Wie: Fenrir (Man/25/65kg/1m80)
Wat: 192ug LSD, 36 gram truffels (psilocybe galindoi/MushRocks)
Waar: Sint Anthonis
Setting: Het huis van een jeugdvriendin van mijn moeder, waar ik weer eens oppaste op de hoogbejaarde hond en stokoude kat. Een snoezig oud huisje, oubollig ingericht, met een ruim erf.
Mindset: ik zag al weken uit naar deze trip. Goed, eerst dacht ik hier mescaline te gaan proberen, maar toen mijn broer die weer vergeten was voor me mee te nemen besloot ik maar een mooie dosis LSD en truffels te nemen. Ik voelde me enigszins bezwaard dat ik in andermans huis tripte zonder toestemming of medeweten, maar genoeg op mijn gemak in het huis om er toch voor te gaan.
I am an object
Stretched out in seven dimensions
My extremities terminate in yesterdays, what ifs and has beens
Covered in three-dimensional velvet cloth
I cannot be seen
You must feel me to know my shape
Elf uur 's ochtends. De tijd is aangebroken: ik leg de zegeltjes op mijn tong, en besluit ze meteen door te spoelen met een slokje water. De truffels zal ik iets later nemen, zodat beide middelen tegelijk op zullen komen. Ik zet de waterkoker alvast aan zodat het water zodadelijk afgekoeld zal zijn voor mijn truffelthee, en ga naar buiten om een sigaretje te roken. Daar besluit ik om de dag te beginnen met het nummer Your Name van Bernache. Deze trip zal, zeker in het begin, erg bepaald worden door de muziek die ik luister. Daarom vermeld ik steeds de soundtrack van het moment.
Nadat het nummer af is rook ik nog even mijn sigaret op. Daarna zet ik een kopje kamillethee en voeg gemalen truffels en honing toe. Mijn hoop dat gemalen truffels makkelijk weg te werken zijn wordt meteen stukgeslagen – je proeft de smaak nog beter, en het gruis blijft plakken in je keel. Bah. De honing maakte het ook niet smakelijker, alleen maar zoeter. Om vijf voor half twaalf heb ik het hele zaakje eindelijk weggewerkt.
Daarna besluit ik de tijd te vullen met een aflevering Top Gear. Halverwege begint de kamer opeens te flitsen, net als wanneer je 's nachts in bed ligt en de koplampen van passerende auto's je muur even verlichten – maar dan een stuk sneller. Ook merk ik... een... warme gloed...
Goed, truffels hebben vaak een sensuele uitwerking op me, en de LSD geeft me kennelijk extra energie en enthousiasme. Ik zal waken voor TMI, maar laten we het erop houden dat ik naar boven sprint en zeker een uur in bed besteed aan de come up :P
Ahum. Wanneer ik bijgekomen ben merk ik dat ik waarlijk zo kort ben als een garnaal. Ik zet het album Hybrid van Elsiane op, en sluit mijn ogen om te genieten van de closed eye visuals die al redelijk aanwezig zijn. Binnen een paar minuten ga ik echter helemaal op in de muziek; ik begrijp het gewoon. Ik ben de muziek. Fenrir bestaat nog, maar is nu een akkoord, dan een basnoot, nu weer een emotie, dan een flard tekst. De pulserende roze wolken en witte flitsen die ik zie bestaan om me heen, zijn deel van mij – ik ben deel van hen. Zij zijn de muziek. Ik ben de muziek. Vaag ben ik me nog bewust van mijn lichaam, dat eindeloos ronddraait onder de deken – ben ik me bewust van het kussen dat druk uitoefent op mijn achterhoofd; rationeel weet ik dat ik aan het trippen ben en in bed lig, maar het bed lijkt deel van mij, deel van de roze wolken die mij omringen. Tijd bestaat niet meer.
Wanneer het album afgelopen is keer ik langzaam terug naar de werkelijkheid – rauw, emotioneel, voldaan. “Wat”, denk ik bij mezelf, “is nou de meest emotionele muziek die je kent? Eens kijken wat we allemaal kunnen beleven.”
