Het effect wat je hebt als je het enkel laat gaan, en daarbij geen sturing bedrijft binnen je binnen perspectief om vervolgens op mee te drijven naar diepere velden en dan steeds verder te duiken door weer sturing te geven. Deze methode vind ik een effectieve, hoewel ik zelf ook mantra's toepas en ademwerk.
Uit je bol:
Met mescaline, peyote en andere entheogene middelen als psilocybe kun je je visioenen sturen en een richting geven. Als de trip eenmaal op gang komt, ga je op een stil, afgezonderd, halfduister plekje zitten, zo gemakkelijk mogelijk, op een bank of een stoel. Leg je handen op elkaar in je schoot, met de handpalmen naar boven (linkerhand boven) en sluit je ogen. Ontspan. Dit is de gemakkelijkste houding. Concentreer je op het middel dat je hebt genomen en visualiseer, dat wil zeggen verbeeld je, de plant, of boom, of paddestoel of cactus waarvan het afkomstig is. Wacht tot er een beeld of een beeldenreeks voor je ogen verschijnt. Spreek met jezelf af dat dit de Geest van de plant is en stel jezelf aan deze geest voor. Wees niet verbaasd als je bijvoorbeeld in je fantasie knielt. Wacht tot je voelt dat er een soort energiestroom ontstaat tussen jou en wat je ziet. Dit is niet moeilijk; het gaat als het ware vanzelf. Als je nu een vraag stelt, of aan iets of iemand denkt, begint het beeld te veranderen. Ga daarin mee, laat je rustig drijven op de golven van de stroom. Na verloop van tijd kom je daar terecht waar je wilde zijn. Als je verder wilt, of je drijft weg van waar je was, stel je een nieuwe vraag of je laat je gaan en ziet wel waar je uitkomt.
Kom je ergens terecht waar het je niet bevalt, dan trek je je terug. Lukt dat niet, roep dan de Geest van het middel te hulp. Je vraagt gewoon van binnen, "Geest, help me." Wat er ook gebeurt, laat het middel rustig zijn gang gaan. Drijf mee, zweef mee. Als het natuurlijke middelen zijn en het is je eigen, bewuste keuze geweest om te trippen, en je hebt je gehouden aan de regels van voorzichtigheid en soberheid, zal alles goed gaan. Soms moeten we eerst door moeilijke gebieden heen om vervolgens iets moois mee te maken. Juist op de moeilijke plekken leer je het meest. Daar worden we gewezen op onze zwakheden, fouten en ijdelheden. Alles wat je meemaakt en tegenkomt, kun je je later herinneren, en kun je later verwerken.
De ene keer ga je steeds verder en kom je in de kosmos terecht; een andere keer kom je steeds dichter bij je jezelf, tot je geboorte en daarvoor. Als je eenmaal geleerd hebt te vertrouwen op de Geest van het middel en op jezelf, zijn er geen grenzen meer.