Aan het eind van de dag, als de kruitdampen zijn opgetrokken, wat dan overblijft, wat dan nog werkelijk van waarde is, dat is het simpele leven – het ware leven. Geen hemelbestormende vergezichten die je hersens uit hun schedel lichten. Geen tot bloed gebeten lippen die oases betasten, in universa die tegelijkertijd bestaan en niet bestaan. Geen magische knetterkauwgum dat de gaten in je waarneming opvult tijdens een zonverduisterde strandjuttertocht.
Want niets van dat alles benadert de groenheid van een plant, de natheid van een plas water, of de wind waardoor de mensch als een turbine wordt aangedreven.
Toon mij de formule die aan ons bestaan ten grondslag ligt, en ik zal er nog steeds niks van snappen. Waar niks van snappen?
Van de koe die loeit, van de mens die een miljoen stappen verzet, van de boom die door de bliksem wordt gespleten, en van de zweep die in iemands rug snijdt.
Deze wereld van alledag, die mij adem geeft, is volstrekt onbegrijpelijk en juist daarom zo bijzonder. Ik wil er bijblijven, ik wil zien, hoe de wereld geeft en neemt. Ja, met een heldere geest, én met mijn voeten op de vruchtbare aarde wil ik met eigenogen zien, dit -twijfelachtige- wonder. Het wonder van vandaag.
Want niets van dat alles benadert de groenheid van een plant, de natheid van een plas water, of de wind waardoor de mensch als een turbine wordt aangedreven.
Toon mij de formule die aan ons bestaan ten grondslag ligt, en ik zal er nog steeds niks van snappen. Waar niks van snappen?
Van de koe die loeit, van de mens die een miljoen stappen verzet, van de boom die door de bliksem wordt gespleten, en van de zweep die in iemands rug snijdt.
Deze wereld van alledag, die mij adem geeft, is volstrekt onbegrijpelijk en juist daarom zo bijzonder. Ik wil er bijblijven, ik wil zien, hoe de wereld geeft en neemt. Ja, met een heldere geest, én met mijn voeten op de vruchtbare aarde wil ik met eigenogen zien, dit -twijfelachtige- wonder. Het wonder van vandaag.