Uiteindelijk valt de keuze op het album Remedy Lane van Pain of Salvation. De muziek is soms mooi, soms agressief, soms schrijnend – de teksten zijn doorweven met verdriet, liefde, schaamte, hoop, verlies – de zanger, Daniel Gildenlöw, is een van de weinigen die mij kunnen raken met hun stem. Dit album heb ik, na het voor het eerst gehoord te hebben op mijn achtste, zo'n tien jaar niet gehoord, en toen ik het weer voor het eerst hoorde deed het enorm veel met me. Vooral het laatste nummer: toen ik de eerste gitaaraanslagen hoorde, voor het eerst in tien jaren, was het alsof ik herenigd werd met een stuk van mijn ziel. Tot de dag van vandaag is dit mijn favoriete nummer.
Dus. Ik zette het album aan, vleide me wederom neer, en gaf me over aan de reis. Deze keer was de ervaring veel specifieker; volledig gewijd aan de tekst. Voor zover ik me bewust kan herinneren had ik absoluut geen closed eye visuals. In plaats daarvan beleefde ik de teksten. Ik leidde de levens van de mensen over wie het ging. In een klein uur heb ik liefde gekend, en verloren. Ik heb een miskraam gehad, ik heb kinderen gekregen; mezelf verhangen met de stropdas van mijn man, en een liefdeslied gezongen voor mijn vrouw. Ik heb, aan het eind – nadat de eerste noten van het laatste nummer me reduceerden tot de onschuldige en kwetsbare achtjarige jongen die ik zo lang geleden verlaten heb – mijn jeugd opnieuw beleefd, al was het de jeugd van de hoofdpersoon uit het nummer. Zijn goede en slechte keuzes, de dingen waar hij spijt van heeft, de ultieme berusting in het zijn – het wezen. Meer menselijk te zijn dan we willen. Dit alles behoorde mij toe.
Wanneer de muziek weggestorven is, en ik terug tot leven kom, besluit ik even iets minder emotioneels op te zetten. Zware, complexe, buitenaards aanvoelende metal, that's the thing. Koloss van Meshuggah wordt afgespeeld!
Het eerste nummer is echt even wennen. De zang klinkt alsof hij uit een millennia-oude, almachtige entiteit komt, de drums zijn geheel onverbiddelijk, de gitaren en bassen klinken onmogelijk laag, scherp en dreigend. Wanneer ik er eenmaal in zit sluit ik mijn ogen weer, en alweer begeef ik me in een andere wereld.
Ik zie, om me heen, de inner workings van het universum; de tandwielen en mechanismen achter de schermen, zich eindeloos uitstrekkend in alle richtingen in een pikzwarte en oneindige ruimte. Soms zijn het werkelijk mechanische voorwerpen. Dan verwordt alles vloeiend tot eindeloze in elkaar grijpende mandala's, tot fractalen die inzoomen op zichzelf, tot exploderende sterren, tot zichzelf opbouwende en afbrekende, opbouwende en afbrekende structuren – steeds andere wonderlijke dingen. Dit alles in superfelle, knipperende neonkleuren; vloeiend, mengend, veranderend, eindeloos in beweging.
Terwijl ik dit schouwspel bewonder vanuit mijn bevoorrechte positie hoor ik nog steeds de almachtige entiteit bulderen. Het klinkt niet dreigend – het klinkt machtig, majestueus, beeldschoon in al haar rauwheid. Na een tijdje raak ik me weer bewust van de muziek, en kom tot de conclusie dat de instrumenten, elementen zijn. Eerst zie ik de drums, als steen met een relief erin – dan verworden de gitaren tot de essentie van ijzer. Ik weet niet of ik ijzer zie, voel of proef, hoor... maar ik ervaar de essentie van ijzer op een manier die ik nog nooit ervaren heb. Langzaam verroest het ijzer, en wordt de essentie gereduceerd tot een licht verroest blok metaal, voor me zwevend in absoluut niet, en ik weet dat ik alles beleefd heb dat Meshuggah mij vandaag kan bieden. Ik luister eerbiedig het nummer af, en besluit de laatste twee te laten voor wat ze zijn.
De keuze valt nu op Ott's album Mir, wat ik tot nu toe tijdens zowat elke trip geluisterd heb. Het roept echter niet zo'n sterke emoties op, en de cev's vallen ook tegen na de pracht en praal van net. Ik besluit naar beneden te gaan, en nestel me op de bank. Drommel, de poes, komt meteen bij me zitten, en ik ga zo op in het aaien van dit stokoude en enorm lieve dier dat het album zo voorbij is. Hybrid mag voor de tweede keer deze avond aan, en ook dit album gaat op deze manier voorbij.
