LucidLucy
Verslaafde in herstel
Ik heb eerder al 3 (uitgebreide) verhalen geschreven over mijn verslaving en herstel. Deze zijn hier te vinden:
)
Ik heb in de eerste week van januari een terugval gehad. Voor mij ook een reden om weer terug te blikken en te reflecteren op wat er gebeurt is. En interessanter nog, wat er anders moet. Immers: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.
Nothing changes if nothing changes.
Ik ben daarom tot de conclusie gekomen dat rondhangen op een drugsforum voor mij misschien niet de meest handige keuze is (geweest). Dat het verstandiger voor mij zou zijn als ik hier vertrek, ookal vind ik dat ontzettend jammer. Ik ben na mijn tijd in Zuid-Afrika teruggekomen op het forum om mijn ervaring te delen. Ik heb het vrij recent hier nog gedeeld:
Daarnaast zag je veel leden die naar een kliniek gingen niet altijd meer terug. Ik vroeg me altijd af hoe het deze mensen vergaan is en wat ze geleerd hadden. Ik ben dus teruggekomen om mijn ervaring te delen over mijn pyro-verslaving en mijn herstel (en om mensen te waarschuwen voor de risico’s van pyro’s). Inmiddels geloof ik dat ik dit al wel ruimschoots gedaan heb. Al blijft herstel natuurlijk en voortgaand proces en mag ik blijven leren, elke dag opnieuw.
Ik zou mezelf niet zijn als ik dat niet nog een (laatste) keer kom doen over mijn terugval en hoe ik daar weer uit ben gekomen. Voor sommigen zal deze titel misschien erg bekend voorkomen. Het is de gelijknamige titel van hoofdstuk 10 van de basic tekst van NA en het Big Book van AA (tevens gebruikt door CA). Hoofdstuk 10 is het laatste hoofdstuk, hierna is het boek inhoudelijk uit en volgen enkel nog een aantal ervaringsverhalen van leden uit het fellowship. De titel is dus een knipoog naar een afsluitend hoofdstuk.
Mijn kijk op verslaving
Ik benoem hierboven mijn pyro-verslaving, maar inmiddels zie ik verslaving als een veel groter iets dan een middel-gerelateerde afhankelijkheid. Verslaving is voor mij een storing in mijn denken. Zieke gedachtepatronen die mij altijd weer terugbrengen naar het gebruiken van drugs of een andere manier van vluchten. En dat vluchten kan op eindeloos veel manieren.
My problem is not my drinking, my problem is my thinking!
Kenmerkend voor dit zieke denkpatroon zijn twee dingen:
Sommigen zullen bij het lezen van deze voorbeelden misschien denken dat dit helemaal niets met verslaving te maken heeft. Dat dit gewoon menselijk is. Misschien… Het zou goed kunnen. Waarom ik deze gedragingen toch koppel aan verslaving is omdat het lijkt dat ik er extra gevoelig voor ben. En dit zijn patronen die mij altijd terugbrengen naar gebruik. Het is alsof ‘de ziekte’ zich de kop opsteekt al lang voordat ik daadwerkelijk ga gebruiken. En deze patronen leren doorzien, helpen uiteindelijk om clean te blijven.
Dus al zou het inderdaad niets te maken hebben met verslaving an sich, het heeft wel te maken met herstel van verslaving. (voor mij in elk geval wel)
En deze patronen waren ook precies aan de hand in de maanden voor mijn terugval. En ik heb er niet op tijd naar gehandeld.
Aanloop naar de terugval
Een groot onderdeel van de opbouwende druk was mijn verhuizing. In mijn oude woonplaats had ik inmiddels een hele hechte kring mensen om me heen opgebouwd. En dit veilige vangnet lag nu ineens minimaal een uur verderop. Ik mistte de praat na de meetings, de leuke activiteiten, zorgeloosheid over hoe laat ik naar huis zou gaan, etc. En ik mistte ook wel de sterke sfeer van herstel, die in mijn nieuwe woonomgeving (nog) een stuk fragieler is.
En juist op dit vlak ben ik ziek in de controle gaan zitten. Dat wat ik in mijn oude woonplaats had, wilde ik opnieuw creëren. En wel NU. Ik heb daar veel energie ingestoken. Terwijl die sfeer, die hechte club die ontstaat helemaal niet iets is waar ik controle over heb. En uiteindelijk heb ik me soms eenzaam gevoeld.
Dit alles zijn geen redenen om weer te gaan gebruiken. Dat is onzin. Wat wel de reden is, is hoe ik ermee om ben gegaan. Ik heb mezelf niet op tijd uitgesproken. Ik heb niet vrijwel dagelijks volledig open en eerlijk gedeeld wat er in me omging. En dit is gaan groeien. Daarmee groeit ook de eenzaamheid en ga ik mezelf meer afsluiten. Dit is natuurlijk een vicieuze cirkel. Tot ik mezelf dusdanig geïsoleerd heb, dat ik ook niets meer doe met gebruikersgedachten en ga spelen met het idee om drugs te bestellen.
Tegen die tijd worden ook de beelden in mijn hoofd sterker. Ik zie voor me hoe die gouden druppel duivelssap op de folie naar beneden rolt, terwijl ik met mijn rietje de rook naar binnen zuig. Of hoe ik vakkundig de glazen pijp boven het kaarsvlammetje heen en weer rol om de meest optimale hit naar binnen te krijgen. Heel voorzichtig om het spul niet te verbranden, maar in één keer zo hard mogelijk te verdampen. Ik voel al bijna hoe die eerste hit voelt, als een orgasme tot de vierde macht.
En uiteindelijk breek ik… Ik ga hoe dan ook bestellen. Ergens bedenk ik me ook dat het een fucking domme actie is. Maar het weekeind komt er bijna aan en ik weet niet of ik die paar dagen extra nog trek met die beelden in m’n kop. Dus mijn hoofd bedenkt hét fantastische excuus om mezelf gerust te stellen. “Weet je, ik bestel gewoon. Dan is het er morgen. En ik kan het morgen altijd nog terugsturen, maar dan ligt het vast klaar.”
Iedereen met een beetje verstand kan zien dat dat de grootste onzin is natuurlijk. Het is tekenend voor de onbalans in mijn denken, voor de krankzinnigheid, de waanzin. Maar deze excuusjes zijn al meermaals gestapeld tot we tot dit punt komen. De eerste keer dat ik ging spelen met het idee om te gebruiken begon dat met een entactogeen en een disso; bijvoorbeeld 5-MAPB + o-pce. “Dat kan toch wel een keertje? Daarmee loopt het niet meteen zo uit de hand?”
Grenzen worden opgerekt en vervagen. Excuusje op excuusje volgt, tot ik uiteindelijk op dat punt kom dat ik ga bestellen onder het mom dat ik het alsnog kan terugsturen. Ik bestel geen a-pihp, want daarvan weet ik dat het uit de hand ga lopen, maar ik weet mezelf wel over te halen om NEP te bestellen.
De terugval
Op woensdag 3 januari begonnen kreeg ik mijn pakketje binnen. Diezelfde avond had ik een NA meeting en zelfs Business Meeting. Toch wilde ik de NEP even ‘uitproberen’. Ookal weet ik rationeel natuurlijk dat dit helemaal niet kan. Mijn gezonde denkwijze was op dat moment al heel erg ver weg. Dit heeft erin geresulteerd dat ik de meeting onder invloed heb bijgewoond en zelfs de business meeting onder invloed heb voorgezeten. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om eerlijk op te biechten wat er gebeurd was en wat ik van plan was. Ik zat al zover in afzondering en zelfisolatie van wat werkelijk in me omging. Ik ging hoe dan ook verder met gebruiken.
