Dit betreft een oud report, die ik bij deze naar dit forum verhuis 
Ik weet niet of je het een "bad-trip" kunt noemen of niet, het was allesbehalve prettig maar de wereld die mijn geest zich voor mij had gevormd was overweldigend. Het was ontzettend bijzonder om mee te maken, en ik heb er geen spijt van wat ik mezelf heb aangedaan die nacht door zó veel te nemen en de (kleine) littekens die ik aan mijn trip heb overgehouden. Bovendien heb ik wel minuten lang in contact gestaan met mijn overleden vader, hem aangeraakt. Een illusie, natuurlijk, maar als je een persoon die zo veel voor je heeft betekend 13 jaar lang moet missen doordat de dood nou eenmaal een deel van het leven is, is zelfs een illusie goed genoeg om de pijn een tijdje te verzachten.
Het was 17 maart 2012. Ik had in mijn woonkamer matrassen neergelegd, wierrook gebrand, de dvd Avatar klaargelegd en de woonkamer zodanig versierd dat het perfect was voor een tripfeestje. Ik had een groot doek met psychedelische schilderingen die oplicht in UV licht opgehangen en een witte lamp met lichtgevende punten en gekleurde lampen neergezet. We hadden zelfs (kinder) vuurwerk gehaald voor buiten. Ik had niet mijn hele vriendenkring uitgenodigd, slechts degene waarvan ik wist dat ze mee wilden trippen - waarvan er zelfs een paar toch nog besloten nuchter te blijven. We waren in totaal met 10 man : Deus, Bibi, Sterre, Pablo, Aya, Lucy, Chester, Steffie, Shelly en Howard*.
Eerst kwamen Deus, Bibi en Howard, daarna volgde de rest.
De avond begon relaxed, iedereen lachte en we hadden goede muziek op de achtergrond op staan. De een ging aan de vodka skittles, de ander probeerde wat spullen van de smartshop uit zoals poppers. Ook was iedereen in de weer met lachgas ballonen. Iedereen met een grote ballon riep "3.. 2.. 1.." En iedereen ging tegelijk een minuutje trippen op lachgas. Heel onschuldig. Naarmate de avond vorderde nam (bijna) iedereen een zegel LSD en kon het feest beginnen. Het is me op dit moment nog steeds niet duidelijk hoeveel LSD ik in totaal heb genomen die avond om die krankzinnigheid te bereiken, en ik denk dat ik het ook niet wíl weten. Ik heb naar horen en zeggen vernomen dat ik uiteindelijk heb getript op 1 hoffman en 2 shiva's. Ik heb geen idee hoe sterk ze waren, ik kreeg ze van een vriend. Daarnaast heb ik er ook nog een lijn ketamine bij genomen, waardoor het effect nóg intenser werd.
Goed, bijna iedereen had aan het begin van de avond 1 zegel gepakt en we waren lekker op dreef, zelfs iemand die nog nooit LSD had genomen had een halve Hoffman geprobeerd. Als een stel hippies zaten we gezellig te kletsen op de matrassen, lachend en ontdekkend. Wanneer je LSD op hebt, lijkt het alsof je je in een andere dimensie bevind. Je kunt dingen béter gaan zien, je voelt ook dingen beter. Je handen wassen of douchen is een ontzettend rare gewaarwording: Je voelt elke druppel die je huid aanraakt, geluid is geen geluid meer maar een soort deel van de lucht die overal om je heen is. De wereld die je gewend bent is er niet meer maar heeft plaatsgemaakt voor een soort 3D uitvoering van de werkelijkheid, de realiteit voelt echter dan de realiteit die je normaal gesproken gewend bent. Zelfs jíj bent niet meer jij maar je bewustzijn, een soort geest die alle vormen aan kan nemen die je maar wilt. In mijn allereerste LSD trip dacht ik bijvoorbeeld dat ik een luchtbel was. Daarnaast is het meer een soort psychiater, omdat je een heleboel over jezelf leert. Ik denk dat als ik LSD had genomen in de rouwperiode van mijn vader, dat ik het rouwproces in slechts een paar trips volledig had kunnen afsluiten. En niks is mooier dan LSD te delen met anderen, met een groep mensen die je vertrouwd, om samen op reis te gaan.
