zal ook maar nemen, we hebben een half uur geleden al genomen.’ Ik lach. Ik snap wat het idee is en vervolg mijn tocht.
In de tent doe ik mijn schoenen uit. Ik verplaats de zool en trek een stukje van de voering omhoog. Ik voel de vier pilletjes zitten. De blauwe Defqons. Lekker knallen.

Na mijn feestelijke tocht naar het toiletgebouw (de sfeer op de camping zat er goed in) kom ik terug bij onze tenten. Ik pak de babystoel (de stoel die altijd overblijft, hij zit vet kut en is veel te klein) en ga naast Xander zitten. Pas op dit moment beseft iedereen dat ik me ook heb aangesloten bij hun sekte. Ik krijg in plaats van de ‘Hee Gayrone,’ alleen maar een ‘Hallo Jeroen, hoe is het met jou?’ te horen van de vriendin van Robbin. Praten gaat, zoals verwacht, vrij gemakkelijk. Xander verteld me de hele tijd dat hij nog niets voelt, maar zijn ogen verraden hem. Het is zijn eerste keer en bij iedereen werkt ze ook nog niet op volle toeren, dus ik snap dat hij niet wilt zeggen dat hij al iets voelt. Wanneer ik om mij heen kijk zie ik dat er al aardig wat geaaid wordt. En nu zie ik ook gelijk de reden waarom er opeens goede muziek werd gedraaid. De vader van Robbin (ja wie we ook toestemming hebben gevraagd te snuiven eerder in het verhaal) is vanavond DJ MARK. Dit is de kers op de mellow taart. Nu nog maar wachten tot ze bij mij inslaat, ik heb een hele Defqon in één keer gedropt. Dat is zeg maar 200 miligram achter mijn kiezen. Lekker knallen! Opeens komt Frans bij het tentenkamp aan (de jongen die gister al een pilletje had gebruikt): ‘Ja ik stond bij de wc en toen zag ik allemaal spikkeltjes en toen wilde ik papier pakken, maar…’ We begrepen zijn verhaal maar half, maar doordat hij het met zoveel overgave aan het vertellen was, kregen we allemaal een lachkick. En door het verhaal moet ik ook naar de wc. Daar begint mijn avontuurtje.

‘Hij slaat in,’ mompel ik in mezelf. Ik kijk naar de blauwe hemel met spikkeltjes. De tekeningen zijn opeens heel erg interessant. Ik kan me de hele tijd me in één van de spikkeltjes verplaatsen. Hoelang zit ik hier al? Ik heb geen idee. Het schermpje van mijn mobiel lijkt wel geel en de symbolen lijken hun functie te hebben verloren. Ze zijn alleen maar mooi. Waar keek ik ook al weer naar? Oh ja, de spikkeltjes. Of nee, de tijd.
Mijn gezellige mooie bubbel spat opeens uit elkaar. De blauwe hemel zwaait open en opeens zit ik weer in een totaal andere realiteit. Doordat ik gelach hoor komt mijn lichaam in beweging. Ik trek snel de deur weer dicht. Het was een reflex, maar ik kon niet plaatsen hoe en waarom ik het deed. Ik verman mezelf, ik moet weer terug naar de anderen. Door het incident van daarnet ben ik wel even uit mijn trip, dit is het moment te gaan. Terwijl ik door het gebouw loop zie ik nog een stel giechelende meisjes naar me wijzen. Zij waren dus de boosdoeners, of nee de engeltjes vanuit de andere kant van de hemel. Ik praat met ze, maar god moge weten waar over het gaat. Ik moet hier weg.