En dat is dan ook gebeurd. Ik ben doorgaan met het gebruiken van NEP en nu ik eenmaal de smaak te pakken had, heb ik een tweede bestelling geplaatst. Deze keer wél met a-PiHP. Gekozen voor same-day-delivery zodat ik het zo snel mogelijk in huis had. Uiteindelijk ben ik 6 dagen achter elkaar doorgegaan met gebruiken
6 dagen zonder slaap
6 dagen op twee peren en een half bord curry
In deze 6 dagen heb ik NEP, a-PiHP, 2-mmc, 5-MAPB, o-pce, 2-fma en o-dsmt gebruikt. En uiteraard niet heel veel anders gedaan als gebruiken en stimfappen.
De dagen en nachten vervagen. Ik weet zelf amper meer wat er precies in deze dagen is gebeurd. Alle dagen lijken op elkaar. Het is eigenlijk alleen maar meer van hetzelfde: gebruiken, porno, stimfappen, schrikken van geluiden, verbergen voor niet-bestaande pottenkijkers. Eenzaam, angstig en volledig van de wereld.
In een wanhopige poging die echte rush nog te voelen bereid ik een shot voor. Ondanks dat ik er ontzettend bang voor ben, wordt ik gestuurd door mijn verslaving. Door het verlangen om die rush te voelen. Ik denk terug aan mijn overdosissen… Ik besluit voorzichtig te doseren. Het eerste shot was vrij snel raak, maar ondergedoseerd. En zo heb ik nog twee shots bereid, maar hoger in dosis. Deze kreeg ik veel moeilijker raak. En ik voel weer wat voor ellende het is voor mij om IV te gebruiken. Mijn aders zijn echt lastig te bereiken (zelfs voor professionals). Na deze shots zie ik in dat het nutteloos is, ik kan beter blijven roken. Maar daarvan is het effect alweer ondermaats. En meteen begrijp ik weer waarom ik clean door het leven ga. Drugsgebruik is niet meer voor mij weggelegd. Toch ga ik stug door met mijn pijp.
Uiteindelijk raakt de maandag in zicht, mijn vakantie was voorbij. Ik moest weer gaan werken. Inmiddels was ik al 5 dagen wakker en ik wist dat ik zo niet op mijn werk kon verschijnen. Ik licht mijn leidinggevende in dat ik die dag thuis zou werken. Ik had alleen een online afspraak staan met een collega. Verder is er van werken natuurlijk nauwelijks iets gekomen. De onhanteerbaarheid van mijn leven is wéér zo ontzettend duidelijk. Ik kan helemaal niets meer, ben weer compleet een slaaf van de drugs en verslavende gedragingen. Compleet gevangen, compleet vast.
Kriya: het huilen van de ziel
De wanhoop begint toe te slaan en meer dan eens begon ik te huilen. Ik huil nooit… Zelfs om het overlijden van mijn vader heb ik nog amper een traan kunnen laten. En zelfs dit was pas twee jaar na zijn dood. Maar de wanhoop is groot op dit moment. Voor m’n gevoel heb ik alles verneukt: mijn baan, mijn herstel, mijn huis, mijn financiën, het vertrouwen van mijn fellows, vrienden en familie, mezelf… Alles is kapot…
In mijn hoofd begint er een tweestrijd te ontstaan. Moet ik het eerlijk gaan vertellen? Of ruim ik alles op en ga ik woensdag naar de meeting alsof er nooit iets gebeurd is? Ik kan het niet, ik wil het niet! Wéér dat witte muntje ophalen, wéér die schaamte, wéér dat verdriet, wéér die lastige eerste weken na een terugval. Een periode waarin ik soms dagenlang nergens puf voor heb, en andere dagen zoveel energie dat ik niet kan slapen. Mijn gedachten racen op een snelheid zoals alleen kan in dit soort mentale dieptepunten, typerend voor a-pihp. Van de hak op de tak en van onderwerp naar onderwerp. Gedachten niet af kunnen maken of er dient zich alweer iets nieuws aan. En zo wordt ik meegezogen in de draaikolk van gedachtestromen die niets oplossen, maar me mentaal alleen maar verder vastzetten.
Ergens op de maandag raakte mijn voorraad a-pihp op. Ik ging verder op de NEP en 2-mmc, maar de vermoeidheid begon de boventoon te nemen. Ik wist dat ik iets van actie moest gaan ondernemen; of opruimen en doen of er niets aan de hand is of eerlijk een fellow opbellen. Ik weet in elk geval dat ik dit gevoel, die eenzaamheid en die wanhoop, nooit meer mee wil maken. Dus ik moet stoppen, hoe dan ook! Onbewust besluit ik deze keuze voor me uit te schuiven.
Voor me zie ik weer een wit brokje op de grond liggen. “Hey, alfa!” Ik raap het op om op de folie te gooien. Raak! Maar veel doet het niet meer. Ik zie nog veel meer brokjes liggen. Op de grond, rond het fornuis, op tafel. Ik spaar ze op en gooi het wederom op de folie. Gadverdamme! Niet raak. Luttele seconden later sta ik weer wat brokjes op te rapen. Ik ben inmiddels zeer bekend met deze vorm van obsessief denken: tapijtsurfen. Als ik niets doe, kan dit dagen of zelfs weken aanhouden. En ik besluit om in de actie te komen (hier verschijnen de eerste tekenen van Stap 1).
Ik pak de dweil en begin de vloer te dweilen. Vervolgens alles poetsen en stofzuigen. Alles rondom de plekken waar ik gebruikt heb. Ik weet dat dit helpt voor mijn gemoedsrust. Immers, als alles gepoetst is, kan er ook geen brokje drugs meer liggen. Het helpt me om uit de destructieve obsessie te komen van het tapijtsurfen, naar een minder destructieve obsessie: schoonmaken.
Ondertussen blijf ik NEP en 2-mmc gebruiken om mezelf staande te houden. Na het schoonmaken kruip ik onder de douche. Ik neem mijn pijp mee onder de douche om de laatste hits te nemen en daarna met het douchewater schoon te maken. Maar in plaats daarvan laat ik hem in de douchecabine op de tegelvloer vallen… Zucht… Ook dat nog….
Ik pak de stofzuiger om de glasscherven weg te zuigen en daarna alsnog, zonder pijp, te gaan douchen. Op twee momenten voel ik een stukje glas mijn voetzool in gaan. Deze weet ik er gelukkig snel uit te krijgen en de schade valt mee, hoewel het wel een beetje bloed. Ik weet niet wat er harder stroomt; het water uit de douchekop of de tranen die over mijn wangen rollen. Ondertussen racen mijn gedachten over angsten en onzekerheden waar ik mee loop. Dingen waar ik me voor schaam. Dit moeten de dingen zijn waarop ik terug ben gevallen. Ineens lijkt het zo glashelder, maar snap ik er tegelijkertijd ook geen reet meer van. Ik zit er zo verschrikkelijk doorheen. Ik kan niet meer… Ik ben helemaal op…
Gelukkig was mijn NEP en 3-mmc ook op en besluit ik naar bed te gaan. Toch zat me iets niet lekker. Ik zou zweren dat ik nog meer NEP had, maar uiteindelijk doet het er niet meer toe. Het is over en uit. Diep van binnen weet ik dat eerlijkheid het enige is dat me nog kan redden, maar ik besef het me nog niet. Als ik morgen niet meer wakker word, is het óók oké. Dan zijn we in elk geval verlost uit deze ellende.
Als ik eenmaal in bed lig wordt ik overvallen door de schaduwfiguren. Ik zie overal schimmen en voel me onveilig. Ik zet mijn wake-up light aan en de schaduwen worden zwakker. Zwak genoeg om in elk geval een paar uurtjes te gaan slapen, ondanks de grote hoeveelheden drugs in mijn systeem en mijn mentale staat.