Ik was aan het trippen, maar naar mijn mening niet hard genoeg. Ik probeer bij alle drugs altijd mijn grenzen op te zoeken - op dat moment ging ik al best hard - en nam een tweede zegel. Blijkbaar heb ik later nog een zegel bijgenomen, maar dat kan ik me niet meer herinneren. Er missen ook stukken uit mijn geheugen van die avond, het blije 'hippie gedrag' van het begin van de avond kan ik me namelijk ook nauwelijks meer herinneren. Ik weet dat het er is geweest, en dat is alles. Goed, ik nam dus nog een zegel en ik zette Avatar op. Avatar kijken was 1 van mijn doelen van de avond, omdat je helemaal in de film gaat zitten en het lijkt alsof je zelf in de film meespeelt. De film stond aan en al gauw was de woonkamer veranderd in een sprookjeswereld. Wat er daarna gebeurde ben ik vergeten, dat deel is een soort ontbrekend puzzelstukje in mijn geheugen. Hetgeen wat ik me wel nog kan herinneren is dat ik op mijn rug naar het plafond lag te kijken. Ik zag de meest mooie en heftige visuals die ik ooit in mijn leven had gezien, het plafond leek een soort kussen met vakken waarvan de randen licht leken te geven en ze veranderde zachtjes van kleur, het waren zachte kleuren, en ik vond het prachtig, waarschijnlijk het allermooiste dat ik ooit heb gezien in mijn leven. Ook mijn handen begonnen licht te geven: Ik begon mijn aura om mijn handen heen te zien. Er was een soort lichtgevende rand omheen gekomen, blauw geloof ik en ik begon ook traces te zien, maar ook die traces gaven licht waardoor ik telkens dansbewegingen maakte boven mijn hoofd met mijn handen en er helemaal bezeten door was. Het voelde alsof ik een soort 3-dimensionaal wezen was geworden dat niet van deze wereld kwam, het gekke was dat ik me nog wel 'mij' voelde, maar ik gaf licht. ALLES gaf licht. Behalve de rest, alhoewel ik me kleiner voelde dan de mensen om me heen. Ik was een soort leerling, en zij waren de leiders van het geheel die me moesten opleiden tot iets.
Ik had geen idee dat ik op dit moment al té hard ging, misschien dat ik die derde zegel toen al op had, misschien dat ik nog steeds naar de grens toe wilde werken en nog een zegel pakte, ik maakte het allemaal niet heel erg bewust mee. Het gebeurde, en ik liet het gebeuren.
Op een gegeven moment raakte ik in een loop en bleef ik dingen herhalen. Er was op dit moment iets met mij aan de hand en ik wist niet wát maar het was van essentieel belang dat ik erachter kwam, want het was erg belangrijk. Ik deed mijn ogen dicht en ik bevond me ineens in een soort ruimte met nog meer vakken die ik ook al op het plafond zag. De vreselijk mooie visuals sloten me nu op in het niets en in het midden daarvan vormde zich een soort cilinder waar ik omheen draaide. Ik begon te gissen: Wát was er zo belangrijk? Waar moest ik achter zien te komen? Dat ik drugs op had? Was dat het?
Ik kwam constant overeind, telkens iets anders schreeuwend.
"DMT?"
"LSD?"
"IK SNAP HEM!"
"IK SNAP HEM!"
De mensen die rondom me zaten duwde me lachend terug en ik begon te schreeuwen. Ik MOEST erachter komen, wat was er aan de hand? Was mijn moeder misschien thuis gekomen? Het was niet erg dat ik mensen over de vloer had, maar het feit dat we allemaal drugs op hadden.. Ik dacht dat ik iemand tegen de deur hoorde bonken en ik raakte in paniek. "M'N MOEDER IS THUIS! M'N MOEDER IS THUIS!" En ik werd telkens weer terug op mijn rug geduwd: "Nee, je moeder is niet thuis" Vertelde iedereen me. Ik geloofde ze niet, die deur dan? Ik hoorde gebonk, er stond iemand voor de deur! Ik probeerde het maar te negeren, alhoewel het gebonk doorging en ik tripte verder. Ik heb uren lang liggen schreeuwen. Gillen.