Xander staat opeens op en doet zijn handen achter zijn nek. Hij lijkt iets te gaat zeggen, een soort speech ofzo. Maar hij gaat vrijwel direct weer zitten. Ik kijk hem even verbaasd aan, ondanks dat ik weet dat zijn actie waarschijnlijk geen enkele intentie heeft gehad. ‘Ik vond het gewoon lekker om dat te doen,’ vertelt hij de rest. En gelijk komen de reacties ‘maakt niet uit joh’ en ‘doe wat je wilt.’ Er hangt een ontspannen sfeer. Ik zit naast DJ MARK, met wie ik diepe gesprekken heb. Ondanks dat hij geen XTC heeft gebruikt mengt hij zich prima onder de verwapte tieners. Zoals hij zegt: ‘als ik jullie zo zie, hoef ik geen eens te gebruiken. Het lijkt wel alsof ik mijn eerste keer weer beleef.’
Dit is een mooi gegeven. Ik zie het bij Xander en Kimberley, zij hebben voor het eerst gebruikt en daar krijg je zo’n grote kick van als je ze om je heen hebt. Ik ben blij dat ze er zijn. Ik ben blij dat iedereen hier is. Ik zie dat DJ MARK weer een zakje in zijn handen geduwd krijgt. ‘Nee ik hoef niet hoor!’ is zijn antwoord. Ik moet een beetje grienen, volgens mij heeft hij al wel wat drankjes op. Hij zegt dit namelijk elke keer wanneer hem gevraagd wordt of hij de pilletjes kan breken. Of ligt het aan mij? Is het een déjà vu van iets wat ik zojuist gezien heb? Ik weet het niet meer, maar wat ik wel weet is dat het uitdelen der kwartjes weer begonnen is. Pak wat je pakken kan.

Ik loop op de jongen af. Hem kende ik nog niet? Hij zit te praten met Xander en Kimberley. Ik pak een stoel en ga net buiten de kring zitten. Hij merkt me op. Het ziet er naar uit dat hij niet gebruikt heeft, maar zijn ogen verraden hem. ‘Hee Jeroen,’ zegt hij opgewekt. Hij weet mijn naam? Waar moet ik hem van kennen? Ik probeer rationeel te kunnen denken, maar meneer Rationeel Denken zit momenteel op een wolk die alsmaar verder weg vliegt en meer op gaat in de mist. Maar opeens, op één of andere rare manier, lijkt zijn naam naar beneden te vallen en te landen op het puntje van mijn tong. Luuk. Natuurlijk! Die ene vriend van Martijn die hier vanmiddag ook zat. ‘Hallo Luuk,’ zeg ik terug. Ik ben bang dat ik net iets te nonchalant heb laten merken dat ik zijn naam bijna vergeten was. Maar het lijkt hem niet te zijn opgevallen, onze conversatie gaat gewoon door. Hij woont met Martijn op kamers vlakbij waar ik woon, hij studeert (fuck dat ben ik dus vergeten, het was een afkorting. Ik haat afkortingen!) en is homoseksueel. Ik heb werkelijk geen idee hoe het is gekomen dat we in een kleine vijf minuten elkaars seksuele geaardheid weten. Er was volgens mij geen aanknopingspunt tot dit onderwerp. Iemand moet zojuist hebben gezegd tegen mij dat hij homo is. Ik weet het niet meer, ik space hem te erg om deze situatie op een zo normaal mogelijke manier te beschouwen. Ik kijk naar links, iedereen is elkaar aan het knuffelen. Ik niet. Ik ben niet in die mood, denk ik.

