De roerloze onbewogenheid

Atropa

Bewuste gebruiker
Mijn kleine princess met scherpe nagels
trekt op in fluisterende rook

Onze romantiek is stoïcijns
doch ik bij aanvang swingend in me huls beland

Vluchtig en temporair huppelen we in verrukkelijke opgetogenheid
veren completeren onze warmtegraad, heroïsch kunnen we de leefgemeenschap aan

Ons ogenblik bedaard, alweer zo snel, het wankelen naar een invalide droom
een lege pikzwarte bladzijde, de Engelen wens is louter de slaap van doornroosje

Plompverloren bijkrabbelen, mijn minnaar is geruisloos vertrokken uren terug
de deur staat op een kier, een lief briefje ligt op tafel...
 
Bovenaan