Ineens bereikte ik het punt dat ik het eindelijk doorhad wat er met mij aan de hand was. Ik ging dood. Ik gooide het ook in de groep: "Ik ga dood..." Iedereen keek me raar aan en zei dat ik niet zo raar moest doen. Maar ik ging wel dood, mijn tijd was gekomen. Ik draaide mijn rug naar de groep en fluisterde tegen mezelf: "Maar ik wil helemaal niet dood..." Ik wilde huilen maar er kwam niets uit. Het werd stil om me heen, het gepraat van de mensen ebde weg. Ik was nu alleen, ik wist dat er mensen om me heen waren maar ik hoorde ze niet meer. Ik ging op mijn rug liggen en ik voelde hoe mijn lichaam zichzelf aan het uitschakelen was en ik begon te vechten ertegen. Ik wilde niet dood, ik wilde niet dood! Dit was MIJN leven en ik bepaalde wel wanneer ik dood ging!
Ik was op zich ook wel nieuwsgierig, ik zou er nu achter komen wat er na het leven zou komen.. Dus ik was wel enorm benieuwd. Ik sloot mijn ogen weer en ik zweefde boven mijn lichaam. Ik zag mezelf liggen in de plaats van mijn vader! Ik lag in een ziekenhuisbed met draden die uit mijn armen liepen met een piepende hartmonitor naast me, mijn familie om mijn bed heen. Er stond een dokter naast: "Ja ze is wel een vechter.." En op dat moment begon ik langzaam op te houden met het gevecht.
Ik ging dood en ik kon er niks tegen doen. Het zij zo. Ik lag op mijn rug en ik opende mijn ogen weer, oh die mooie visuals.. Ik zag mijn vrienden weer, wat zou ik ze missen..
Ik dacht dat ik mijn moeder de kamer in zag rennen en dat ze door had dat ik aan het overlijden was, maar dat beeld vervaagde ook weer. Ik voelde ineens mijn hart kloppen, en ik voelde hoe het langzamer begon te kloppen. Ik begon het kouder te krijgen, mijn ademhaling ging langzamer en ik voelde hoe mijn geest bezig was zich los te maken van mijn lichaam. Ik voelde hoe mijn lichaam aan het overlijden was.
Mijn hele leven vloog voor mijn ogen voorbij. Mijn hart begon steeds langzamer te kloppen.. langzamer.. langzamer.. langzamer.. en uiteindelijk stopte het. Ik was overleden. Dit was het dan. Ik was er niet meer. Ik kon nog wel kijken, maar ik was dood. Mijn lichaam is op dit punt ook verlamd geraakt, ik kon niks meer. Deus begon door te krijgen dat ik stil was geworden (ik was het middelpunt van de belangstelling daarvoor, doordat ik steeds "IK SNAP HET!" riep omdat ik me in die loop begaf) Hij zag dat ik op mijn rug naar boven zat te staren en me niet meer bewoog. Ik kon me niets meer, was verlamd, maar ik maakte alles nog heel bewust mee. Deus begon in paniek te raken; "RUPSJE? RUPSJE?" Riep hij en hij sjorde me heen en weer in een wanhopige poging me weer normaal te laten doen. Maar ik kon niks meer, ik wilde wel, maar het lukte niet. Deus hield op en ik wist dat ze het doorhadden dat ik was overleden. Ik hoorde Sterre naast me huilen, Deus was in shock en ik hoorde Bibi achter me op de bank praten: "Ze was nog zo jong.."
Chester was al bezig mijn begrafenis te regelen via de telefoon.
Ik kon de realiteit en mijn eigen fantasie niet meer uit elkaar houden, ze liepen in elkaar over en door elkaar heen. Ik hoorde later dat Deus wel degelijk in paniek is geraakt en aan me heeft lopen trekken en mijn naam heeft geroepen, maar wat Bibi zei en dat Chester mijn begrafenis regelde is uiteraard een illusie geweest. Dat Sterre huilde misschien ook wel.. Ik weet het niet. Ik vond het jammer, ik had nog een toekomst op willen bouwen.. Bovendien, was dit het? Was dit hoe het is om dood te zijn? Was ik gewoon bij ook al was ik dood? Dat was ook niet spectaculair... En wat had ik het KOUD!