Ik ben in een woonkamer met mooi glanzend parket. Er staan hier en daar wat planten. En er lijkt iemand jarig te zijn, we zitten immers in een kringetje. Ben ik misschien jarig? Zo voel ik me wel. Iedereen heeft wel rare brilletjes op, sommige clowns neuzen en andere weer snorretjes. Ik zit bij iemand op schoot. Ik draai me om, om naar hem te kijken. Hij staart naar links, dus ik volg zijn blik. Ik zie de bomen, ze bewegen. Ik kijk weer terug naar hem en vraag of er iets aan de hand is. Hij schrikt op en kijkt me aan. ‘Nee hoor, ik zag dingen.’ Gelukkig maar. Bad gaan op XTC lijkt me echt heel naar.
We lopen over de weg naar camping één. Ik heb geen idee of we goed lopen, maar gevoelsmatig klopt het wel. Ik zie Xander en Luuk vlak naast elkaar lopen. Ik weet niet waarover ze het hebben, maar dat maakt niet uit. Ik vermaakt me genoeg met het lopen an sich. Met elke stap die ik zet, lijk ik me in een andere dimensie te begeven. Focus op een ding en, poef, je weet niet eens meer dat je aan het lopen bent. Om de tien meter heb ik het gevoel dat ik me begeef tussen de realiteit en wat ik denk wat de realiteit is. Kortom: ik heb geen idee waar ik me bevind. Dit klinkt misschien beangstigend, maar het lijkt me allemaal niet erg veel te boeien. En net wanneer ik me totaal heb overgeven aan Meneer Niets die ons begeleidt, komen we een struikelblok tegen. Een T splitsing.
Ik stop en wacht nog even op Xander en Luuk. ‘Waar gaan we eigenlijk heen?’ vraagt Xander die een beetje verwilderd om zich heen kijkt. Luuk weet hem uit te leggen dat we gewoon even langs camping één om wat spulletjes op te halen en te zeggen dat Luuk bij ons, correctie: bij mij, slaapt. We vervolgen ons avontuur richting de kloof tussen de bomen. Door de mist lijk ik me wel in een fantasy verhaal te begeven. Het doet me een beetje denken aan de laatste scene van Lord of the Rings, of was het Harry Potter? Ik weet het niet. Ik weet vannacht sowieso niet zo veel. Misschien hadden we niet in zulke hoeveelheden moeten gebruiken. Ik had volgens mij twee pillen op in totaal. ‘Lekker knallen!’

Het eigenlijke volgende stuk zou een vrij homo-erotische ondertoon hebben, dit bespaar ik jullie. Laat ik het zo stellen: ja Luuk is bij mij in mijn unidentified not flying object beland. En ja, seks onder invloed van XTC is heel erg speciaal. En ja, we hebben ook nog geslapen. Welterusten.

Dag 4: Van cocktailjurk naar cocktaillurk (het hele assortiment)

Mocht je het hele verhaal hebben gelezen met de gedachte: ‘wanneer komt die beloofde cocktail van zondes?’ Sorry dat ik je dat de hele tijd verveeld heb, maar ik kan je nu eindelijk verblijden met het laatste hoofdstuk, waarin ik alles goed maak. Ik moet wel melden dat je dit NIET na moet doen. Ik heb al redelijk wat ervaring met drugs, maar dat geeft geen garantie dat mij niets kon gebeuren. Ik schrijf dit laatste stuk meer met educatieve bedoelingen. Ik hoop dat ik met dit verhaal andere er van kan weerhouden op zo’n manier drugs te gebruiken. Het is uiteindelijk allemaal goed gegaan, maar dat is meer een uitzondering dan een regel gezien het aantal drugs dat ik gebruikt heb.

Ik lijk wel te drijven, te baden in het zweet. Mijn ogen gaan moeilijk open. Ik herken mijn tent, maar ik moet even nagaan wie ik ben en wat er gister allemaal is gebeurd. Ik kijk naar rechts, daar had Luuk gelegen. Hij is weg, hij zal de tent al wel uitgezweet zijn. Ik kleed mij aan en ga het ochtendlicht in. Iedereen zit al buiten. Gezellig ontbijten in de, nu nog lekkere, zon. Een biertje en een jointje er bij en straks naar een politiek debat.
Ik lig weer op mijn luchtbed in de schaduw onder de partytent. Ik ben helemaal kapot. Mijn feestgedrag begint haar tol te eisen, dus er zit niets anders op dan een middag dutje. De zon maakt me daarnaast ook heel erg duf. Welterusten.

