CFH-Advies
Gezien het indicatiegebied zal het gebruik van piritramide in het algemeen beperkt blijven tot de (poli)kliniek.
Eigenschappen
Opiaatagonist met sterk analgetische werking. Werking: i.v. binnen 1-2 min.; i.m./s.c. na 5-15 min., max. na 15 min. Werkingsduur: 4-6 uur. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.
Kinetische gegevens
Metabolisering: in de lever. Eliminatie: via de lever. T1/2el = 2-12 uur.
Indicaties
Hevige pre-, per- en postoperatieve pijn. Als analgeticum in premedicatie.
Contra-indicaties
Acute ademhalingsdepressie. Astma en chronisch obstructieve longziekten, cyanose. Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk. Delirium tremens. Coma, convulsieve aandoeningen. Ileusverschijnselen, galkolieken na galwegoperaties. Terughoudendheid is geboden bij cardiovasculaire aandoeningen, toxische psychose, verminderde ademreserve zoals bij emfyseem, kyfoscoliose en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen.
Zwangerschap/Lactatie
Over het gebruik van deze stof tijdens zwangerschap bij de mens en over de effecten in de dierproef bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te kunnen beoordelen. Op grond van de farmacologische werkzaamheid is schadelijkheid bij gebruik tijdens zwangerschap mogelijk. Wanneer het tijdens de baring aan de moeder wordt toegediend, kan het depressie van de ademhaling bij de pasgeborene veroorzaken.
Bijwerkingen
Meest frequent: sedering, obstipatie, misselijkheid en braken, duizeligheid, (orthostatische) hypotensie. Verder: stemmingsveranderingen, hallucinaties, nachtmerries, zweten, droge mond, visusstoornissen (miosis, dubbelzien), urineretentie en oligurie, spasmen van de galwegen, huidreacties zoals urticaria en pruritus. Ademhalingsdepressie kan optreden. Lokale huidirritatie na i.m. of s.c. injectie.
Interacties
Gelijktijdig gebruik van alcohol, andere centraal depressieve stoffen (zoals anaesthetica, antipsychotica, anxiolytica, hypnotica en sedativa) kan de depressieve werking op het centrale zenuwstelsel versterken (verhoogde kans op ademhalingsdepressie, versterkte sedering).
Waarschuwingen en voorzorgen
Dit preparaat is niet geschikt voor intrathecale of epidurale toediening. Bij ernstige lever- en nierfunctiestoornissen, prostaathyperplasie, hypothyroïdie, onbehandeld myxoedeem, shock en bij ouderen en kinderen moet de dosering worden aangepast. Het gebruik kan leiden tot gewenning en afhankelijkheid. Bij patiënten die gevoelig zijn voor verslavingsziekten is voorzichtigheid geboden. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Als voorzorg kan een wachttijd van ten minste 24 uur in acht worden genomen. Het gelijktijdig of korter dan 2 weken tevoren gebruiken van MAO-remmers moet worden vermeden. Bij postoperatieve ademhalingsdepressie kan op geleide van de reactie 0,1-0,2 mg naloxon i.v. worden toegediend; zo nodig na 2-3 min. herhalen tot gewenst effect intreedt. Deze dosering kan na 45-90 min. worden herhaald.
Overdosering
Symptomen: depressie van het centrale zenuwstelsel (van stupor tot coma), hypothermie, bradycardie, hypotensie en shock. Ernstige ademhalingsdepressie kan optreden bij 60-80 mg piritramide bij voorheen onbehandelde volwassenen en 1 mg/kg bij kinderen.
Therapie: i.v. 0,4 mg naloxon, zo nodig na 2-3 min. herhalen; kinderen: 10 microg/kg lichaamsgewicht. Een spierrelaxans kan nodig zijn als spierrigiditeit optreedt.
Dosering
Piritramide kan i.m., s.c. of i.v. worden toegediend. Wegens ademhalingsdepressie is het noodzakelijk de i.v. toediening te reserveren voor de inductie en het onderhouden van anesthesie en slechts onder beademing toe te passen.
Door de mogelijkheid van tolerantie kan de maximale dagdosering variëren. Bij niet-tolerante patiënten bedraagt de maximale dosering 80 mg/dag, verdeeld over 4 doses.
Premedicatie: i.m.: 0,2-0,3 mg/kg lichaamsgewicht (voor volwassenen gemiddeld 20 mg).
Inductie: i.v.: 0,2-0,3 mg/kg lichaamsgewicht.
Peroperatief: Afhankelijk van het anesthesietype en de vereiste analgesie wordt per keer 0,1-0,4 mg/kg lichaamsgewicht bijgespoten.
Postoperatief: i.m.: 0,2-0,3 mg/kg lichaamsgewicht (voor volwassenen gemiddeld 20 mg). Kinderen vanaf 5 jaar: 0,25 mg/kg lichaamsgewicht. Bij ouderen of bij patiënten in slechte algemene toestand kan het wenselijk zijn de dosis tot 10 mg per keer te beperken.