Ik sloot mijn ogen en ik ben buiten bewustzijn geraakt, of in welke staat ik ook verkeerde.. Ik zag hoe ik in een kist werd gestopt en werd begraven, dit gebeurde in een flits. Vervolgens vloog ik weer terug naar de kamer met de blokken, maar ook die vervaagde. Ik voelde me omhoog stijgen, mijn lichaam uit. De blokken verdwenen onder me en alles wat er nu nog was, was duisternis maar ook daar steeg ik boven uit. Ik zag een blauwe lucht, en ik was in de hemel. Het was een 'typische' hemel, zo een met een blauwe lucht, witte wolken, eenhoorns en groen gras. Ik zag eerst God in een grote stoel zitten, hij was precies zoals ik dacht dat hij eruit zo zien: Een lang gewaad met een witte baard. Ik wilde helemaal de hemel in! Ik zweefde nog een stuk in de duisternis en de hemel was nog ietwat boven me. God gebaarde met een hand naar iets wat rechts van me bevond en daar zag ik mijn vader. Hij was gekleed in zijn favoriete blauwe blouse en een spijkerbroek. Hij glimlachte naar me. Mijn hart vulde zich met vreugde en ik begon te lachen. Eindelijk! Ik was weer terug bij mijn vader! Ik zag hem weer! Mijn vader stak zijn hand uit en ik pakte hem waarna hij me de hemel in trok en me een stuk door de hemel leidde. We liepen op blote voeten door het gras en ik voelde me zó gelukkig.. Na alles wat er was gebeurd, hoe ik was overleden.. Was er nu alleen rust, vrede en het was zó mooi daar..
Ik hield mijn vaders hand vast en we stopte, mijn vader glimlachte nog steeds en hij keek me aan. Het was mooi daar, maar ik was wel dood.. Ik was mijn toekomst kwijt. Mijn vader had het door dat ik het jammer vond dat ik dood was en hij zei: "Het geeft niet. Iedereen gaat dood." Nadat hij dit zei kreeg ik een trap van iets tegen mijn bovenlichaam en viel ik naar achteren weer terug. Ik kwam weer in de kamer met de blokken en visuals (minder duidelijk dit keer) en ik opende weer mijn ogen.
Ik was nu niet meer in de hemel maar in de geestenwereld, al mijn vrienden die om me heen zaten waren overleden personen en krankzinnig geworden door de drugs. Chester zoog een aan een lachgasfles en ik zag de rest een beetje glimlachend bijkomen. Glimlachend, voor mij hét teken dat ze krankzinnig waren geworden. Pablo en Aya waren al weggegaan en het was licht geworden buiten. Deus was de leider van alle geesten en ik was er heilig van overtuigd dat hij me dood had laten gaan. "Klootzak" Zei ik spottend en lachend en hij keek me raar aan. Ik had niet door dat ik nog gewoon in leven was maar dat besef kwam wel toen ik steeds helderder begon te worden. Ik begon weer bij te komen uit mijn trip en ik heb mezelf maar een beetje verscholen onder een deken. Ik leefde nog, maar het is onvoorstelbaar wat voor impact deze trip op me heeft gehad.
Vandaag de dag, inmiddels 3 weken later ben ik nog steeds aan het verwerken wat er nou eigenlijk gebeurd is. Het was een trip die me totaal naar een andere wereld heeft getransporteerd een nacht lang, en het was heel anders dan anders. Wat ik met name apart vond was dat ik God voor me heb gezien, terwijl ik allesbehalve een gelovig persoon ben. Ik ben atheïst. Die nacht heb ik mijn bewustzijn niet verkent, maar heb ik een groot deel van mijn leven afgesloten, namelijk het rouwen om mijn vader. Ik dacht dat ik het had afgesloten, maar niets was minder waar. Na die trip wel, ik weet nu wat mijn vader bedoelde met "iedereen gaat dood": Hiermee doelde hij niet op mij maar op zichzelf. En ik heb er nu vrede mee. Het was een harde klap, maar ik had het nodig.