Ik heb overigens nog wel visuals, maar ze zijn niet zo sterk aanwezig; al mijn aandacht gaat naar de kat, het aaien, en het in het nu zijn. Onbewust was dit een mediatiesessie van anderhalf, twee uur, en heb ik een aaitrance gehad. Ik zet Blackwater Park aan, mijn favoriete Opeth-album, en besluit na een paar nummers om te gaan roken.
Dit is de eerste keer dat ik buitenkom sinds mijn ochtendsigaret, en ik ben absoluut verbijsterd door de visuals die zich laten lokken door het licht, de kleuren en texturen die ik buiten vind. Ik staar zeker een half uur naar de eindeloos bewegende paisley-patronen op de tafel, de mandala's in de tegels, de kronkelende bloemen die uit de bakstenen komen. Alle patronen hebben aardse kleuren, maar de omlijningen van de patronen zijn erg gaaf en gelikt, en flitsen eindeloos in steeds veranderende, vloeiende neonkleuren. Het is onmogelijk om deze perfecte synergie van psilocybine en LSD recht aan te doen met woorden. Zo, zo mooi.
Ik ga naar binnen om een kopje thee te zetten, en zet opnieuw Elsiane's album Hybrid aan. Dit is vandaag kennelijk echt mijn jam. De volgende twintig minuten of zo zit ik weer binnen met de kat, dan besluit ik dat ik weer wil genieten van de visuals buiten. Die zijn precies hetzelfde van aard, maar nog even prachtig en indrukwekkend. Wanneer het album weer afgelopen is zet ik Once van Nightwish op. Ik merk ondertussen wel dat de trip af aan het nemen is, en ben erg droevig. Als ik de mogelijkheid had nog eens zeven of acht uur verder te trippen zou ik zo tekenen. Bij het roken van mijn laatste sigaret voor ik naar binnen ga kijk ik toevallig naar de klinkers die op een deel van het terras liggen, waar mos tussen groeit, en kom erachter dat ik nog steeds visuals heb; het mos lijkt vloeiend te bewegen tussen de donkerrode klinkers, en het doet me denken aan dat typische beeld dat in films gebruikt wordt om een drukke stad in beeld te brengen: een camera die urenlang de auto's volgt die over het stratennetwerk rijden, en die beelden dan versneld afgespeeld zodat je alleen maar rode en witte lichtstrepen tussen zwarte gebouwen ziet. Zo ziet dit er precies uit, maar dan met groene koplampen door straten die gevuld zijn met louter even grote, baksteenrode gebouwen. Naarmate ik langer focuste verslapte mijn dieptezicht en gevoel voor formaat steeds meer, totdat ik daadwerkelijk neerkeek op een rode stad die verlicht werd met bewegend groen licht. Het klinkt een beetje onbenullig als ik het zo neerschrijf, maar het was echt imposant.

Impressie van de visuals, die ze geen recht aandoet overigens
De trip zo'n beetje voorbij besloot ik koekjes te eten, maar ik kreeg ze niet weg. Ik heb wel vaker een afkeer van zoete, ongezonde rommel tijdens het trippen – nu was het echter alsof de suikerkorrels in de koekjes zo scherp en hard waren als diamantschilfers en alle glazuur van mijn tanden schraapten. Ik weet niet of de smaak me eigenlijk tegenstond, of dat het idee van de aanval op mijn tanden voortkwam uit de wetenschap dat suiker slecht is voor je gebit, of dat ik daadwerkelijk gevoelige tanden had, maar het was in ieder geval onaangenaam.
Aangezien ik best zin had om te eten, en stom genoeg niet van tevoren iets had gekookt, keek ik of de supermarkt nog open was. Nog geen negen uur, yes! Het winkelen was zoooooo ongemakkelijk though, brrrr. Volgens mij zag ik er best wasted uit, want een personeelslid volgde me “subtiel” door de hele winkel, en mijn caissiere keek me heel ostentatief niet aan. Oeps :P
De pizza viel ook tegen, maar was binnen te houden. Rond deze tijd waren mijn laatste visuals ook wel echt klaar.