Samen krijgen we voor elkaar, wat ons in ons eentje niet lukt
De volgende ochtend open ik mijn ogen en ga rechtop in bed zitten. Ik open de Just For Today (een dagelijkse hersteltekst) op mijn telefoon en begin deze te lezen. Vervolgens stap ik uit bed, maak mijn bed op en open het rolluik. Ik zie dat het prachtig mooi weer is en wordt overvallen door een blij en gelukzalig gevoel. Dit is hét gevoel wanneer ik voel dat er een hogere macht werkzaam is in mijn leven. Als ik naar beneden loop om te ontbijten, besef ik me ineens dat ik ben opgestaan zoals een herstellende verslaafde hoort op te staan. En dat ik nog geen moment heb gedacht aan drugs. Ik weet dat ik nog 5-MAPB, o-pce, o-dsmt, 2-fma en zelfs nog een zakje onaangebroken DCK heb liggen, maar om de een of andere reden heb ik geen enkele behoefte om het te nemen.
Al vrij snel keert het om en slaat de eenzaamheid, verdriet en wanhoop weer toe. Ik besef me dat het zo niet verder kan en dat ik eerlijk moet gaan zijn. Maar ik wil het niet, ik kan het niet… Ik ga precies weer verder in dezelfde tweestrijd als waar ik gisteren gebleven was. Wéér schuif ik de beslissing voor me uit. Deze keer door me op mijn werk te storten. Of tenminste, dat probeer ik. Maar een drie dagen oude pannenkoek heeft een betere spanningsboog dan ik op het moment. Van werken komt niets terecht en de helft van de tijd zit ik stilletjes te huilen.
Wéér kom ik op een punt dat ik voel dat het zo niet verder kan. Ik denk terug aan de hele gedachtentrein die gisteren voorbij is gekomen. Hoe daarin voor kwam dat ik dingen anders moet gaan doen. Dat dat inhoudt dat ik waarschijnlijk afstand moet gaan nemen van Drugsforum, dat ik overduidelijk een nieuwe sponsor moet gaan zoeken. En ik hak de knoop door… Ik moet eerlijk zijn. Nee ik wil eerlijk zijn, want ik wil leven. Ik wil leven zonder die angst en schaamte, zonder het geheim dat ik ben teruggevallen. Ik kan het niet meer alleen. (Zie hier, de eerste tekenen van stap 2)
Ik besluit een nummer te bellen van een fellow die ik nauwelijks ken. Ik was hem de laatste tijd regelmatig tegengekomen; 15+ jaar clean en een hele kalme uitstraling. Hem wil ik als sponsor hebben, dus we gaan ervoor. Zodra hij opneemt, weet ik nauwelijks een woord uit te brengen. Ik besef me dat ik 6 dagen lang ook niemand heb gesproken, niet uit huis ben geweest. En ik begin ook heel hard te huilen. Ondertussen probeer ik mijn verhaal te doen. En ik voel dat hij naar beste kunnen mij probeert te helpen, maar het hielp niets. Na het gesprek voelde ik me nog slechter dan voorheen en hij was op dit moment ook niet beschikbaar als sponsor.
Ik besluit een tweede persoon te bellen. Een vrouwelijke fellow die ik een stuk beter ken. Ook al lang in het programma maar heeft recent opgebiecht dat ze haar ADHD medicatie niet naar voorschrift heeft gebruikt en daarom opnieuw is gaan tellen (en dus het bijbehorende witte muntje heeft opgehaald). Als iemand recent nog heeft meegemaakt hoe kut het is, is zij het wel. Dit blijkt de beste keuze die ik deze dag kon maken. Het gesprek hielp enorm. Wederom begon ik huilend, maar ze wist precies die dingen te zeggen die ik nodig had. Hoe het gesprek precies verliep weet ik niet meer, maar ze steunde me. Ze wees me niet af. Die angst die ik gisteren had; dat ik alles volledig verneukt had, dat ik alles kwijt was. Die wist ze met een aantal simpele, lieve woorden te weerleggen. En waarschijnlijk was ze daar zelf niet eens bewust van. Dat is de magie van twee verslaafden die met elkaar bellen. Vaak gaat het niet eens om wat je zegt, maar soms klikt het gewoon en valt alles op zijn plek.
Tijdens het gesprek kalmeerde ik en ze vroeg me of ik nog middelen in huis had. Ja die had ik wel. “Wil je er vanaf?”. Een kort moment aarzel ik, maar ik zie de afgelopen dagen aan me voorbij gaan en direct stem ik in. “Zal ik anders met je aan de telefoon blijven tot je alles hebt weggegooid?”. Ik sta op uit mijn stoel en ga meteen al mijn verstopplekjes af waar de middelen liggen. 5 zakjes weet ik te vinden. Ik lees de cijfer- en lettercombinaties op de zakjes, maar het dringt nauwelijks binnen. Dit is alles…
Ook mijn resterende pijpje, spuitjes, naalden en andere attributen verdwijnen in de vuilniszak. Als ik ervan overtuigd ben dat ik alles heb, loop ik met de vuilniszak de voordeur uit. Gelukkig is de ondergrondse container niet ver weg. Met een zware ‘kloenk’ verdwijnt die troep naar een plek waar ik er niet meer bij kan. We kletsen nog wat verder over de telefoon. Ik spreek nog wat dingen uit waar ik tegenaan loop, dat ik aan alles begin te twijfelen. Het ene moment vind ik het zo ontzettend fijn dat ik mijn eigen huisje heb, het volgende moment trek ik al mijn beslissingen van het afgelopen jaar in twijfel. Waarom ben ik zo ver weg gaan wonen? Het is hier toch ook maar een troosteloze buurt he? Er zijn hier amper meetings en het fellowship is zo fragiel? Had ik niet juist ander werk moeten zoeken? Ik bespreek mijn hele identiteitscrisis en krijg geruststellende woorden terug.
Daarna vertel ik dat ik ook zo ontzettend baal. Ik had de afgelopen maanden zo keihard gewerkt en was toe aan vakantie. En de eerste week zat zó vol met sociale afspraken dat ik niet toekwam aan tijd voor mezelf. Allemaal hele leuke afspraken, maar het vreet toch energie. En ik had een lego set gekocht om de tweede week lekker tijd in te ruimen voor mezelf: me-time. En dan flik ik dit! Wordt ik alsnóg geleefd, maar ditmaal door mijn verslaving. Ik baal zo van mezelf…
‘Luxe problemen’ krijg ik terug, net als een groot deel van de andere zaken waar ik tegenaan loop. En ik weet dat ze gelijk heeft. Ik heb een kei mooi huis in een prima buurt. Ik heb een super baan met veel afwisseling en uitdaging. Ik kan elke dag lekker eten en ik hoef nooit eenzaam te zijn. Ik heb een prachtig netwerk van mensen die me steunen, alleen wonen de meesten nu ietsje verder weg. So what… Pak die telefoon wat vaker op…
Dit tweede telefoongesprek heeft me heel erg goed gedaan en ik voel me letterlijk lichter. Inmiddels praten we alweer over iets luchtigere dingen. Ondertussen zijn we al 3 kwartier aan het bellen, tijd om maar eens af te ronden. Ze vraagt me of ik mezelf nu red, geeft me nog de suggestie om naar een meeting te gaan en uiteindelijk hangen we op.
Een fysieke meeting pakken wordt lastig. Ik heb weinig energie en kan mijn aandacht niet goed vasthouden. Ook wil ik even wat groentes binnen krijgen, dus zal nog iets moeten koken. Ineens kom ik op het idee om roti te bestellen. Ik open thuisbezorgd om het menu te bekijken. Mijn gedachten gaan zó snel en warrig. Na elke klik dwalen mijn gedachten af tot ik een paar seconden later mezelf erop betrap dat ik aan het dromen ben. “Oh wacht, ik was eten aan het bestellen.” – klik – en ik droom weer weg. Deze cirkel blijft zich nog zo’n halfuur herhalen en het is me nog steeds niet gelukt eten te bestellen. De gevolgen van het gebruik zijn weer hevig merkbaar. Het maakt me droevig.