Ik heb vrede met mijn vaders dood.
Ik weet niet of je het een "bad-trip" kunt noemen of niet, het was allesbehalve prettig maar de wereld die mijn geest zich voor mij had gevormd was overweldigend. Het was ontzettend bijzonder om mee te maken, en ik heb er geen spijt van wat ik mezelf heb aangedaan die nacht door zó veel te nemen en de (kleine) littekens die ik aan mijn trip heb overgehouden. Bovendien heb ik wel minuten lang in contact gestaan met mijn overleden vader, hem aangeraakt. Een illusie, natuurlijk, maar als je een persoon die zo veel voor je heeft betekend 13 jaar lang moet missen doordat de dood nou eenmaal een deel van het leven is, is zelfs een illusie goed genoeg om de pijn een tijdje te verzachten.
Het was 17 maart 2012. Ik had in mijn woonkamer matrassen neergelegd, wierrook gebrand, de dvd Avatar klaargelegd en de woonkamer zodanig versierd dat het perfect was voor een tripfeestje. Ik had een groot doek met psychedelische schilderingen die oplicht in UV licht opgehangen en een witte lamp met lichtgevende punten en gekleurde lampen neergezet. We hadden zelfs (kinder) vuurwerk gehaald voor buiten. Ik had niet mijn hele vriendenkring uitgenodigd, slechts degene waarvan ik wist dat ze mee wilden trippen - waarvan er zelfs een paar toch nog besloten nuchter te blijven. We waren in totaal met 10 man : Deus, Bibi, Sterre, Pablo, Aya, Lucy, Chester, Steffie, Shelly en Howard*.
Eerst kwamen Deus, Bibi en Howard, daarna volgde de rest.
De avond begon relaxed, iedereen lachte en we hadden goede muziek op de achtergrond op staan. De een ging aan de vodka skittles, de ander probeerde wat spullen van de smartshop uit zoals poppers. Ook was iedereen in de weer met lachgas ballonen. Iedereen met een grote ballon riep "3.. 2.. 1.." En iedereen ging tegelijk een minuutje trippen op lachgas. Heel onschuldig. Naarmate de avond vorderde nam (bijna) iedereen een zegel LSD en kon het feest beginnen. Het is me op dit moment nog steeds niet duidelijk hoeveel LSD ik in totaal heb genomen die avond om die krankzinnigheid te bereiken, en ik denk dat ik het ook niet wíl weten. Ik heb naar horen en zeggen vernomen dat ik uiteindelijk heb getript op 1 hoffman en 2 shiva's. Ik heb geen idee hoe sterk ze waren, ik kreeg ze van een vriend. Daarnaast heb ik er ook nog een lijn ketamine bij genomen, waardoor het effect nóg intenser werd.
Goed, bijna iedereen had aan het begin van de avond 1 zegel gepakt en we waren lekker op dreef, zelfs iemand die nog nooit LSD had genomen had een halve Hoffman geprobeerd. Als een stel hippies zaten we gezellig te kletsen op de matrassen, lachend en ontdekkend. Wanneer je LSD op hebt, lijkt het alsof je je in een andere dimensie bevind. Je kunt dingen béter gaan zien, je voelt ook dingen beter. Je handen wassen of douchen is een ontzettend rare gewaarwording: Je voelt elke druppel die je huid aanraakt, geluid is geen geluid meer maar een soort deel van de lucht die overal om je heen is. De wereld die je gewend bent is er niet meer maar heeft plaatsgemaakt voor een soort 3D uitvoering van de werkelijkheid, de realiteit voelt echter dan de realiteit die je normaal gesproken gewend bent. Zelfs jíj bent niet meer jij maar je bewustzijn, een soort geest die alle vormen aan kan nemen die je maar wilt. In mijn allereerste LSD trip dacht ik bijvoorbeeld dat ik een luchtbel was. Daarnaast is het meer een soort psychiater, omdat je een heleboel over jezelf leert. Ik denk dat als ik LSD had genomen in de rouwperiode van mijn vader, dat ik het rouwproces in slechts een paar trips volledig had kunnen afsluiten. En niks is mooier dan LSD te delen met anderen, met een groep mensen die je vertrouwd, om samen op reis te gaan.