Ik besloot mijn aflevering Top Gear af te kijken, en ik was absoluut geschokt en verafschuwd door hoe nep en doorzichtig Aaron Paul, de gast van die aflevering was. Ook in nuchtere toestand is het niet aan te zien, maar in de comedown was het echt vreselijk. Ik ging nadenken over “jezelf zijn” en wat dat betekent.
We spelen natuurlijk allemaal een rol. De Fenrir die bij zijn ouders op de bank zit is niet dezelfde Fenrir die met zijn vrienden zit te kaarten, is niet de Fenrir die met zijn nichtjes speelt, is niet de... Toch probeer ik altijd oprecht en “mezelf” te zijn. Nog steeds voel ik me vaak ongemakkelijk. Het observeren van Aaron Paul en Jeremy Clarkson verschafte mij een interessant inzicht, waarvan ik nog niet weet of het klopt maar dat ik wel met jullie wil delen.
Paul speelde de rol van televisiester die zijn fans wil behagen; Clarkson speelde de rol van Jeremy Clarkson. De eerste probeerde te conformeren aan de verwachtingen van anderen, en faalde in zijn doorzichtige en verdrietige poging; de tweede heeft decennialang zichzelf gespeeld, en is nu zo goed in die rol dat hij een van de meest zelfverzekerde (en arrogante) personen op de buis is.
Misschien dat ik net een andere insteek moet kiezen: ik weet ondertussen wie ik ben en hoe ik me gedraag, hoe ik reageer op situaties en mensen; als ik nou eens ophou met reageren en mezelf zijn, en begin met de rol van Fenrir spelen?!
Waar ik normaal redelijk met woorden om kan gaan, vind ik het nu moeilijk om dit inzicht goed over te brengen. Ik heb het idee dat het, zoals ik het nu neergepend heb, ongeveer 50% “Ja, duh” op zal roepen, en 50% “Wat een bullshit”. Ik zal proberen om betere bewoordingen te vinden, en uiteraard ook proberen om dit inzicht toe te passen. Vergeef me in de tussentijd mijn inadequate pogingen om dit concept over te brengen
Vergeef mij ook het afschuwelijke gedicht dat ik geschreven heb nadat ik dit inzicht kreeg, dat bovenaan dit trip report staat.
Wat: 192ug LSD, 36 gram truffels (psilocybe galindoi/MushRocks)
Waar: Sint Anthonis
Setting: Het huis van een jeugdvriendin van mijn moeder, waar ik weer eens oppaste op de hoogbejaarde hond en stokoude kat. Een snoezig oud huisje, oubollig ingericht, met een ruim erf.
Mindset: ik zag al weken uit naar deze trip. Goed, eerst dacht ik hier mescaline te gaan proberen, maar toen mijn broer die weer vergeten was voor me mee te nemen besloot ik maar een mooie dosis LSD en truffels te nemen. Ik voelde me enigszins bezwaard dat ik in andermans huis tripte zonder toestemming of medeweten, maar genoeg op mijn gemak in het huis om er toch voor te gaan.
I am an object
Stretched out in seven dimensions
My extremities terminate in yesterdays, what ifs and has beens
Covered in three-dimensional velvet cloth
I cannot be seen
You must feel me to know my shape
Elf uur 's ochtends. De tijd is aangebroken: ik leg de zegeltjes op mijn tong, en besluit ze meteen door te spoelen met een slokje water. De truffels zal ik iets later nemen, zodat beide middelen tegelijk op zullen komen. Ik zet de waterkoker alvast aan zodat het water zodadelijk afgekoeld zal zijn voor mijn truffelthee, en ga naar buiten om een sigaretje te roken. Daar besluit ik om de dag te beginnen met het nummer Your Name van Bernache. Deze trip zal, zeker in het begin, erg bepaald worden door de muziek die ik luister. Daarom vermeld ik steeds de soundtrack van het moment.
Nadat het nummer af is rook ik nog even mijn sigaret op. Daarna zet ik een kopje kamillethee en voeg gemalen truffels en honing toe. Mijn hoop dat gemalen truffels makkelijk weg te werken zijn wordt meteen stukgeslagen – je proeft de smaak nog beter, en het gruis blijft plakken in je keel. Bah. De honing maakte het ook niet smakelijker, alleen maar zoeter. Om vijf voor half twaalf heb ik het hele zaakje eindelijk weggewerkt.