Markus en ik lopen weer terug naar de camping. We hebben: The Kyteman Orchestra, The Shins, een stukje Foo Fighters en Wim Helsen gezien. Waarbij we het meest los gingen bij de Belgische cabaretier. Wat een feest was het daar! Daardoor zijn we wel helemaal gesloopt, maar we willen wel de legendarische Kees van Hondt meemaken. Markus en ik hadden afgesproken de laatste dag geen drugs te gebruiken. ‘Misschien is een lijntje pep nog niet eens zo’n gek idee,’ vertel ik hem. Tot mijn verbazing stemt hij hier bij in. Dan moeten we wel Martijn zien te vinden, hij heeft namelijk nog wel wat pep. Hopelijk is hij op de camping. Onderweg komen we nog op het idee om de MDMA te nemen. Erg slim is het niet, maar aantrekkelijk is het wel.
Iedereen zit bij ons tentenkamp. We maken ons klaar voor Kees van Hondt. Kimberley en Xander hadden weer XTC gebruikt, het was hen erg goed bevallen. En Martijn stemde ook wel in met het snuiven der pep. Het is natuurlijk wel een beetje ongemakkelijk om binnen de groep weer wat lijnen weg te werken op de mooie koelbox, maar nu we al deze mensen wat langer kennen maakt het ons niet meer uit. Er gingen ook nog wat ballonnetjes rond en een werd ook nog wat vingertopjes gelikt. Nu zijn we KeesvanHondtklaar, op naar het terrein, op naar de laatste nacht!
Takken in de lucht. Polonaise hier en daar. Ik vind deze muziek echt verschrikkelijk, maar ik denk dat ik het toch wel erg leuk vind door de sfeer en door wat chemische hulp. Op een gegeven moment gaat er zelfs een picknicktafel de lucht in. Deze actie werd vrijwel direct onderbroken door wat chagrijnige securitydudes, waarna een fluitkoor klonk. Iedereen is supergezellig en dat komt niet door mijn eigen interpretatie, het was er gewoon echt heel gezellig. De MDMA werkte niet goed, maar dat had ik al verwacht. Het was immers nog geen vierentwintig uur geleden dat ik XTC genomen had. Ondanks dat gingen mensen die hetzelfde gedaan hadden, wel redelijk hard. Ik had het same met Martijn en Markus alleen maar heel erg warm. We hadden het idee om nog wat XTC te nemen. Ik wist toen al dat dit niet erg slim was, but fuck it. Het is maar één keer per jaar Lowlands en maar één keer je laatste keer. Dus met deze instelling namen we nog een halfje. Lekker inhaken en als een debiel dansen met zijn allen! Ik voelde me hersendood op een goede manier.
Ik voel me inmiddels een stuk minder nuchter. Mijn tak gaat op en neer op de hoempapas. Ik zit helemaal in de carnavals hits. Ik zing ze allemaal mee, ondanks dat dit bij vele pas de eerste keer is dat ik ze hoor. Ondertussen ben ik zo verwapt dat ik niet precies weet welke mensen uit onze groep komen en welke niet. Ik zie Kimberley en Martijn nog, maar de rest ik ook gewoon kwijt. ‘Waar is iedereen?!’ vraag ik aan Martijn. Het schijnt dat Markus met een meisje aan het praten is ergens buiten, Xander is naar zijn tent en de rest hebben we werkelijk geen idee van. Gaan we ze zoeken? Blijven we hier? We gaan in ieder geval weg. Op het moment dat we weg willen gaan komen we Luuk tegen, hij is alleen en ook iedereen kwijt. We besluiten naar een andere tent te gaan. Weg van de ‘zo’n goede hebben wij nog niet gehad.’