Ik was aan het trippen, maar naar mijn mening niet hard genoeg. Ik probeer bij alle drugs altijd mijn grenzen op te zoeken - op dat moment ging ik al best hard - en nam een tweede zegel. Blijkbaar heb ik later nog een zegel bijgenomen, maar dat kan ik me niet meer herinneren. Er missen ook stukken uit mijn geheugen van die avond, het blije 'hippie gedrag' van het begin van de avond kan ik me namelijk ook nauwelijks meer herinneren. Ik weet dat het er is geweest, en dat is alles. Goed, ik nam dus nog een zegel en ik zette Avatar op. Avatar kijken was 1 van mijn doelen van de avond, omdat je helemaal in de film gaat zitten en het lijkt alsof je zelf in de film meespeelt. De film stond aan en al gauw was de woonkamer veranderd in een sprookjeswereld. Wat er daarna gebeurde ben ik vergeten, dat deel is een soort ontbrekend puzzelstukje in mijn geheugen. Hetgeen wat ik me wel nog kan herinneren is dat ik op mijn rug naar het plafond lag te kijken. Ik zag de meest mooie en heftige visuals die ik ooit in mijn leven had gezien, het plafond leek een soort kussen met vakken waarvan de randen licht leken te geven en ze veranderde zachtjes van kleur, het waren zachte kleuren, en ik vond het prachtig, waarschijnlijk het allermooiste dat ik ooit heb gezien in mijn leven. Ook mijn handen begonnen licht te geven: Ik begon mijn aura om mijn handen heen te zien. Er was een soort lichtgevende rand omheen gekomen, blauw geloof ik en ik begon ook traces te zien, maar ook die traces gaven licht waardoor ik telkens dansbewegingen maakte boven mijn hoofd met mijn handen en er helemaal bezeten door was. Het voelde alsof ik een soort 3-dimensionaal wezen was geworden dat niet van deze wereld kwam, het gekke was dat ik me nog wel 'mij' voelde, maar ik gaf licht. ALLES gaf licht. Behalve de rest, alhoewel ik me kleiner voelde dan de mensen om me heen. Ik was een soort leerling, en zij waren de leiders van het geheel die me moesten opleiden tot iets.
Ik had geen idee dat ik op dit moment al té hard ging, misschien dat ik die derde zegel toen al op had, misschien dat ik nog steeds naar de grens toe wilde werken en nog een zegel pakte, ik maakte het allemaal niet heel erg bewust mee. Het gebeurde, en ik liet het gebeuren.
Op een gegeven moment raakte ik in een loop en bleef ik dingen herhalen. Er was op dit moment iets met mij aan de hand en ik wist niet wát maar het was van essentieel belang dat ik erachter kwam, want het was erg belangrijk. Ik deed mijn ogen dicht en ik bevond me ineens in een soort ruimte met nog meer vakken die ik ook al op het plafond zag. De vreselijk mooie visuals sloten me nu op in het niets en in het midden daarvan vormde zich een soort cilinder waar ik omheen draaide. Ik begon te gissen: Wát was er zo belangrijk? Waar moest ik achter zien te komen? Dat ik drugs op had? Was dat het?
Ik kwam constant overeind, telkens iets anders schreeuwend.
"DMT?"
"LSD?"
"IK SNAP HEM!"
"IK SNAP HEM!"
De mensen die rondom me zaten duwde me lachend terug en ik begon te schreeuwen. Ik MOEST erachter komen, wat was er aan de hand? Was mijn moeder misschien thuis gekomen? Het was niet erg dat ik mensen over de vloer had, maar het feit dat we allemaal drugs op hadden.. Ik dacht dat ik iemand tegen de deur hoorde bonken en ik raakte in paniek. "M'N MOEDER IS THUIS! M'N MOEDER IS THUIS!" En ik werd telkens weer terug op mijn rug geduwd: "Nee, je moeder is niet thuis" Vertelde iedereen me. Ik geloofde ze niet, die deur dan? Ik hoorde gebonk, er stond iemand voor de deur! Ik probeerde het maar te negeren, alhoewel het gebonk doorging en ik tripte verder. Ik heb uren lang liggen schreeuwen. Gillen.