Ik bedacht me dat ik nog roti in de diepvries had liggen en besluit die maar in de pan te gooien. Roti vellen had ik niet, enkel tortilla’s. Dus bij deze vast mijn excuses voor de blasfemie die ik hier begaan heb. Al met al heb ik wel echt genoten van het eerste fatsoenlijke voedsel dat ik in dagen gegeten heb. Ondertussen was ik al achter de laptop gekropen om een online NA meeting bij te wonen. Zo snel mogelijk weer landen in het programma. Lukt dat niet fysiek, dan maar online. Ik tref daar, heel ‘toevallig’, wat fellows die een belangrijke rol hebben gespeeld in de eerste maanden toen ik NA binnenkwam. En uiteindelijk was het een hele toffe meeting die me ook weer even met beide benen op de grond wist te zetten.
Had je daar niet wat eerder aan kunnen denken?
Na de meeting werd ik opgebeld door een fellow en inmiddels goede vriend. Of ik mee zou gaan klimmen komend weekend. Zeker wil ik dat!
Ik weet ook dat ik eerlijk moet zijn en vertel hem van mijn terugval. Het blijft even stil aan de telefoon. Ik merk dat hij geschrokken en aangedaan is. Hij geeft aan dat hij blij is dat ik eerlijk ben. En blij dat ik het weer op wil pakken. En vervolgens praten we er wat verder over. Ik merk dat hij iets wil zeggen, maar hij krabbelt terug en zegt: nee, laat maar.
Maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik wil wel weten wat er in hem omgaat. Dus ik geef aan dat hij het gerust mag vertellen, dat ik wil weten wat er in hem omgaat. Hij is boos en verdrietig. Niet per sé op mij, maar wel op de situatie. Hij vraagt me of ik wel zie wat dit met de mensen om me heen doet. En ik geef aan dat ik me goed kan voorstellen dat hij boos, verdrietig en geschrokken is. Als de situatie was omgedraaid, had ik waarschijnlijk hetzelfde gevoeld.
"Had je daar niet wat eerder aan kunnen denken? Voordat je ging gebruiken?"
Zo..... Die kwam wel even binnen. Ik blijf een tijdje stil aan de telefoon. Daarna bedank ik hem voor zijn eerlijkheid. En we praten nog wat door over de situatie. Open, ongefilterd. Op een niveau zoals ik nooit eerder met andere mensen gepraat heb. Ja in de kliniek misschien, onder dwingende ogen van de psycholoog. Maar niet op deze manier. Een-op-een, uit vrije wil...
Ik merk dat ik het heel erg prettig vind. Ondanks dat het heel erg ongemakkelijk is. En ik ben ontzettend dankbaar voor dit gesprek. Dit is precies wat ik even moest horen.
Good old friend
Na nog een lekkere bak thee, heb ik me opgemaakt om naar bed te gaan. Ik probeer niet teveel na te denken over wat er komen gaat. Ik weet dat de schaduwmonsters weer op me liggen te wachten. Ik weet dat ik moeite ga hebben met slapen. Ergens heb ik spijt dat ik mijn bromazolam heb weggegooid. Maar ik weet dat het niet de oplossing is. Ik heb er ook niet echt zucht naar. Ik laat weer mijn nachtlampje aan, sluit mijn ogen en voel mezelf wegdrijven.
Dan kruipt me ineens een vaag gevoel van angst. Het gevoel groeit. Ik voel dat ik niet alleen ben, dat ik bekeken wordt, dat er een entiteit rond mijn bed loopt. Ik weet me ervan te weerhouden om mezelf om te draaien en te kijken. Ik weet toch al hoe ie eruit ziet. Een lang figuur met slungelige armen en benen, nog zwarter dan des schaduwen waar hij in gehuld gaat. Zijn hoofd is lang gerekt en gespitst, met puntige witte tanden. Aan zijn lange armen heeft hij scherpe klauwen als zwaarden, meer dan 30cm lang.
Plotseling voel ik hem zijn klauw in mijn rug boren. Ik voel hoe het langs mijn ruggenwervels naar binnen boort en er bij mijn buik weer naar buiten komt. Ik wil schreeuwen, maar weet mezelf in te houden, het geluid zou er toch niet uit komen. Ik blijf gewoon stil liggen en val na een tijdje alsnog in slaap, ondanks de angst.
- Mijn zoektocht naar herstel (en plezier in het leven)
- Mijn rock-bottom - α-P(i)HP verslaving
- Mijn ervaring met injecteren van pyro's (of andere corrosieve RC's)
Deel 4: More will be revealed
Het zal sommigen van jullie misschien niet ontgaan zijn dat ik in januari 3 weken afwezig ben geweest van het forum. Of dat ik me de laatste tijd anders heb opgesteld in mijn berichten. Sommigen van jullie ís het ook niet ontgaan haha 😉Ik heb in de eerste week van januari een terugval gehad. Voor mij ook een reden om weer terug te blikken en te reflecteren op wat er gebeurt is. En interessanter nog, wat er anders moet. Immers: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.
Nothing changes if nothing changes.
Ik ben daarom tot de conclusie gekomen dat rondhangen op een drugsforum voor mij misschien niet de meest handige keuze is (geweest). Dat het verstandiger voor mij zou zijn als ik hier vertrek, ookal vind ik dat ontzettend jammer. Ik ben na mijn tijd in Zuid-Afrika teruggekomen op het forum om mijn ervaring te delen. Ik heb het vrij recent hier nog gedeeld:
Ik ben er zelf mee door begonnen door het vrij positieve beeld dat destijds op het forum hing rondom a-php, a-pihp en MDPHP. Dat i.c.m. het vooruitzicht dat ik de kliniek in zou gaan en toch 'voorgoed zou stoppen'. Dus kon ik best wel een keertje proberen 'wat er nu zou boeiend was' aan dit middel.
Het gaf me het idee dat die horrorbeelden uit de Amerikaanse media totaal niet klopten met de werkelijkheid. Oké, misschien klopten die ook niet helemaal, want ik ben nog nooit door een autoruit gesprongen.
Maar to be fair: iedereen die er destijds positief over was, is in zeer rap tempo in een kliniek beland. Inclusief ikzelf. En lollig was de weg er naartoe zeker niet.
Ik weet niet of ik er ooit aan begonnen was als ik die positieve verhalen niet had gelezen. Maargoed, DF is geen krant, schreef niet louter negatief en ik reken mezelf niet tot die kwetsbare groep. Dus dat is lastig vergelijken natuurlijk.
Daarnaast zag je veel leden die naar een kliniek gingen niet altijd meer terug. Ik vroeg me altijd af hoe het deze mensen vergaan is en wat ze geleerd hadden. Ik ben dus teruggekomen om mijn ervaring te delen over mijn pyro-verslaving en mijn herstel (en om mensen te waarschuwen voor de risico’s van pyro’s). Inmiddels geloof ik dat ik dit al wel ruimschoots gedaan heb. Al blijft herstel natuurlijk en voortgaand proces en mag ik blijven leren, elke dag opnieuw.
Ik zou mezelf niet zijn als ik dat niet nog een (laatste) keer kom doen over mijn terugval en hoe ik daar weer uit ben gekomen. Voor sommigen zal deze titel misschien erg bekend voorkomen. Het is de gelijknamige titel van hoofdstuk 10 van de basic tekst van NA en het Big Book van AA (tevens gebruikt door CA). Hoofdstuk 10 is het laatste hoofdstuk, hierna is het boek inhoudelijk uit en volgen enkel nog een aantal ervaringsverhalen van leden uit het fellowship. De titel is dus een knipoog naar een afsluitend hoofdstuk.
Mijn kijk op verslaving
Ik benoem hierboven mijn pyro-verslaving, maar inmiddels zie ik verslaving als een veel groter iets dan een middel-gerelateerde afhankelijkheid. Verslaving is voor mij een storing in mijn denken. Zieke gedachtepatronen die mij altijd weer terugbrengen naar het gebruiken van drugs of een andere manier van vluchten. En dat vluchten kan op eindeloos veel manieren.
My problem is not my drinking, my problem is my thinking!