Daarna besluit ik de tijd te vullen met een aflevering Top Gear. Halverwege begint de kamer opeens te flitsen, net als wanneer je 's nachts in bed ligt en de koplampen van passerende auto's je muur even verlichten – maar dan een stuk sneller. Ook merk ik... een... warme gloed...
Goed, truffels hebben vaak een sensuele uitwerking op me, en de LSD geeft me kennelijk extra energie en enthousiasme. Ik zal waken voor TMI, maar laten we het erop houden dat ik naar boven sprint en zeker een uur in bed besteed aan de come up :P
Ahum. Wanneer ik bijgekomen ben merk ik dat ik waarlijk zo kort ben als een garnaal. Ik zet het album Hybrid van Elsiane op, en sluit mijn ogen om te genieten van de closed eye visuals die al redelijk aanwezig zijn. Binnen een paar minuten ga ik echter helemaal op in de muziek; ik begrijp het gewoon. Ik ben de muziek. Fenrir bestaat nog, maar is nu een akkoord, dan een basnoot, nu weer een emotie, dan een flard tekst. De pulserende roze wolken en witte flitsen die ik zie bestaan om me heen, zijn deel van mij – ik ben deel van hen. Zij zijn de muziek. Ik ben de muziek. Vaag ben ik me nog bewust van mijn lichaam, dat eindeloos ronddraait onder de deken – ben ik me bewust van het kussen dat druk uitoefent op mijn achterhoofd; rationeel weet ik dat ik aan het trippen ben en in bed lig, maar het bed lijkt deel van mij, deel van de roze wolken die mij omringen. Tijd bestaat niet meer.
Wanneer het album afgelopen is keer ik langzaam terug naar de werkelijkheid – rauw, emotioneel, voldaan. “Wat”, denk ik bij mezelf, “is nou de meest emotionele muziek die je kent? Eens kijken wat we allemaal kunnen beleven.”
Uiteindelijk valt de keuze op het album Remedy Lane van Pain of Salvation. De muziek is soms mooi, soms agressief, soms schrijnend – de teksten zijn doorweven met verdriet, liefde, schaamte, hoop, verlies – de zanger, Daniel Gildenlöw, is een van de weinigen die mij kunnen raken met hun stem. Dit album heb ik, na het voor het eerst gehoord te hebben op mijn achtste, zo'n tien jaar niet gehoord, en toen ik het weer voor het eerst hoorde deed het enorm veel met me. Vooral het laatste nummer: toen ik de eerste gitaaraanslagen hoorde, voor het eerst in tien jaren, was het alsof ik herenigd werd met een stuk van mijn ziel. Tot de dag van vandaag is dit mijn favoriete nummer.
Dus. Ik zette het album aan, vleide me wederom neer, en gaf me over aan de reis. Deze keer was de ervaring veel specifieker; volledig gewijd aan de tekst. Voor zover ik me bewust kan herinneren had ik absoluut geen closed eye visuals. In plaats daarvan beleefde ik de teksten. Ik leidde de levens van de mensen over wie het ging. In een klein uur heb ik liefde gekend, en verloren. Ik heb een miskraam gehad, ik heb kinderen gekregen; mezelf verhangen met de stropdas van mijn man, en een liefdeslied gezongen voor mijn vrouw. Ik heb, aan het eind – nadat de eerste noten van het laatste nummer me reduceerden tot de onschuldige en kwetsbare achtjarige jongen die ik zo lang geleden verlaten heb – mijn jeugd opnieuw beleefd, al was het de jeugd van de hoofdpersoon uit het nummer. Zijn goede en slechte keuzes, de dingen waar hij spijt van heeft, de ultieme berusting in het zijn – het wezen. Meer menselijk te zijn dan we willen. Dit alles behoorde mij toe.
Wanneer de muziek weggestorven is, en ik terug tot leven kom, besluit ik even iets minder emotioneels op te zetten. Zware, complexe, buitenaards aanvoelende metal, that's the thing. Koloss van Meshuggah wordt afgespeeld!
Het eerste nummer is echt even wennen. De zang klinkt alsof hij uit een millennia-oude, almachtige entiteit komt, de drums zijn geheel onverbiddelijk, de gitaren en bassen klinken onmogelijk laag, scherp en dreigend. Wanneer ik er eenmaal in zit sluit ik mijn ogen weer, en alweer begeef ik me in een andere wereld.