Ineens bereikte ik het punt dat ik het eindelijk doorhad wat er met mij aan de hand was. Ik ging dood. Ik gooide het ook in de groep: "Ik ga dood..." Iedereen keek me raar aan en zei dat ik niet zo raar moest doen. Maar ik ging wel dood, mijn tijd was gekomen. Ik draaide mijn rug naar de groep en fluisterde tegen mezelf: "Maar ik wil helemaal niet dood..." Ik wilde huilen maar er kwam niets uit. Het werd stil om me heen, het gepraat van de mensen ebde weg. Ik was nu alleen, ik wist dat er mensen om me heen waren maar ik hoorde ze niet meer. Ik ging op mijn rug liggen en ik voelde hoe mijn lichaam zichzelf aan het uitschakelen was en ik begon te vechten ertegen. Ik wilde niet dood, ik wilde niet dood! Dit was MIJN leven en ik bepaalde wel wanneer ik dood ging!
Ik was op zich ook wel nieuwsgierig, ik zou er nu achter komen wat er na het leven zou komen.. Dus ik was wel enorm benieuwd. Ik sloot mijn ogen weer en ik zweefde boven mijn lichaam. Ik zag mezelf liggen in de plaats van mijn vader! Ik lag in een ziekenhuisbed met draden die uit mijn armen liepen met een piepende hartmonitor naast me, mijn familie om mijn bed heen. Er stond een dokter naast: "Ja ze is wel een vechter.." En op dat moment begon ik langzaam op te houden met het gevecht.
Ik ging dood en ik kon er niks tegen doen. Het zij zo. Ik lag op mijn rug en ik opende mijn ogen weer, oh die mooie visuals.. Ik zag mijn vrienden weer, wat zou ik ze missen..
Ik dacht dat ik mijn moeder de kamer in zag rennen en dat ze door had dat ik aan het overlijden was, maar dat beeld vervaagde ook weer. Ik voelde ineens mijn hart kloppen, en ik voelde hoe het langzamer begon te kloppen. Ik begon het kouder te krijgen, mijn ademhaling ging langzamer en ik voelde hoe mijn geest bezig was zich los te maken van mijn lichaam. Ik voelde hoe mijn lichaam aan het overlijden was.
Mijn hele leven vloog voor mijn ogen voorbij. Mijn hart begon steeds langzamer te kloppen.. langzamer.. langzamer.. langzamer.. en uiteindelijk stopte het. Ik was overleden. Dit was het dan. Ik was er niet meer. Ik kon nog wel kijken, maar ik was dood. Mijn lichaam is op dit punt ook verlamd geraakt, ik kon niks meer. Deus begon door te krijgen dat ik stil was geworden (ik was het middelpunt van de belangstelling daarvoor, doordat ik steeds "IK SNAP HET!" riep omdat ik me in die loop begaf) Hij zag dat ik op mijn rug naar boven zat te staren en me niet meer bewoog. Ik kon me niets meer, was verlamd, maar ik maakte alles nog heel bewust mee. Deus begon in paniek te raken; "RUPSJE? RUPSJE?" Riep hij en hij sjorde me heen en weer in een wanhopige poging me weer normaal te laten doen. Maar ik kon niks meer, ik wilde wel, maar het lukte niet. Deus hield op en ik wist dat ze het doorhadden dat ik was overleden. Ik hoorde Sterre naast me huilen, Deus was in shock en ik hoorde Bibi achter me op de bank praten: "Ze was nog zo jong.."
Chester was al bezig mijn begrafenis te regelen via de telefoon.
Ik kon de realiteit en mijn eigen fantasie niet meer uit elkaar houden, ze liepen in elkaar over en door elkaar heen. Ik hoorde later dat Deus wel degelijk in paniek is geraakt en aan me heeft lopen trekken en mijn naam heeft geroepen, maar wat Bibi zei en dat Chester mijn begrafenis regelde is uiteraard een illusie geweest. Dat Sterre huilde misschien ook wel.. Ik weet het niet. Ik vond het jammer, ik had nog een toekomst op willen bouwen.. Bovendien, was dit het? Was dit hoe het is om dood te zijn? Was ik gewoon bij ook al was ik dood? Dat was ook niet spectaculair... En wat had ik het KOUD!