Kenmerkend voor dit zieke denkpatroon zijn twee dingen:
- Obsessieve gedachten
- Niet kunnen stoppen wanneer je eenmaal bent begonnen
Een paar weken terug had ik eindelijk mijn espressomachine gekocht. Maar daarvoor ben ik toch nog even 2 uur bezig geweest met uitzoeken of ik toch niet een ander apparaat moest kopen. Welke accessoires ik wilde. Of ik meteen ergens even bonen ging bestellen, etc. Dit is voor mij al een kenmerk dat mijn ziekte actief is: obsessief denken en niet kunnen stoppen. Dit zit ‘m dus niet eens in het gebruiken van drugs.
Een paar dagen terug wéér een concreet voorbeeld: ik had blijkbaar nog een NS fiets te leen omdat ik deze compleet vergeten was. (Dan zullen de meeste mensen wel denken: hoe vergeet je zoiets? Dat is toch wel echt heel erg lomp? Jup… That’s me!) Ik had die dag een afspraak bij de HA in mijn oude woonplaats. Ik ben daar niet gewend een OV-fiets te hebben, maar vanwege deze afspraak had ik ‘m nodig. Daarna bij m’n moeder geweest en voor de meeting nog even een frietje gehaald bij de friettent om de hoek van de meeting. Na de meeting zijn we gezamenlijk nog ergens wat gaan eten en ben ik met iemand meegereden in de auto. Hij heeft mij weer op het station afgezet en voila, ik vergeet die fiets.
Maargoed, ik kreeg dus twee weken nadien een mail dat ik die fiets nog te leen had en dat ik deze snel moest terugbrengen anders wordt er €350,- in rekening gebracht. Ik raakte hier ontzettend boos en gefrustreerd van; op de NS. Uiteindelijk weet ik dat die boosheid op mezelf en mijn eigen lompigheid is gericht. Maar de eerste reactie is als vanouds: ik ben onschuldig, zij zijn de boosdoeners. Mij wordt het leven zuurgemaakt. De hele wereld is tegen mij!
In mijn hoofd was ik al van alles aan het bedenken. Ik ga telefonisch onderhandelen over de huurprijs van die 14 dagen (á €130 ofzo) en houd die fiets als onderpand. Of ik betaal die €350 wel en zet ‘m op marktplaats of ik verhuur ‘m aan studenten. En nog meer onzin die ik beter niet op een openbaar forum opschrijf.
Ik heb toen iemand gebeld om mezelf uit te spreken over deze situatie. Dit hielp enorm en de boosheid leek zich om te zetten in blijheid. Wel die enorme lading vurige energie, maar in iets positiefs. Supervet! Ondertussen was ik er in mijn hoofd nog steeds mee bezig. En op de meeting uitte zich dat ook in dat ik vooral met mezelf bezig was. Men vraagt aan mij hoe het gaat en ik doe m’n verhaal, maar de ander vragen hoe het gaat, schiet erbij in. Een fellow en inmiddels goede vriend had die dag een sollicitatiegesprek gehad wat hij super spannend vond. Normaal zou ik hiernaar vragen, maar dat ontschoot me doordat ik nog zo met die situatie bezig was.
Tijdens de meeting kalmeert dat dan en keer ik weer naar buiten toe. En dan zie ik ineens dat ik zo obsessief aan het denken was, dat ik helemaal niet meer met mijn naasten en omgeving bezig ben. Verslaafd aan denken. En dit obsessieve is wat voor mij zo kenmerkend is aan verslaving.
Maargoed, ik kreeg dus twee weken nadien een mail dat ik die fiets nog te leen had en dat ik deze snel moest terugbrengen anders wordt er €350,- in rekening gebracht. Ik raakte hier ontzettend boos en gefrustreerd van; op de NS. Uiteindelijk weet ik dat die boosheid op mezelf en mijn eigen lompigheid is gericht. Maar de eerste reactie is als vanouds: ik ben onschuldig, zij zijn de boosdoeners. Mij wordt het leven zuurgemaakt. De hele wereld is tegen mij!
In mijn hoofd was ik al van alles aan het bedenken. Ik ga telefonisch onderhandelen over de huurprijs van die 14 dagen (á €130 ofzo) en houd die fiets als onderpand. Of ik betaal die €350 wel en zet ‘m op marktplaats of ik verhuur ‘m aan studenten. En nog meer onzin die ik beter niet op een openbaar forum opschrijf.
Ik heb toen iemand gebeld om mezelf uit te spreken over deze situatie. Dit hielp enorm en de boosheid leek zich om te zetten in blijheid. Wel die enorme lading vurige energie, maar in iets positiefs. Supervet! Ondertussen was ik er in mijn hoofd nog steeds mee bezig. En op de meeting uitte zich dat ook in dat ik vooral met mezelf bezig was. Men vraagt aan mij hoe het gaat en ik doe m’n verhaal, maar de ander vragen hoe het gaat, schiet erbij in. Een fellow en inmiddels goede vriend had die dag een sollicitatiegesprek gehad wat hij super spannend vond. Normaal zou ik hiernaar vragen, maar dat ontschoot me doordat ik nog zo met die situatie bezig was.
Tijdens de meeting kalmeert dat dan en keer ik weer naar buiten toe. En dan zie ik ineens dat ik zo obsessief aan het denken was, dat ik helemaal niet meer met mijn naasten en omgeving bezig ben. Verslaafd aan denken. En dit obsessieve is wat voor mij zo kenmerkend is aan verslaving.
Sommigen zullen bij het lezen van deze voorbeelden misschien denken dat dit helemaal niets met verslaving te maken heeft. Dat dit gewoon menselijk is. Misschien… Het zou goed kunnen. Waarom ik deze gedragingen toch koppel aan verslaving is omdat het lijkt dat ik er extra gevoelig voor ben. En dit zijn patronen die mij altijd terugbrengen naar gebruik. Het is alsof ‘de ziekte’ zich de kop opsteekt al lang voordat ik daadwerkelijk ga gebruiken. En deze patronen leren doorzien, helpen uiteindelijk om clean te blijven.
Dus al zou het inderdaad niets te maken hebben met verslaving an sich, het heeft wel te maken met herstel van verslaving. (voor mij in elk geval wel)
En deze patronen waren ook precies aan de hand in de maanden voor mijn terugval. En ik heb er niet op tijd naar gehandeld.
Aanloop naar de terugval
Een groot onderdeel van de opbouwende druk was mijn verhuizing. In mijn oude woonplaats had ik inmiddels een hele hechte kring mensen om me heen opgebouwd. En dit veilige vangnet lag nu ineens minimaal een uur verderop. Ik mistte de praat na de meetings, de leuke activiteiten, zorgeloosheid over hoe laat ik naar huis zou gaan, etc. En ik mistte ook wel de sterke sfeer van herstel, die in mijn nieuwe woonomgeving (nog) een stuk fragieler is.
En juist op dit vlak ben ik ziek in de controle gaan zitten. Dat wat ik in mijn oude woonplaats had, wilde ik opnieuw creëren. En wel NU. Ik heb daar veel energie ingestoken. Terwijl die sfeer, die hechte club die ontstaat helemaal niet iets is waar ik controle over heb. En uiteindelijk heb ik me soms eenzaam gevoeld.
Dit alles zijn geen redenen om weer te gaan gebruiken. Dat is onzin. Wat wel de reden is, is hoe ik ermee om ben gegaan. Ik heb mezelf niet op tijd uitgesproken. Ik heb niet vrijwel dagelijks volledig open en eerlijk gedeeld wat er in me omging. En dit is gaan groeien. Daarmee groeit ook de eenzaamheid en ga ik mezelf meer afsluiten. Dit is natuurlijk een vicieuze cirkel. Tot ik mezelf dusdanig geïsoleerd heb, dat ik ook niets meer doe met gebruikersgedachten en ga spelen met het idee om drugs te bestellen.
Tegen die tijd worden ook de beelden in mijn hoofd sterker. Ik zie voor me hoe die gouden druppel duivelssap op de folie naar beneden rolt, terwijl ik met mijn rietje de rook naar binnen zuig. Of hoe ik vakkundig de glazen pijp boven het kaarsvlammetje heen en weer rol om de meest optimale hit naar binnen te krijgen. Heel voorzichtig om het spul niet te verbranden, maar in één keer zo hard mogelijk te verdampen. Ik voel al bijna hoe die eerste hit voelt, als een orgasme tot de vierde macht.