We zitten op het grasveld. We hebben de Bravo en de India nog gehad. Maar de muziek was voor Martijn iets te intens en Kimberley houdt er gewoonweg niet van. We vervelen ons niet, maar we weten gewoon niet waar we heen moeten gaan. Hierdoor kwamen we op het idee om de tenten op te zoeken waar we nog niet geweest zijn. Hierdoor komen we in de cocktailtent terecht links van de ingang. Hier wordt alleen maar hiphop gedraaid, wat precies bij onze mellow stemming past. Martijn heeft erg de drang lekker gek te doen en gaat op de tafels dansen met wat dames. Hier kan ik wel even blijven. Ik space inmiddels niet zo hard meer, maar de bodyload is nog zeker aanwezig. Het dansen gaat bijna uit zichzelf. Ik ben ook blij dat er geen rare sfeer hangt tussen mij en Luuk, we zijn gewoon vrienden. Toch willen we nog even naar de Titty Twister, waar we ontvangen worden door het nummer ‘Gay Bar’ van Electric Six (hoe toevallig).
Wat is het vet hier! De stevige rockmuziek is helemaal mijn ding en het lijkt dat iedereen het wel ziet zitten. De act die opgevoerd wordt is ook geweldig en de DJ lijkt ook lekker ruig. Ik lijk hem wel te herkennen. ‘Dat lijkt Joost van Bellen wel!’ roep ik tegen Martijn. Hij gaat op zijn tenen staan om over de hoofden naar de DJ te kunnen kijken. Hij richt zijn hoofd naar mij: ‘Ja wel een beetje, maar ik denk niet dat het hem is!’ Ik kijk nog een keer. Ik ben er van overtuigd dat hij het toch is, maar ik begin toch te twijfelen aan mijzelf gezien mijn gemoedstoestand. Ik denk er twee minuten later al niet meer aan. Het is bijna vijf uur. We besluiten richting de uitgang van het terrein te lopen, op naar de vierentwintig uurs tent! Onderweg doen we nog mee aan een muzikaal ensemble met kilo’s waar we op slaan bij de ‘Llow Chi Minh’ tent (een tent waar je normaal rustig kunt eten). Het is één grote chaos, er klimmen mensen aan het plafond, er worden stukken muur afgebroken, tafels zijn nergens meer veilig en er wordt geluid geproduceerd wat zeker boven de honderd decibel reikt. De securitydudes staan er om heen met hun handen over elkaar en met wat chagrijnige gezichten. Ze gooien niemand naar buiten, maar zorgen er wel voor dat niemand meer binnenkomt. Eén van hen draait zich om en loopt onze kant op. Ik kijk een beetje paniekerig naar Martijn die net bezig is met iemand op het plafond te krijgen. Hij loopt uiteindelijk niet op mij af, maar op een meisje naast me. Zonder pardon pakt hij haar op en zet haar op zijn schouder. Ik hoor al wat mensen fluiten en ‘boe’ roepen. Maar wanneer hij zijn vuist in de lucht steekt en het bekende ‘alle Duitsers zijn homo,’ begint mee te zingen, klinkt er luid gejuich. Ik weet niet of het aan de chemische stoffen in mijn lichaam ligt, maar deze situatie raakt me. Een rilling gaat over mijn rug en ik krijg kippenvel. Het is waar, op Lowlands gaat het om de sfeer. Ik steek mijn vuist ook weer omhoog. Ik brul mee met de menigte mee, ondanks dat ik een enorm schorre stem heb en ik het niet eens ben met de stelling. Desalniettemin: ‘ALLE DUITSERS ZIJN HOMO!’

We lopen naar de vierentwintig uurs tent. We komen net terug van onze campingplaats waar we Kimberley hebben achter gelaten. Hier kwamen we toevalligerwijs Markus tegen, die duidelijk hard ging. Hij schijnt ons twee uur te hebben gezocht, omdat de batterij van zijn mobiel op was. Maar uiteindelijk heeft hij lekker gefeest met onbekende mensen. We vroegen of hij met ons mee wou feesten de laatste uurtjes Lowlands. Markus is blijkbaar de verstandige en is gaan slapen.
Eenmaal aangekomen besluit Luuk maar naar de tent te gaan. Hierdoor blijven Martijn en ik over. We hebben wel de zin om te feesten, maar er zijn te weinig mensen en we beginnen te nuchter te raken. We besluiten naar camping één te gaan om wat Ketamine te nemen en wat mensen mee te slepen. Dit leek makkelijker dan verwacht. Bas, die echt heel erg dronken was, wilde gelijk mee. Samen met nog wat mensen gingen we op pad. Ondanks dat ze zich voorgesteld hebben, heb ik geen idee hoe ze heten. Laat ik zo zeggen, mijn geheugen werkte op dat moment niet geheel naar behoren. Zeker niet na twee flinke sleutelpunten Keta.
We lopen over het pad naar de vierentwintig uurs tent. Het is nog donker, maar het begint wel lichter te worden. Ik voel nog niet veel van de Keta, maar ondanks dat lijken we zo langzaam te gaan dat het lijkt alsof ik achteruit loop. Iedereen is nogal dronken, dus het gaat allemaal niet zo vlot. Martijn en ik lopen voorop. Pas na een tijdje begin ik wat te voelen. En ja hoor, de Goofy loop is terug.