Ik zie, om me heen, de inner workings van het universum; de tandwielen en mechanismen achter de schermen, zich eindeloos uitstrekkend in alle richtingen in een pikzwarte en oneindige ruimte. Soms zijn het werkelijk mechanische voorwerpen. Dan verwordt alles vloeiend tot eindeloze in elkaar grijpende mandala's, tot fractalen die inzoomen op zichzelf, tot exploderende sterren, tot zichzelf opbouwende en afbrekende, opbouwende en afbrekende structuren – steeds andere wonderlijke dingen. Dit alles in superfelle, knipperende neonkleuren; vloeiend, mengend, veranderend, eindeloos in beweging.
Terwijl ik dit schouwspel bewonder vanuit mijn bevoorrechte positie hoor ik nog steeds de almachtige entiteit bulderen. Het klinkt niet dreigend – het klinkt machtig, majestueus, beeldschoon in al haar rauwheid. Na een tijdje raak ik me weer bewust van de muziek, en kom tot de conclusie dat de instrumenten, elementen zijn. Eerst zie ik de drums, als steen met een relief erin – dan verworden de gitaren tot de essentie van ijzer. Ik weet niet of ik ijzer zie, voel of proef, hoor... maar ik ervaar de essentie van ijzer op een manier die ik nog nooit ervaren heb. Langzaam verroest het ijzer, en wordt de essentie gereduceerd tot een licht verroest blok metaal, voor me zwevend in absoluut niet, en ik weet dat ik alles beleefd heb dat Meshuggah mij vandaag kan bieden. Ik luister eerbiedig het nummer af, en besluit de laatste twee te laten voor wat ze zijn.
De keuze valt nu op Ott's album Mir, wat ik tot nu toe tijdens zowat elke trip geluisterd heb. Het roept echter niet zo'n sterke emoties op, en de cev's vallen ook tegen na de pracht en praal van net. Ik besluit naar beneden te gaan, en nestel me op de bank. Drommel, de poes, komt meteen bij me zitten, en ik ga zo op in het aaien van dit stokoude en enorm lieve dier dat het album zo voorbij is. Hybrid mag voor de tweede keer deze avond aan, en ook dit album gaat op deze manier voorbij.
Ik heb overigens nog wel visuals, maar ze zijn niet zo sterk aanwezig; al mijn aandacht gaat naar de kat, het aaien, en het in het nu zijn. Onbewust was dit een mediatiesessie van anderhalf, twee uur, en heb ik een aaitrance gehad. Ik zet Blackwater Park aan, mijn favoriete Opeth-album, en besluit na een paar nummers om te gaan roken.
Dit is de eerste keer dat ik buitenkom sinds mijn ochtendsigaret, en ik ben absoluut verbijsterd door de visuals die zich laten lokken door het licht, de kleuren en texturen die ik buiten vind. Ik staar zeker een half uur naar de eindeloos bewegende paisley-patronen op de tafel, de mandala's in de tegels, de kronkelende bloemen die uit de bakstenen komen. Alle patronen hebben aardse kleuren, maar de omlijningen van de patronen zijn erg gaaf en gelikt, en flitsen eindeloos in steeds veranderende, vloeiende neonkleuren. Het is onmogelijk om deze perfecte synergie van psilocybine en LSD recht aan te doen met woorden. Zo, zo mooi.
Ik ga naar binnen om een kopje thee te zetten, en zet opnieuw Elsiane's album Hybrid aan. Dit is vandaag kennelijk echt mijn jam. De volgende twintig minuten of zo zit ik weer binnen met de kat, dan besluit ik dat ik weer wil genieten van de visuals buiten. Die zijn precies hetzelfde van aard, maar nog even prachtig en indrukwekkend. Wanneer het album weer afgelopen is zet ik Once van Nightwish op. Ik merk ondertussen wel dat de trip af aan het nemen is, en ben erg droevig. Als ik de mogelijkheid had nog eens zeven of acht uur verder te trippen zou ik zo tekenen. Bij het roken van mijn laatste sigaret voor ik naar binnen ga kijk ik toevallig naar de klinkers die op een deel van het terras liggen, waar mos tussen groeit, en kom erachter dat ik nog steeds visuals heb; het mos lijkt vloeiend te bewegen tussen de donkerrode klinkers, en het doet me denken aan dat typische beeld dat in films gebruikt wordt om een drukke stad in beeld te brengen: een camera die urenlang de auto's volgt die over het stratennetwerk rijden, en die beelden dan versneld afgespeeld zodat je alleen maar rode en witte lichtstrepen tussen zwarte gebouwen ziet. Zo ziet dit er precies uit, maar dan met groene koplampen door straten die gevuld zijn met louter even grote, baksteenrode gebouwen. Naarmate ik langer focuste verslapte mijn dieptezicht en gevoel voor formaat steeds meer, totdat ik daadwerkelijk neerkeek op een rode stad die verlicht werd met bewegend groen licht. Het klinkt een beetje onbenullig als ik het zo neerschrijf, maar het was echt imposant.