En uiteindelijk breek ik… Ik ga hoe dan ook bestellen. Ergens bedenk ik me ook dat het een fucking domme actie is. Maar het weekeind komt er bijna aan en ik weet niet of ik die paar dagen extra nog trek met die beelden in m’n kop. Dus mijn hoofd bedenkt hét fantastische excuus om mezelf gerust te stellen. “Weet je, ik bestel gewoon. Dan is het er morgen. En ik kan het morgen altijd nog terugsturen, maar dan ligt het vast klaar.”
Iedereen met een beetje verstand kan zien dat dat de grootste onzin is natuurlijk. Het is tekenend voor de onbalans in mijn denken, voor de krankzinnigheid, de waanzin. Maar deze excuusjes zijn al meermaals gestapeld tot we tot dit punt komen. De eerste keer dat ik ging spelen met het idee om te gebruiken begon dat met een entactogeen en een disso; bijvoorbeeld 5-MAPB + o-pce. “Dat kan toch wel een keertje? Daarmee loopt het niet meteen zo uit de hand?”
Grenzen worden opgerekt en vervagen. Excuusje op excuusje volgt, tot ik uiteindelijk op dat punt kom dat ik ga bestellen onder het mom dat ik het alsnog kan terugsturen. Ik bestel geen a-pihp, want daarvan weet ik dat het uit de hand ga lopen, maar ik weet mezelf wel over te halen om NEP te bestellen.
De terugval
Op woensdag 3 januari begonnen kreeg ik mijn pakketje binnen. Diezelfde avond had ik een NA meeting en zelfs Business Meeting. Toch wilde ik de NEP even ‘uitproberen’. Ookal weet ik rationeel natuurlijk dat dit helemaal niet kan. Mijn gezonde denkwijze was op dat moment al heel erg ver weg. Dit heeft erin geresulteerd dat ik de meeting onder invloed heb bijgewoond en zelfs de business meeting onder invloed heb voorgezeten. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om eerlijk op te biechten wat er gebeurd was en wat ik van plan was. Ik zat al zover in afzondering en zelfisolatie van wat werkelijk in me omging. Ik ging hoe dan ook verder met gebruiken.
En dat is dan ook gebeurd. Ik ben doorgaan met het gebruiken van NEP en nu ik eenmaal de smaak te pakken had, heb ik een tweede bestelling geplaatst. Deze keer wél met a-PiHP. Gekozen voor same-day-delivery zodat ik het zo snel mogelijk in huis had. Uiteindelijk ben ik 6 dagen achter elkaar doorgegaan met gebruiken
6 dagen zonder slaap
6 dagen op twee peren en een half bord curry
In deze 6 dagen heb ik NEP, a-PiHP, 2-mmc, 5-MAPB, o-pce, 2-fma en o-dsmt gebruikt. En uiteraard niet heel veel anders gedaan als gebruiken en stimfappen.
Grappig hoe dat dan ook werkt (ofja grappig; als het niet zo tragisch was). Half december wees ik er @Plex nog op dat de combi van o-dsmt en cathinonen misschien niet zo verstandig is. En twee weken later doe ik het zelf. Dit is nou precies wat verslaving met mij doet. Alle grenzen vervagen en niets is nog rationeel. Wat dat betreft is er een sterke onbalans in mijn denken.
Ik kan anderen nog zo mooi ergens op wijzen. Ik vergeet vaak zelf hoe het is om er midden in te zitten. Ookal ben ik er al meermaals doorheen gegaan. En ook dit is denk ik waarom het voor mij geen goede plek meer is om hier rond te hangen. Ik blijf die zieke neiging hebben om anderen ‘hulp’ te bieden, óók als er geen hulpvraag is. Terwijl ik eigenlijk niets anders kan doen dan mijn eigen ervaring delen.
Ik kan anderen nog zo mooi ergens op wijzen. Ik vergeet vaak zelf hoe het is om er midden in te zitten. Ookal ben ik er al meermaals doorheen gegaan. En ook dit is denk ik waarom het voor mij geen goede plek meer is om hier rond te hangen. Ik blijf die zieke neiging hebben om anderen ‘hulp’ te bieden, óók als er geen hulpvraag is. Terwijl ik eigenlijk niets anders kan doen dan mijn eigen ervaring delen.
De dagen en nachten vervagen. Ik weet zelf amper meer wat er precies in deze dagen is gebeurd. Alle dagen lijken op elkaar. Het is eigenlijk alleen maar meer van hetzelfde: gebruiken, porno, stimfappen, schrikken van geluiden, verbergen voor niet-bestaande pottenkijkers. Eenzaam, angstig en volledig van de wereld.
In een wanhopige poging die echte rush nog te voelen bereid ik een shot voor. Ondanks dat ik er ontzettend bang voor ben, wordt ik gestuurd door mijn verslaving. Door het verlangen om die rush te voelen. Ik denk terug aan mijn overdosissen… Ik besluit voorzichtig te doseren. Het eerste shot was vrij snel raak, maar ondergedoseerd. En zo heb ik nog twee shots bereid, maar hoger in dosis. Deze kreeg ik veel moeilijker raak. En ik voel weer wat voor ellende het is voor mij om IV te gebruiken. Mijn aders zijn echt lastig te bereiken (zelfs voor professionals). Na deze shots zie ik in dat het nutteloos is, ik kan beter blijven roken. Maar daarvan is het effect alweer ondermaats. En meteen begrijp ik weer waarom ik clean door het leven ga. Drugsgebruik is niet meer voor mij weggelegd. Toch ga ik stug door met mijn pijp.
Uiteindelijk raakt de maandag in zicht, mijn vakantie was voorbij. Ik moest weer gaan werken. Inmiddels was ik al 5 dagen wakker en ik wist dat ik zo niet op mijn werk kon verschijnen. Ik licht mijn leidinggevende in dat ik die dag thuis zou werken. Ik had alleen een online afspraak staan met een collega. Verder is er van werken natuurlijk nauwelijks iets gekomen. De onhanteerbaarheid van mijn leven is wéér zo ontzettend duidelijk. Ik kan helemaal niets meer, ben weer compleet een slaaf van de drugs en verslavende gedragingen. Compleet gevangen, compleet vast.
Kriya: het huilen van de ziel
De wanhoop begint toe te slaan en meer dan eens begon ik te huilen. Ik huil nooit… Zelfs om het overlijden van mijn vader heb ik nog amper een traan kunnen laten. En zelfs dit was pas twee jaar na zijn dood. Maar de wanhoop is groot op dit moment. Voor m’n gevoel heb ik alles verneukt: mijn baan, mijn herstel, mijn huis, mijn financiën, het vertrouwen van mijn fellows, vrienden en familie, mezelf… Alles is kapot…
In mijn hoofd begint er een tweestrijd te ontstaan. Moet ik het eerlijk gaan vertellen? Of ruim ik alles op en ga ik woensdag naar de meeting alsof er nooit iets gebeurd is? Ik kan het niet, ik wil het niet! Wéér dat witte muntje ophalen, wéér die schaamte, wéér dat verdriet, wéér die lastige eerste weken na een terugval. Een periode waarin ik soms dagenlang nergens puf voor heb, en andere dagen zoveel energie dat ik niet kan slapen. Mijn gedachten racen op een snelheid zoals alleen kan in dit soort mentale dieptepunten, typerend voor a-pihp. Van de hak op de tak en van onderwerp naar onderwerp. Gedachten niet af kunnen maken of er dient zich alweer iets nieuws aan. En zo wordt ik meegezogen in de draaikolk van gedachtestromen die niets oplossen, maar me mentaal alleen maar verder vastzetten.