Inmiddels straalt de ochtendzon. We lijken te lopen. Niets begeleidt ons. Ik kijk om mij heen, ik snuif de heerlijke geur van nat gras en opgedroogd bier op. De ochtendmist zorgt er voor dat de andere weinige mensen amper te zien zijn. Ik stop, ik loop te snel, dus ik draai me om. Een grote fles met een donkere substantie wordt onder mijn neus geduwd, ik ruik, de geur reikt via mijn innerlijke verbindingen mijn maag. Ik kokhals. Baco, warme Baco welteverstaan. Ik wuif de fles weg en wil weer verder lopen. Mijn geest en ik zijn eensgezind, maar mijn lichaam blijkt een afvallige te zijn. Mijn benen schoppen zichzelf vooruit, waardoor ik het gevoel heb in een kruiwagen te zitten. Ik kijk naar rechts. Ik zie hem lachend naar me kijken. Ik ken hem pas een paar dagen. Maar op dit moment lijk ik hem al jaren te kennen. Duwt hij me voort? Ik weet dat hij op geen manier fysiek contact met me maakt, maar hij leidt me wel verder. Zoals we dat al vaker deden. Samen. Samen tot het bittere eind.
Ik aanschouw de dansvoorstelling waar ik zelf in mee speel. Rationeel denken is op geen enkele manier meer mogelijk. Ik snap niets meer. Ik lijk mezelf niet te zijn, maar iemand anders in mijn lichaam. ‘Dit is echt heel raar,’ zeg ik tegen Martijn. ‘Ja, het lijkt net alsof ik droom,’ zegt hij terug. Ik stamp met mijn voeten op de grond, dit doe ik volgens mij vrij hard, maar het lijkt net alsof ik op wolken loop. De muziek lijkt ook heel anders, ik lijk veel meer motieven te kunnen herkennen. Mijn zintuigen lopen ook naar elkaar over, waardoor ik de muziek kan zien, de sfeer kan ruiken en het bier kan voelen (dat bier hebben we trouwens net gekregen van twee heerlijk verwapte gasten). Communiceren lijkt overbodig, dat doen we door te dansen. Met verschillende soepele bewegingen maken we met onze armen repeterende patronen. Ze lijken niets te zeggen of ik kan ze in ieder geval niet begrijpen. Maar toch lijken we ermee te communiceren. Ik dans op een gegeven moment ook precies hetzelfde als een andere gast. Zonder af te spreken maken we dezelfde gebaren op de dreunende technobeats. Dit schept een band, waardoor we samen een soort rituele dans opvoeren. En niemand lijkt het op te vallen, iedereen is immers naar de algemeen bekende kloten. Ik ben nog nooit gaan dansen op Ketamine, maar het bevalt me zeer goed. Het enige nadeel is, is dat de muziek is gestopt. Het einde van Lowlands is in zicht. Ik heb totaal geen drang te slapen. Martijn en ik blijven dansen op muziek die er niet is. Op deze manier dansen we door de warme ochtendzon richting onze tenten. Hier hangt een sfeer van pure vermoeidheid. Slaperige en bepakte mensen passeren ons. Iedereen gaat al weer richting huis en wij moeten nog inpakken. Bij ons tentenkamp aan gekomen zijn er inderdaad al mensen die zich gereed maken weg te gaan. Martijn en ik gaan nog even een powernapje doen.
Eenmaal in mijn tent voel ik pas hoe ik me daadwerkelijk voel: hongerig, smerig, chemisch en totaal uitgeput. Het is ook niet raar dat ik gelijk in slaap val. Welterusten!