Ik sloot mijn ogen en ik ben buiten bewustzijn geraakt, of in welke staat ik ook verkeerde.. Ik zag hoe ik in een kist werd gestopt en werd begraven, dit gebeurde in een flits. Vervolgens vloog ik weer terug naar de kamer met de blokken, maar ook die vervaagde. Ik voelde me omhoog stijgen, mijn lichaam uit. De blokken verdwenen onder me en alles wat er nu nog was, was duisternis maar ook daar steeg ik boven uit. Ik zag een blauwe lucht, en ik was in de hemel. Het was een 'typische' hemel, zo een met een blauwe lucht, witte wolken, eenhoorns en groen gras. Ik zag eerst God in een grote stoel zitten, hij was precies zoals ik dacht dat hij eruit zo zien: Een lang gewaad met een witte baard. Ik wilde helemaal de hemel in! Ik zweefde nog een stuk in de duisternis en de hemel was nog ietwat boven me. God gebaarde met een hand naar iets wat rechts van me bevond en daar zag ik mijn vader. Hij was gekleed in zijn favoriete blauwe blouse en een spijkerbroek. Hij glimlachte naar me. Mijn hart vulde zich met vreugde en ik begon te lachen. Eindelijk! Ik was weer terug bij mijn vader! Ik zag hem weer! Mijn vader stak zijn hand uit en ik pakte hem waarna hij me de hemel in trok en me een stuk door de hemel leidde. We liepen op blote voeten door het gras en ik voelde me zó gelukkig.. Na alles wat er was gebeurd, hoe ik was overleden.. Was er nu alleen rust, vrede en het was zó mooi daar..
Ik hield mijn vaders hand vast en we stopte, mijn vader glimlachte nog steeds en hij keek me aan. Het was mooi daar, maar ik was wel dood.. Ik was mijn toekomst kwijt. Mijn vader had het door dat ik het jammer vond dat ik dood was en hij zei: "Het geeft niet. Iedereen gaat dood." Nadat hij dit zei kreeg ik een trap van iets tegen mijn bovenlichaam en viel ik naar achteren weer terug. Ik kwam weer in de kamer met de blokken en visuals (minder duidelijk dit keer) en ik opende weer mijn ogen.
Ik was nu niet meer in de hemel maar in de geestenwereld, al mijn vrienden die om me heen zaten waren overleden personen en krankzinnig geworden door de drugs. Chester zoog een aan een lachgasfles en ik zag de rest een beetje glimlachend bijkomen. Glimlachend, voor mij hét teken dat ze krankzinnig waren geworden. Pablo en Aya waren al weggegaan en het was licht geworden buiten. Deus was de leider van alle geesten en ik was er heilig van overtuigd dat hij me dood had laten gaan. "Klootzak" Zei ik spottend en lachend en hij keek me raar aan. Ik had niet door dat ik nog gewoon in leven was maar dat besef kwam wel toen ik steeds helderder begon te worden. Ik begon weer bij te komen uit mijn trip en ik heb mezelf maar een beetje verscholen onder een deken. Ik leefde nog, maar het is onvoorstelbaar wat voor impact deze trip op me heeft gehad.
Vandaag de dag, inmiddels 3 weken later ben ik nog steeds aan het verwerken wat er nou eigenlijk gebeurd is. Het was een trip die me totaal naar een andere wereld heeft getransporteerd een nacht lang, en het was heel anders dan anders. Wat ik met name apart vond was dat ik God voor me heb gezien, terwijl ik allesbehalve een gelovig persoon ben. Ik ben atheïst. Die nacht heb ik mijn bewustzijn niet verkent, maar heb ik een groot deel van mijn leven afgesloten, namelijk het rouwen om mijn vader. Ik dacht dat ik het had afgesloten, maar niets was minder waar. Na die trip wel, ik weet nu wat mijn vader bedoelde met "iedereen gaat dood": Hiermee doelde hij niet op mij maar op zichzelf. En ik heb er nu vrede mee. Het was een harde klap, maar ik had het nodig.
Ik heb vrede met mijn vaders dood.