Ergens op de maandag raakte mijn voorraad a-pihp op. Ik ging verder op de NEP en 2-mmc, maar de vermoeidheid begon de boventoon te nemen. Ik wist dat ik iets van actie moest gaan ondernemen; of opruimen en doen of er niets aan de hand is of eerlijk een fellow opbellen. Ik weet in elk geval dat ik dit gevoel, die eenzaamheid en die wanhoop, nooit meer mee wil maken. Dus ik moet stoppen, hoe dan ook! Onbewust besluit ik deze keuze voor me uit te schuiven.
Voor me zie ik weer een wit brokje op de grond liggen. “Hey, alfa!” Ik raap het op om op de folie te gooien. Raak! Maar veel doet het niet meer. Ik zie nog veel meer brokjes liggen. Op de grond, rond het fornuis, op tafel. Ik spaar ze op en gooi het wederom op de folie. Gadverdamme! Niet raak. Luttele seconden later sta ik weer wat brokjes op te rapen. Ik ben inmiddels zeer bekend met deze vorm van obsessief denken: tapijtsurfen. Als ik niets doe, kan dit dagen of zelfs weken aanhouden. En ik besluit om in de actie te komen (hier verschijnen de eerste tekenen van Stap 1).
Ik pak de dweil en begin de vloer te dweilen. Vervolgens alles poetsen en stofzuigen. Alles rondom de plekken waar ik gebruikt heb. Ik weet dat dit helpt voor mijn gemoedsrust. Immers, als alles gepoetst is, kan er ook geen brokje drugs meer liggen. Het helpt me om uit de destructieve obsessie te komen van het tapijtsurfen, naar een minder destructieve obsessie: schoonmaken.
Ondertussen blijf ik NEP en 2-mmc gebruiken om mezelf staande te houden. Na het schoonmaken kruip ik onder de douche. Ik neem mijn pijp mee onder de douche om de laatste hits te nemen en daarna met het douchewater schoon te maken. Maar in plaats daarvan laat ik hem in de douchecabine op de tegelvloer vallen… Zucht… Ook dat nog….
Ik pak de stofzuiger om de glasscherven weg te zuigen en daarna alsnog, zonder pijp, te gaan douchen. Op twee momenten voel ik een stukje glas mijn voetzool in gaan. Deze weet ik er gelukkig snel uit te krijgen en de schade valt mee, hoewel het wel een beetje bloed. Ik weet niet wat er harder stroomt; het water uit de douchekop of de tranen die over mijn wangen rollen. Ondertussen racen mijn gedachten over angsten en onzekerheden waar ik mee loop. Dingen waar ik me voor schaam. Dit moeten de dingen zijn waarop ik terug ben gevallen. Ineens lijkt het zo glashelder, maar snap ik er tegelijkertijd ook geen reet meer van. Ik zit er zo verschrikkelijk doorheen. Ik kan niet meer… Ik ben helemaal op…
Gelukkig was mijn NEP en 3-mmc ook op en besluit ik naar bed te gaan. Toch zat me iets niet lekker. Ik zou zweren dat ik nog meer NEP had, maar uiteindelijk doet het er niet meer toe. Het is over en uit. Diep van binnen weet ik dat eerlijkheid het enige is dat me nog kan redden, maar ik besef het me nog niet. Als ik morgen niet meer wakker word, is het óók oké. Dan zijn we in elk geval verlost uit deze ellende.
Als ik eenmaal in bed lig wordt ik overvallen door de schaduwfiguren. Ik zie overal schimmen en voel me onveilig. Ik zet mijn wake-up light aan en de schaduwen worden zwakker. Zwak genoeg om in elk geval een paar uurtjes te gaan slapen, ondanks de grote hoeveelheden drugs in mijn systeem en mijn mentale staat.
Samen krijgen we voor elkaar, wat ons in ons eentje niet lukt
De volgende ochtend open ik mijn ogen en ga rechtop in bed zitten. Ik open de Just For Today (een dagelijkse hersteltekst) op mijn telefoon en begin deze te lezen. Vervolgens stap ik uit bed, maak mijn bed op en open het rolluik. Ik zie dat het prachtig mooi weer is en wordt overvallen door een blij en gelukzalig gevoel. Dit is hét gevoel wanneer ik voel dat er een hogere macht werkzaam is in mijn leven. Als ik naar beneden loop om te ontbijten, besef ik me ineens dat ik ben opgestaan zoals een herstellende verslaafde hoort op te staan. En dat ik nog geen moment heb gedacht aan drugs. Ik weet dat ik nog 5-MAPB, o-pce, o-dsmt, 2-fma en zelfs nog een zakje onaangebroken DCK heb liggen, maar om de een of andere reden heb ik geen enkele behoefte om het te nemen.
Al vrij snel keert het om en slaat de eenzaamheid, verdriet en wanhoop weer toe. Ik besef me dat het zo niet verder kan en dat ik eerlijk moet gaan zijn. Maar ik wil het niet, ik kan het niet… Ik ga precies weer verder in dezelfde tweestrijd als waar ik gisteren gebleven was. Wéér schuif ik de beslissing voor me uit. Deze keer door me op mijn werk te storten. Of tenminste, dat probeer ik. Maar een drie dagen oude pannenkoek heeft een betere spanningsboog dan ik op het moment. Van werken komt niets terecht en de helft van de tijd zit ik stilletjes te huilen.
Wéér kom ik op een punt dat ik voel dat het zo niet verder kan. Ik denk terug aan de hele gedachtentrein die gisteren voorbij is gekomen. Hoe daarin voor kwam dat ik dingen anders moet gaan doen. Dat dat inhoudt dat ik waarschijnlijk afstand moet gaan nemen van Drugsforum, dat ik overduidelijk een nieuwe sponsor moet gaan zoeken. En ik hak de knoop door… Ik moet eerlijk zijn. Nee ik wil eerlijk zijn, want ik wil leven. Ik wil leven zonder die angst en schaamte, zonder het geheim dat ik ben teruggevallen. Ik kan het niet meer alleen. (Zie hier, de eerste tekenen van stap 2)
Ik besluit een nummer te bellen van een fellow die ik nauwelijks ken. Ik was hem de laatste tijd regelmatig tegengekomen; 15+ jaar clean en een hele kalme uitstraling. Hem wil ik als sponsor hebben, dus we gaan ervoor. Zodra hij opneemt, weet ik nauwelijks een woord uit te brengen. Ik besef me dat ik 6 dagen lang ook niemand heb gesproken, niet uit huis ben geweest. En ik begin ook heel hard te huilen. Ondertussen probeer ik mijn verhaal te doen. En ik voel dat hij naar beste kunnen mij probeert te helpen, maar het hielp niets. Na het gesprek voelde ik me nog slechter dan voorheen en hij was op dit moment ook niet beschikbaar als sponsor.
Ik besluit een tweede persoon te bellen. Een vrouwelijke fellow die ik een stuk beter ken. Ook al lang in het programma maar heeft recent opgebiecht dat ze haar ADHD medicatie niet naar voorschrift heeft gebruikt en daarom opnieuw is gaan tellen (en dus het bijbehorende witte muntje heeft opgehaald). Als iemand recent nog heeft meegemaakt hoe kut het is, is zij het wel. Dit blijkt de beste keuze die ik deze dag kon maken. Het gesprek hielp enorm. Wederom begon ik huilend, maar ze wist precies die dingen te zeggen die ik nodig had. Hoe het gesprek precies verliep weet ik niet meer, maar ze steunde me. Ze wees me niet af. Die angst die ik gisteren had; dat ik alles volledig verneukt had, dat ik alles kwijt was. Die wist ze met een aantal simpele, lieve woorden te weerleggen. En waarschijnlijk was ze daar zelf niet eens bewust van. Dat is de magie van twee verslaafden die met elkaar bellen. Vaak gaat het niet eens om wat je zegt, maar soms klikt het gewoon en valt alles op zijn plek.