Epiloog: Sleurend de week door

Man, man, man. Wat was dit een ongelooflijk leuk weekend. Maar ik moet de prijs er wel voor betalen de week erna. Ik ben verschrikkelijk ziek en ik heb voor het eerst een dinsdagdip van heb ik jou daar. Was dit het waard? Jazeker, ik ben alleen niet trots op de keuzes die ik gemaakt heb. Terugdraaien kan je niet. Ik weet ook niet of dat hoeft, maar als ik kijk hoe ik me nu voel, dan kan het niet goed voor me geweest zijn.
Ik had zelf vier pillen en een gram pep bij me, dit is allemaal op gegaan. Daarnaast heb ik ook nog mee gesnoept van wat MDMA en andere pillen en heb ik nog gesnoven van andere pep en Ketamine. Kortom: veel te veel. Het goede nieuws is wel, dat ik echt geen zin meer heb in drugs. En dat komt goed uit, aangezien dit de afsluiting van mijn drugsgebruik hoorde te zijn, wat ik zeker hoop vol te houden.
Nogmaals: ik raad het aan drugs niet te combineren en/of te veel te gebruiken. Als je het met mate gebruikt kan het ook leuk zijn en zelfs leuker.

+ Het weekend was echt legendarisch
+ Doordat ik mijn doseringen wist, kon ik redelijk goed combineren
+ Door de drugs heb ik met mensen op een andere manier kennis gemaakt
+ Het was een goede afsluiter
+ Ik leef nog

- Ik heb echt te veel gebruikt en gecombineerd
- De week na Lowlands was ik helemaal gesloopt en ziek
- Ik voelde me overdag soms verschrikkelijk vies en chemisch

Ik hoop dat jullie mijn verhaal met plezier gelezen hebben. En ik wil me nogmaals excuseren voor het schrijven van een veel te lang report. Ik wil graag feedback op mijn verhaal en mensen die me vertellen dat ik onverstandig bezig ben geweest.

Groetjes,
J
 

GoedeWiet

Experimenterende gebruiker
Legendarisch feest maar ook een legendarisch report. Met veel plezier gelezen. Dank!

En of je teveel hebt gebruikt? Valt wel mee (als in alles rond de 500mg mdma is acceptabel voor een echt feest en een gram pep over een paar dagen valt ook wel mee), alleen die laatste cocktail dag was onnodig. Als je zo brak/uitgeput bent toch nog een dag doorgaan is:
- zonde van de drugs
- ongezond
- verlengt brak zijn van 1 dag naar een week
- dom met zulk heet weer
 

mrflame

Belezen gebruiker
Tripreporter
GoedeWiet zei:
Legendarisch feest maar ook een legendarisch report. Met veel plezier gelezen. Dank!

En of je teveel hebt gebruikt? Valt wel mee (als in alles rond de 500mg mdma is acceptabel voor een echt feest en een gram pep over een paar dagen valt ook wel mee), alleen die laatste cocktail dag was onnodig. Als je zo brak/uitgeput bent toch nog een dag doorgaan is:
- zonde van de drugs
- ongezond
- verlengt brak zijn van 1 dag naar een week
- dom met zulk heet weer

Dankjewel! Jij bent ook op Lowlands geweest?
Voor mij is het vrij veel geweest. Normaal neem ik één pil van ongeveer 100 mg. Nu heb ik dan toch wel meer dan vijf keer zoveel genomen. Maarja voor iedereen gelden andere hoeveelheden :wink:
Ja dat is allemaal zeker waar. Ik heb er aan de ene kant spijt van en aan de andere kant heb ik wel een hele leuke tijd gehad.


three little birds zei:
ik heb nog nooit zo`n geweldig report gelezen!
Dankjewel :grin:
 

Nathaniel

Wijs gebruiker
Heerlijk ge/beschreven, applaus! :)

Zo'n Lowlands heb ik vorig jaar gedaan. Zo een die je eens in je leven moet meemaken, maar nooit moet herhalen...

Nogmaals, chapeau! :rock:
 

mrflame

Belezen gebruiker
Tripreporter
Nathaniel zei:
Heerlijk ge/beschreven, applaus! :)

Zo'n Lowlands heb ik vorig jaar gedaan. Zo een die je eens in je leven moet meemaken, maar nooit moet herhalen...

Nogmaals, chapeau! :rock:

Dankjewel! :grin:

Nee dat heb ik ook door! Het was echter wel een goede ontgroening!
En volgend jaar gaan mijn ouders ook mee, dus dan zal ik het wel wat rustiger aan doen. Tenzij mijn ouders hun ondergesneeuwde hippiefever weer laten ontdooien.

Nogmaals, dankjewel!
 
Bovenaan