Impressie van de visuals, die ze geen recht aandoet overigens
De trip zo'n beetje voorbij besloot ik koekjes te eten, maar ik kreeg ze niet weg. Ik heb wel vaker een afkeer van zoete, ongezonde rommel tijdens het trippen – nu was het echter alsof de suikerkorrels in de koekjes zo scherp en hard waren als diamantschilfers en alle glazuur van mijn tanden schraapten. Ik weet niet of de smaak me eigenlijk tegenstond, of dat het idee van de aanval op mijn tanden voortkwam uit de wetenschap dat suiker slecht is voor je gebit, of dat ik daadwerkelijk gevoelige tanden had, maar het was in ieder geval onaangenaam.
Aangezien ik best zin had om te eten, en stom genoeg niet van tevoren iets had gekookt, keek ik of de supermarkt nog open was. Nog geen negen uur, yes! Het winkelen was zoooooo ongemakkelijk though, brrrr. Volgens mij zag ik er best wasted uit, want een personeelslid volgde me “subtiel” door de hele winkel, en mijn caissiere keek me heel ostentatief niet aan. Oeps :P
De pizza viel ook tegen, maar was binnen te houden. Rond deze tijd waren mijn laatste visuals ook wel echt klaar.
Ik besloot mijn aflevering Top Gear af te kijken, en ik was absoluut geschokt en verafschuwd door hoe nep en doorzichtig Aaron Paul, de gast van die aflevering was. Ook in nuchtere toestand is het niet aan te zien, maar in de comedown was het echt vreselijk. Ik ging nadenken over “jezelf zijn” en wat dat betekent.
We spelen natuurlijk allemaal een rol. De Fenrir die bij zijn ouders op de bank zit is niet dezelfde Fenrir die met zijn vrienden zit te kaarten, is niet de Fenrir die met zijn nichtjes speelt, is niet de... Toch probeer ik altijd oprecht en “mezelf” te zijn. Nog steeds voel ik me vaak ongemakkelijk. Het observeren van Aaron Paul en Jeremy Clarkson verschafte mij een interessant inzicht, waarvan ik nog niet weet of het klopt maar dat ik wel met jullie wil delen.
Paul speelde de rol van televisiester die zijn fans wil behagen; Clarkson speelde de rol van Jeremy Clarkson. De eerste probeerde te conformeren aan de verwachtingen van anderen, en faalde in zijn doorzichtige en verdrietige poging; de tweede heeft decennialang zichzelf gespeeld, en is nu zo goed in die rol dat hij een van de meest zelfverzekerde (en arrogante) personen op de buis is.
Misschien dat ik net een andere insteek moet kiezen: ik weet ondertussen wie ik ben en hoe ik me gedraag, hoe ik reageer op situaties en mensen; als ik nou eens ophou met reageren en mezelf zijn, en begin met de rol van Fenrir spelen?!
Waar ik normaal redelijk met woorden om kan gaan, vind ik het nu moeilijk om dit inzicht goed over te brengen. Ik heb het idee dat het, zoals ik het nu neergepend heb, ongeveer 50% “Ja, duh” op zal roepen, en 50% “Wat een bullshit”. Ik zal proberen om betere bewoordingen te vinden, en uiteraard ook proberen om dit inzicht toe te passen. Vergeef me in de tussentijd mijn inadequate pogingen om dit concept over te brengen
Vergeef mij ook het afschuwelijke gedicht dat ik geschreven heb nadat ik dit inzicht kreeg, dat bovenaan dit trip report staat.