Tijdens het gesprek kalmeerde ik en ze vroeg me of ik nog middelen in huis had. Ja die had ik wel. “Wil je er vanaf?”. Een kort moment aarzel ik, maar ik zie de afgelopen dagen aan me voorbij gaan en direct stem ik in. “Zal ik anders met je aan de telefoon blijven tot je alles hebt weggegooid?”. Ik sta op uit mijn stoel en ga meteen al mijn verstopplekjes af waar de middelen liggen. 5 zakjes weet ik te vinden. Ik lees de cijfer- en lettercombinaties op de zakjes, maar het dringt nauwelijks binnen. Dit is alles…
Ook mijn resterende pijpje, spuitjes, naalden en andere attributen verdwijnen in de vuilniszak. Als ik ervan overtuigd ben dat ik alles heb, loop ik met de vuilniszak de voordeur uit. Gelukkig is de ondergrondse container niet ver weg. Met een zware ‘kloenk’ verdwijnt die troep naar een plek waar ik er niet meer bij kan. We kletsen nog wat verder over de telefoon. Ik spreek nog wat dingen uit waar ik tegenaan loop, dat ik aan alles begin te twijfelen. Het ene moment vind ik het zo ontzettend fijn dat ik mijn eigen huisje heb, het volgende moment trek ik al mijn beslissingen van het afgelopen jaar in twijfel. Waarom ben ik zo ver weg gaan wonen? Het is hier toch ook maar een troosteloze buurt he? Er zijn hier amper meetings en het fellowship is zo fragiel? Had ik niet juist ander werk moeten zoeken? Ik bespreek mijn hele identiteitscrisis en krijg geruststellende woorden terug.
Daarna vertel ik dat ik ook zo ontzettend baal. Ik had de afgelopen maanden zo keihard gewerkt en was toe aan vakantie. En de eerste week zat zó vol met sociale afspraken dat ik niet toekwam aan tijd voor mezelf. Allemaal hele leuke afspraken, maar het vreet toch energie. En ik had een lego set gekocht om de tweede week lekker tijd in te ruimen voor mezelf: me-time. En dan flik ik dit! Wordt ik alsnóg geleefd, maar ditmaal door mijn verslaving. Ik baal zo van mezelf…
‘Luxe problemen’ krijg ik terug, net als een groot deel van de andere zaken waar ik tegenaan loop. En ik weet dat ze gelijk heeft. Ik heb een kei mooi huis in een prima buurt. Ik heb een super baan met veel afwisseling en uitdaging. Ik kan elke dag lekker eten en ik hoef nooit eenzaam te zijn. Ik heb een prachtig netwerk van mensen die me steunen, alleen wonen de meesten nu ietsje verder weg. So what… Pak die telefoon wat vaker op…
Dit tweede telefoongesprek heeft me heel erg goed gedaan en ik voel me letterlijk lichter. Inmiddels praten we alweer over iets luchtigere dingen. Ondertussen zijn we al 3 kwartier aan het bellen, tijd om maar eens af te ronden. Ze vraagt me of ik mezelf nu red, geeft me nog de suggestie om naar een meeting te gaan en uiteindelijk hangen we op.
Een fysieke meeting pakken wordt lastig. Ik heb weinig energie en kan mijn aandacht niet goed vasthouden. Ook wil ik even wat groentes binnen krijgen, dus zal nog iets moeten koken. Ineens kom ik op het idee om roti te bestellen. Ik open thuisbezorgd om het menu te bekijken. Mijn gedachten gaan zó snel en warrig. Na elke klik dwalen mijn gedachten af tot ik een paar seconden later mezelf erop betrap dat ik aan het dromen ben. “Oh wacht, ik was eten aan het bestellen.” – klik – en ik droom weer weg. Deze cirkel blijft zich nog zo’n halfuur herhalen en het is me nog steeds niet gelukt eten te bestellen. De gevolgen van het gebruik zijn weer hevig merkbaar. Het maakt me droevig.
Ik bedacht me dat ik nog roti in de diepvries had liggen en besluit die maar in de pan te gooien. Roti vellen had ik niet, enkel tortilla’s. Dus bij deze vast mijn excuses voor de blasfemie die ik hier begaan heb. Al met al heb ik wel echt genoten van het eerste fatsoenlijke voedsel dat ik in dagen gegeten heb. Ondertussen was ik al achter de laptop gekropen om een online NA meeting bij te wonen. Zo snel mogelijk weer landen in het programma. Lukt dat niet fysiek, dan maar online. Ik tref daar, heel ‘toevallig’, wat fellows die een belangrijke rol hebben gespeeld in de eerste maanden toen ik NA binnenkwam. En uiteindelijk was het een hele toffe meeting die me ook weer even met beide benen op de grond wist te zetten.
Had je daar niet wat eerder aan kunnen denken?
Na de meeting werd ik opgebeld door een fellow en inmiddels goede vriend. Of ik mee zou gaan klimmen komend weekend. Zeker wil ik dat!
Ik weet ook dat ik eerlijk moet zijn en vertel hem van mijn terugval. Het blijft even stil aan de telefoon. Ik merk dat hij geschrokken en aangedaan is. Hij geeft aan dat hij blij is dat ik eerlijk ben. En blij dat ik het weer op wil pakken. En vervolgens praten we er wat verder over. Ik merk dat hij iets wil zeggen, maar hij krabbelt terug en zegt: nee, laat maar.
Maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik wil wel weten wat er in hem omgaat. Dus ik geef aan dat hij het gerust mag vertellen, dat ik wil weten wat er in hem omgaat. Hij is boos en verdrietig. Niet per sé op mij, maar wel op de situatie. Hij vraagt me of ik wel zie wat dit met de mensen om me heen doet. En ik geef aan dat ik me goed kan voorstellen dat hij boos, verdrietig en geschrokken is. Als de situatie was omgedraaid, had ik waarschijnlijk hetzelfde gevoeld.
"Had je daar niet wat eerder aan kunnen denken? Voordat je ging gebruiken?"
Zo..... Die kwam wel even binnen. Ik blijf een tijdje stil aan de telefoon. Daarna bedank ik hem voor zijn eerlijkheid. En we praten nog wat door over de situatie. Open, ongefilterd. Op een niveau zoals ik nooit eerder met andere mensen gepraat heb. Ja in de kliniek misschien, onder dwingende ogen van de psycholoog. Maar niet op deze manier. Een-op-een, uit vrije wil...
Ik merk dat ik het heel erg prettig vind. Ondanks dat het heel erg ongemakkelijk is. En ik ben ontzettend dankbaar voor dit gesprek. Dit is precies wat ik even moest horen.
Good old friend
Na nog een lekkere bak thee, heb ik me opgemaakt om naar bed te gaan. Ik probeer niet teveel na te denken over wat er komen gaat. Ik weet dat de schaduwmonsters weer op me liggen te wachten. Ik weet dat ik moeite ga hebben met slapen. Ergens heb ik spijt dat ik mijn bromazolam heb weggegooid. Maar ik weet dat het niet de oplossing is. Ik heb er ook niet echt zucht naar. Ik laat weer mijn nachtlampje aan, sluit mijn ogen en voel mezelf wegdrijven.
Dan kruipt me ineens een vaag gevoel van angst. Het gevoel groeit. Ik voel dat ik niet alleen ben, dat ik bekeken wordt, dat er een entiteit rond mijn bed loopt. Ik weet me ervan te weerhouden om mezelf om te draaien en te kijken. Ik weet toch al hoe ie eruit ziet. Een lang figuur met slungelige armen en benen, nog zwarter dan des schaduwen waar hij in gehuld gaat. Zijn hoofd is lang gerekt en gespitst, met puntige witte tanden. Aan zijn lange armen heeft hij scherpe klauwen als zwaarden, meer dan 30cm lang.
Plotseling voel ik hem zijn klauw in mijn rug boren. Ik voel hoe het langs mijn ruggenwervels naar binnen boort en er bij mijn buik weer naar buiten komt. Ik wil schreeuwen, maar weet mezelf in te houden, het geluid zou er toch niet uit komen. Ik blijf gewoon stil liggen en val na een tijdje alsnog in slaap, ondanks de angst.
Laatst bewerkt:

