Wie? – @Eik @Psychedelibee en ik.
Wat? – Changa, DMT, gezelligheid, later nog een beetje hasj en lachgas, yolo.
Waar? – In het huis van Eik (nee, geen boomhut).
Waarom? - Waarom niet.
Ervaring? – Een aantal keren psilo, twee keer LSD en één keer ALD-52, wanneer het gaat over serieuzere psychedelica. Daarnaast wel zeer regelmatig 2C-B, maar dat vind ik niet echt meetellen. Kortom: ik ben verre van een doorgewinterde badass en eigenlijk best nog wel beetje een trip-noob.
Wanneer? – 02/06/18
Stemming? – Nieuwsgierig, met een mini-vleugje stress. In de trein op weg naar Eik’s stad ontken ik de situatie voorlopig voor het gemak nog maar even door hersenloos in een tijdschrift te bladeren. Niet dat de laatste insta-trends, Temptation Island escapades, rode-loper-looks en tips voor het laseren van je bovenlip me ook maar iets kunnen schelen, maar misschien dat mijn brein straks wat meer complexiteit tot zich kan nemen als het zich nu verplicht met dit soort zaken moet bezighouden. Ofzo. xD
Verwachting? – Next level stuff.
Waarschuwing: NIET lezen als je niet van oeverloos gezwam houdt, want mijn reports worden op mysterieuze wijze altijd ellenlange boekwerken. Sorry jongens! Als je betere dingen te doen hebt in je leven (begrijpelijk) raad ik de reports van Eik en Bee over dezelfde dag aan want die zijn ongeveer vijf kilometer korter.
Vooraf
Een uur later dan gepland kom ik aan in Eik's stad, na weer eens een trein gemist te hebben omdat ik iets debiels vergeten was, story of my life. Het is best bijzonder om nog eens in deze stad te komen, want ik heb hier in de prehistorie nog een tijd gestudeerd. Had toen niet kunnen bedenken dat ik op een dag zou terugkeren voor een random DMT-meeting met twee gasten van een drugsforum though. Maar ja, zo gaan die dingen blijkbaar in het leven. (Althans, in mijn leven. Ik weet niet in hoeverre dit representatief is voor de levens van normalere mensen.)
Eik en Bee halen me met de auto op van het station en we gaan naar Eik Palace. Eenmaal daar krijgen Bee en ik een rondleiding door ons tripdomein to be en daarna gaan we effe lunchen. Bee heeft nog een toepasselijk cadeautje voor mij meegenomen, jeuj! Omdat ik sinds mijn gefaalde LSD-microdosis experiment een lichte obsessie heb ontwikkeld voor lama-achtige diersoorten (lees: de desbetreffende dosis was niet helemaal zo micro uitgepakt als ik gehoopt had, blijkende uit het feit dat ik ineens opgezadeld zat met lama’s met twee gespiegelde hoofden en een Brabants accent), had ik aan Bee’s hoofd gezeurd of-ie een alpaca voor me wilde vangen in Peru. Bee heeft hier gelukkig niet naar geluisterd en voor een diervriendelijk alternatief gezorgd: Pedro de pluchen alpaca. Uiteraard vernoemd naar de welbekende San Pedro-cactus. Thanks Bee! Ik besluit dat Pedro de alpaca de mascotte wordt voor de dag en alle sjamanistische rituelen mag bijwonen.
Na wat gegeten te hebben bekijken en besnuffelen Eik en ik gefascineerd de mysterieus uitziende en geurende potjes changa en DMT (algemeen oordeel: iew) (bij benadering komen ‘kinderboerderij’ voor changa en ‘verbrand plastic – met vlaagje kots’ voor DMT nog het dichtst in de buurt). Dan is het langzaam tijd voor de eerste kennismaking met changa, oftewel rookbare ayahuasca. Dit spul is een op thee lijkend plantaardig prutje dat jawel, net als ayuahasca dus, zowel een DMT-extract als een MAO-remmer bevat waardoor het een wat milder, aardser effect geeft dan DMT en net iets langer duurt. Het leent zich daardoor perfect voor een eerste kennismaking, goed plan van DMT-guru Bee dus om dit spulletje als voorafje voor te schotelen aan ons twee naïeve en onwetende nitwits.
Changa in het huis van Eik (dat ik bijna ik de fik had gestoken) (grapje hoor Eik)
We zitten op de bank in Eik Palace. Met verdacht geoefende skills maakt Bee het changa-jointje klaar wat we vervolgens delen. Ik ben geen roker en ben het ook nooit geweest, dus voor mij wordt het van ons drieën de grootste uitdaging om de rook überhaupt effectief binnen te krijgen. De enige ervaring waar ik uit kan putten is afkomstig uit mijn studententijd, toen ik sporadisch nog wel eens half bezopen een pakje sigaretten met anderen meepafte op feesten. Hierdoor weet ik ongeveer hoe ik rook binnen moet houden, maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Ik besluit niet de moeite te gaan nemen om ook maar enigszins cool op de rest over te komen wanneer ik de joint in handen krijg, maar het motto ‘hoesten is goed’ te hanteren. Mooie tripjes vormen het hoofddoel vandaag, dat mijn longen daarbij waarschijnlijk deels affikken is slechts bijzaak.
De eerste joint is niet zo groot. Ik heb geen flauw idee wat gebruikelijke proporties zijn, maar freelance stoner Eik weet al snel te ontfutselen dat Bee bewust een ielig baby-jointje voor ons heeft gedraaid om te testen wat wij aankunnen, haha. De verwachtingen waren duidelijk niet erg hooggespannen! Eerst kijk ik even toe hoe de twee prof stonies te werk gaan en dan ben ik zelf aan de beurt. Ik neem een paar voorzichtige hijsjes. Het spul is minder scherp dan hasj en ik doe mijn uiterste best geen hoestbui te krijgen. Uiteraard krijg ik dus wel een hoestbui. Was te verwachten. Owell... Ik heb in ieder geval niet volledig gefaald, want ik merk de changa bijna direct. Het effect van deze dosis is relatief mild maar toch duidelijk aanwezig. Wat direct opvalt bijvoorbeeld is de bodyload. Een aparte ‘buzz’ die ik helemaal niet ken van andere psychedelica. Dit gevoel gaat samen met een sensatie van warmte en een racende hartslag – best fysiek dus. Praten is gedurende een paar minuten moeilijk merk ik, zelfs als de piek al even van het effect af is. Als ik iets probeer te zeggen hoor ik mezelf heel raar, alsof er meerdere andere mensen tegelijk door elkaar praten. Visueel vind ik changa op deze dosis vergelijkbaar met een stevig LSD-tripje, nice! Er zijn niet echt concrete visuals maar de omgeving van de woonkamer ziet er anders uit, diepe heldere kleuren en veel diepte. Wel even wennen aan het korte effect. Voor je het weet trekt het alweer weg. Dit is echt ‘een kijkje in’, geeft toch een heel andere ervaring dan een langdurige trip. Waarin dit spul zich verder ook onderscheidt van andere tripmiddelen is dat het geen loomheid/wausheid geeft maar juist een zekere helderheid. Dus terwijl je mindset min of meer nuchter aanvoelt trip je hem tegelijkertijd als een regenboogkleurige kanariepiet. Dit voegt iets ‘reëels’ toe aan de ervaring toe, alsof jij in de trip geplaatst bent in plaats van de trip in jouw hoofd. We zullen later zien dat dit realiteitsgevoel bij pure DMT pas écht leipe shit wordt maar ik vind het bij changa al best merkbaar.
Eik en ik zijn blijkbaar geslaagd voor de de Grote Bee Beginnerstest, want de tweede joint is groter. Mooi, want groot is goed! (Meestal dan.) Ik sluit weer als derde aan in het rijtje. Nou, daar gaan we dan weer. 1 2 3 hijs. Huh. Oh. Ik was te traag. De joint is uit. Ehh. En nu? De rest is al in changaland dus ik ben even op mezelf aangewezen. Ik zie de aansteker op tafel liggen. Achteraf had ik misschien iets subtieler te werk kunnen gaan met dat ding, want ineens heb ik de hele jonko in de hens gezet. Nooooo. Fuck! Dit hoort niet! SOS! Mayday! 112! Verschrikt kijk ik naar de fikkende joint. Na een 1.5 seconde durende panic attack besef ik dat ik helemaal niet af hoef te wachten tot Eik huis afbrandt, maar de vlam gewoon kan uitblazen. Tuurlijk! Hèhè, zo moeilijk is het allemaal niet. Alles onder controle! Vlam uit, joint weer aan, mijn buurmannen nog vredig in hogere sferen, huis Eik nog heel, Pedro oké, niemand gewond, niemand iets gezien, niets gebeurd. Halleluja. (Of was het 'Hal-lul-luja' Bee?).
Scheelde niet veel of onze changa-trips hadden er zo uitgezien!

Om mezelf ervan te verzekeren dat het bij dit eenmalige pyromane missertje blijft wil ik voorkomen dat ik de joint nog eens opnieuw moet aansteken. Dus ik neem een paar fanatieke hijsen, wat resulteert in een hoestbui waar de gemiddelde zware Van Nelle-verslaafde zeehond jaloers op zou zijn. Niet voor niets echter, want dan…! Wat zojuist nog een ‘buzz’ was, wordt nu een overweldigende WOESJJJJJ. De ‘woesj’ voelt als een in zeer korte tijd opkomende fysieke kracht/druk. De bewegingsrichting hiervan is bij mij niet van binnen naar buiten, maar van buiten naar binnen, een implosie dus als het ware. Het voelt alsof alles wat waargenomen wordt door mijn zintuigen, geluid, zicht, geur en smaak, ruw bij elkaar gepakt en vermengd wordt tot één groot geheel en zo naar bij me naar binnen wordt ‘gesmasht’. Zoiets. Dit gevoel is wel even een schrikmomentje waard, je weet even niet wat je overkomt. Subtiel is anders! De omgeving is één samensmelting van kleuren en de muziek hoor ik heel luid en gefragmenteerd van vier kanten tegelijk. Dit samen met het lichamelijke gevoel van de bodyload is zoveel bij elkaar dat ik een paar seconden lang misselijk word, tegen kotsgevoel aan (achteraf waarschijnlijk de combi met het snel inhaleren van de rook). Dit trekt gelukkig ook weer zowat direct weg en we zullen uiteindelijk merken dat deze ‘woesj’ zo’n beetje de gebruikelijke onset van DMT is. Een gevalletje ‘je moet er even doorheen’ als je ’t mij vraagt, het is niet perse aangenaam. Wat na het wegtrekken van het heftige begin echter overblijft is in het geval van changa een mooie, vredige, liefdevolle, visuele piek en de uitwerking die al snel volgt. De afterglow houdt wel langer aan en ook die is vriendelijk en licht euforisch van aard. Met een neiging tot lachbuien. Als Eik zijn tweede keer verwonderd samenvat met “Deze shit valt echt je ego aan!” komt Bee niet meer bij van het lachen, en bij Eik’s tweede poging tot het efficiënt samenvatten van de situatie “Jij = weg” ga ik ook stuk. Inderdaad voelt het een beetje alsof dit mystieke naar kinderboerderij geurende plantenprutje je persoonlijkheid, dat wat jou een jij maakt, van de toonbank veegt en uitgumt. Weg met die onzin. Fuck jij! (Ik verwacht niet echt dat DMT een eigen denkvermogen heeft, maar indien wel, dan zou het dit sowieso denken.)

Changa in het sprookjesbos
Nadat Eik en ik de bovengenoemde test van Bee ook weer doorstaan hebben (yay we rule), besluiten we even naar de supermarkt te gaan om wat eten te halen. Best bijzonder, het ene moment = jij weg, en het volgende moment = diezelfde jij net zo prima casual vegetarische balletjes uit aan het zoeken voor door de mihoen van vanavond (weliswaar vermoedelijk omringd door een vage kinderboerderij-walm). :’) Niet voor niets wordt er ook wel gerefereerd naar DMT als ‘the businessman’s trip’, al zouden wij het persoonlijk niet perse adviseren voor tijdens de lunchpauze op het werk.
Als we weer thuis zijn bedenken we dat het wel leuk zou zijn om even de natuur in te gaan. Dus wandelen we even later gewapend met het restant van de changa-joint, een fles water (o.a. tegen mijn sjagrokende-zeehondenhoest) én, niet te vergeten, Pedro de alpaca die met z’n hoofdje uit mijn tas steekt zodat-ie mee kan kijken, naar het bos. Eenmaal in het bos gaan we ‘lekker’ tegen een natte boomstronk zitten, aangezien een droge plek vinden hier een onmogelijke opgave blijkt te zijn. Ik probeer het leger pissenbedden dat ik bedrijvig zie rondmarcheren in en rond de boomstronk te negeren. Maar het regent tenminste niet en ook breekt op het moment dat de changa tevoorschijn komt plots de zon door! (Heeft het filmpje over bejaarden die met een tempo van drie kilometer per jaar de zonnedans doen toch nog zin gehad.) Ik laat de andere twee weer voorgaan, als Bee me de joint aangeeft weet ik een paar snelle hijsjes te nemen maar er is niet heel veel meer van het ding over. Kut, toch een nadeel ontdekt van laatste in de rij zijn, haha. Het is echt een beetje een verschrompeld-MDMA-piemel-jointje geworden, microscopisch klein, en ik krijg het met mijn ontbrekende pafskills niet meer voor elkaar om echt goed te inhaleren. “Bedankt hè,” zeg ik nog maar de rest kan op dat moment niet meer zoveel medelijden voor me opbrengen vanuit changatripland, ze horen me niet eens meer. Ach ja, ze zien eruit alsof ze het naar hun zin hebben, en het zijn m’n coole tripmatties, dus ik heb het ze al vergeven. ^^
Door de lagere dosis heb ik een subtieler effect dan de tweede keer. Maar dat is eigenlijk best leuk. De ‘woesj’ is bijna afwezig. Sterker nog: deze keer voelt het meer als een vredige kalmte die als een deken over de wereld valt. De normale bosgeluiden verstommen en de plotseling ontstane absolute stilte doet een beetje surrealistisch aan. Tegelijkertijd ziet de omgeving er werkelijk de overtreffende trap van betoverend uit. Ik zie een INTENSE diepte. Iedereen die wel eens psychedelica gebruikt weet dat er meestal wel de nodige diepte toegevoegd wordt aan je zicht, nou, dit spul tilt dit fenomeen weer naar een nieuw level. Maar echt. Het lijkt wel alsof er nog een extra dieptedimensie aan het concept diepte is toegevoegd. Diepte x diepte x diepte. Ofzo. Het bos lijkt zich tot in de eeuwigheid uit te strekken. Structuren zoals nerven op bomen en takken komen naar voren, takken worden klauwen die lijken te grijpen. Ik zie ook weer overal ogen, zoals vaker op tripmiddelen. Alle details zijn zichtbaar en de kleuren zijn zo intens, het is een groot levend schilderij. Ik besluit dat ik vaker in het bos moet trippen. Ik denk dat ik nooit met open ogen zoiets magisch, moois en vredigs heb gezien als dit! En dan die meditatieve stilte. Dit is gewoon een sprookje. Geluid zou in dit moment alleen maar ruis zijn en afleiden van alles wat echt belangrijk is.
Want wat is precies echt belangrijk? Er zijn dingen waarvan ik dénk dat ik ze belangrijk vind maar die dat eigenlijk later helemaal niet zo blijken te zijn. Het is best bizar om te bedenken dat ik exact een week geleden een presentatie aan het geven was op een kurkdroog wetenschappelijk congres en nu zittend tegen een mossige boomstam vol pissebedden temidden van changa-walmen de natuurliefhebbende hippie aan het uithangen ben. Het staat in sterk contrast met elkaar maar ik zou m’n werk met alle plezier aan de wilgen (of aan Eik ^^) hangen als ik dan iedere dag van de week op deze manier contact zou mogen maken met m’n innerlijke hippie! Zou ik best mee kunnen leven geloof ik! Ik verbaas me op dit moment ook weer even over het feit dat het gebruik van dit middel – net als veel andere mooie spulletjes – VERBODEN is. Like, huh? Wat?! Hahahaha. Iemand krijgt het toch serieus niet bedacht om dit te verbieden? Wat is er mis met deze maatschappij? Dit is kunst in zijn meest pure vorm! Terwijl ik nog even om me heen kijk en kippenvel krijg van de schoonheid van wat ik zie kom ik tot de conclusie dat ik vind dat trippen eigenlijk een vak zou moeten zijn in het middelbaar onderwijs, in plaats van gym, of een ander nutteloos vak, CKV, levensbeschouwing ofzo, dat is toch allemaal maar lulkoek. Hoppa! Ik moet de politiek in! Een eigen partij oprichten en voor dit soort zaken gaan strijden! Oké, nu draaf ik wel wat door misschien. Maar... verbieden. Néé. Assholes. Snappen er duidelijk helemaal niets van.
Ik heb lang gezocht naar een afbeelding die een beeld kan geven van hoe het bos er uit zag op changa, maar guess what: niet gevonden. Juist die onwerkelijke diepte maakte het zo speciaal en dat kan een afbeelding gewoon helemaal niet vatten. Om dan toch maar wat kleur toe te voegen aan dit langdradige verhaal: het meest in de buurt komt nog Mindless zijn profielpic. (Dus hoi Mindless, ik jat hem even van je. Sorry!) Love dit plaatje trouwens, alleen was de werkelijkheid gewoon nog net effe 1000x mooier.

Tot zover dit filosofische intermezzo. Ik zie alles inmiddels weer een beetje normaler om me heen en de rest is ook weer wat bijgekomen. We hebben het nog even over wat we hebben gezien/gevoeld. De afterglow is opnieuw erg chill, we hangen maar een beetje tegen de boomstronk relaxt te zijn. Nadat de heren nog even rijkelijk het territorium gemarkeerd hebben (zucht, kerels) vindt er een korte verstoring plaats van de heersende vrede. Bee mept agressief een rupsje van z’n broek en heeft (terecht) direct spijt van deze impulsieve maar daarom niet minder barbaarse actie. Het onschuldige piepkleine groene rupsje dat angstig om een takje gekruld zit (en wrs. op dit moment denkt: ‘WTF, leave me alone, stelletje vage randdebielen’) wordt inclusief zijn takje opgepakt en erbij gehaald, en we bewonderen hem een tijdje en brainstormen over een naam voordat het rupsje zijn welverdiende vrijheid terugkrijgt. Uiteindelijk telt Eik een aantal zaken bij elkaar op en constateert dat we alledrie eigenlijk maar softies zijn. Bee en ik nemen allebei niet echt de moeite om dit punt op dit moment ter discussie te gaan stellen, we berusten maar gewoon heel mindful in onze zojuist genadeloos toegekende softie-status, want Eik is nu eenmaal een wijze eik. He knows shit. (Althans dat wil-ie graag, dus laat de beste man maar even in de waan.) (Stiekem is Eik de enige softie.)
Nou, dus de changa is op, gedegradeerd tot verschrompeld MDMA-piemel-stompje in het mos. Het was ook wel een beetje een teleurstellend joint-restje hoor. Is dit nu potverdorie alweer een test? Nee, Bee heeft zelf ook geen flauw idee waarom-ie niet meer heeft meegenomen. Maar ach ja, het wordt toch al bijna avond. Avond betekent: het echte werk. Als we terug naar huis lopen vraagt Eik, die in het bos wel weer de intense WOESJ ervaren heeft aan Bee of ‘DMT écht zoveel heftiger is, want dit is al zo intens...!’ Bee houdt wijselijk z’n mond maar kan een klein glimlachje niet onderdrukken. Eik en ik wisselen een ‘fuck, we’re pretty much screwed’-blik. Er staat ons softies duidelijk nog het een en ander te wachten.
Wat? – Changa, DMT, gezelligheid, later nog een beetje hasj en lachgas, yolo.
Waar? – In het huis van Eik (nee, geen boomhut).
Waarom? - Waarom niet.
Ervaring? – Een aantal keren psilo, twee keer LSD en één keer ALD-52, wanneer het gaat over serieuzere psychedelica. Daarnaast wel zeer regelmatig 2C-B, maar dat vind ik niet echt meetellen. Kortom: ik ben verre van een doorgewinterde badass en eigenlijk best nog wel beetje een trip-noob.
Wanneer? – 02/06/18
Stemming? – Nieuwsgierig, met een mini-vleugje stress. In de trein op weg naar Eik’s stad ontken ik de situatie voorlopig voor het gemak nog maar even door hersenloos in een tijdschrift te bladeren. Niet dat de laatste insta-trends, Temptation Island escapades, rode-loper-looks en tips voor het laseren van je bovenlip me ook maar iets kunnen schelen, maar misschien dat mijn brein straks wat meer complexiteit tot zich kan nemen als het zich nu verplicht met dit soort zaken moet bezighouden. Ofzo. xD
Verwachting? – Next level stuff.
Waarschuwing: NIET lezen als je niet van oeverloos gezwam houdt, want mijn reports worden op mysterieuze wijze altijd ellenlange boekwerken. Sorry jongens! Als je betere dingen te doen hebt in je leven (begrijpelijk) raad ik de reports van Eik en Bee over dezelfde dag aan want die zijn ongeveer vijf kilometer korter.
Vooraf
Een uur later dan gepland kom ik aan in Eik's stad, na weer eens een trein gemist te hebben omdat ik iets debiels vergeten was, story of my life. Het is best bijzonder om nog eens in deze stad te komen, want ik heb hier in de prehistorie nog een tijd gestudeerd. Had toen niet kunnen bedenken dat ik op een dag zou terugkeren voor een random DMT-meeting met twee gasten van een drugsforum though. Maar ja, zo gaan die dingen blijkbaar in het leven. (Althans, in mijn leven. Ik weet niet in hoeverre dit representatief is voor de levens van normalere mensen.)
Eik en Bee halen me met de auto op van het station en we gaan naar Eik Palace. Eenmaal daar krijgen Bee en ik een rondleiding door ons tripdomein to be en daarna gaan we effe lunchen. Bee heeft nog een toepasselijk cadeautje voor mij meegenomen, jeuj! Omdat ik sinds mijn gefaalde LSD-microdosis experiment een lichte obsessie heb ontwikkeld voor lama-achtige diersoorten (lees: de desbetreffende dosis was niet helemaal zo micro uitgepakt als ik gehoopt had, blijkende uit het feit dat ik ineens opgezadeld zat met lama’s met twee gespiegelde hoofden en een Brabants accent), had ik aan Bee’s hoofd gezeurd of-ie een alpaca voor me wilde vangen in Peru. Bee heeft hier gelukkig niet naar geluisterd en voor een diervriendelijk alternatief gezorgd: Pedro de pluchen alpaca. Uiteraard vernoemd naar de welbekende San Pedro-cactus. Thanks Bee! Ik besluit dat Pedro de alpaca de mascotte wordt voor de dag en alle sjamanistische rituelen mag bijwonen.
Na wat gegeten te hebben bekijken en besnuffelen Eik en ik gefascineerd de mysterieus uitziende en geurende potjes changa en DMT (algemeen oordeel: iew) (bij benadering komen ‘kinderboerderij’ voor changa en ‘verbrand plastic – met vlaagje kots’ voor DMT nog het dichtst in de buurt). Dan is het langzaam tijd voor de eerste kennismaking met changa, oftewel rookbare ayahuasca. Dit spul is een op thee lijkend plantaardig prutje dat jawel, net als ayuahasca dus, zowel een DMT-extract als een MAO-remmer bevat waardoor het een wat milder, aardser effect geeft dan DMT en net iets langer duurt. Het leent zich daardoor perfect voor een eerste kennismaking, goed plan van DMT-guru Bee dus om dit spulletje als voorafje voor te schotelen aan ons twee naïeve en onwetende nitwits.
Changa in het huis van Eik (dat ik bijna ik de fik had gestoken) (grapje hoor Eik)
We zitten op de bank in Eik Palace. Met verdacht geoefende skills maakt Bee het changa-jointje klaar wat we vervolgens delen. Ik ben geen roker en ben het ook nooit geweest, dus voor mij wordt het van ons drieën de grootste uitdaging om de rook überhaupt effectief binnen te krijgen. De enige ervaring waar ik uit kan putten is afkomstig uit mijn studententijd, toen ik sporadisch nog wel eens half bezopen een pakje sigaretten met anderen meepafte op feesten. Hierdoor weet ik ongeveer hoe ik rook binnen moet houden, maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Ik besluit niet de moeite te gaan nemen om ook maar enigszins cool op de rest over te komen wanneer ik de joint in handen krijg, maar het motto ‘hoesten is goed’ te hanteren. Mooie tripjes vormen het hoofddoel vandaag, dat mijn longen daarbij waarschijnlijk deels affikken is slechts bijzaak.
De eerste joint is niet zo groot. Ik heb geen flauw idee wat gebruikelijke proporties zijn, maar freelance stoner Eik weet al snel te ontfutselen dat Bee bewust een ielig baby-jointje voor ons heeft gedraaid om te testen wat wij aankunnen, haha. De verwachtingen waren duidelijk niet erg hooggespannen! Eerst kijk ik even toe hoe de twee prof stonies te werk gaan en dan ben ik zelf aan de beurt. Ik neem een paar voorzichtige hijsjes. Het spul is minder scherp dan hasj en ik doe mijn uiterste best geen hoestbui te krijgen. Uiteraard krijg ik dus wel een hoestbui. Was te verwachten. Owell... Ik heb in ieder geval niet volledig gefaald, want ik merk de changa bijna direct. Het effect van deze dosis is relatief mild maar toch duidelijk aanwezig. Wat direct opvalt bijvoorbeeld is de bodyload. Een aparte ‘buzz’ die ik helemaal niet ken van andere psychedelica. Dit gevoel gaat samen met een sensatie van warmte en een racende hartslag – best fysiek dus. Praten is gedurende een paar minuten moeilijk merk ik, zelfs als de piek al even van het effect af is. Als ik iets probeer te zeggen hoor ik mezelf heel raar, alsof er meerdere andere mensen tegelijk door elkaar praten. Visueel vind ik changa op deze dosis vergelijkbaar met een stevig LSD-tripje, nice! Er zijn niet echt concrete visuals maar de omgeving van de woonkamer ziet er anders uit, diepe heldere kleuren en veel diepte. Wel even wennen aan het korte effect. Voor je het weet trekt het alweer weg. Dit is echt ‘een kijkje in’, geeft toch een heel andere ervaring dan een langdurige trip. Waarin dit spul zich verder ook onderscheidt van andere tripmiddelen is dat het geen loomheid/wausheid geeft maar juist een zekere helderheid. Dus terwijl je mindset min of meer nuchter aanvoelt trip je hem tegelijkertijd als een regenboogkleurige kanariepiet. Dit voegt iets ‘reëels’ toe aan de ervaring toe, alsof jij in de trip geplaatst bent in plaats van de trip in jouw hoofd. We zullen later zien dat dit realiteitsgevoel bij pure DMT pas écht leipe shit wordt maar ik vind het bij changa al best merkbaar.
Eik en ik zijn blijkbaar geslaagd voor de de Grote Bee Beginnerstest, want de tweede joint is groter. Mooi, want groot is goed! (Meestal dan.) Ik sluit weer als derde aan in het rijtje. Nou, daar gaan we dan weer. 1 2 3 hijs. Huh. Oh. Ik was te traag. De joint is uit. Ehh. En nu? De rest is al in changaland dus ik ben even op mezelf aangewezen. Ik zie de aansteker op tafel liggen. Achteraf had ik misschien iets subtieler te werk kunnen gaan met dat ding, want ineens heb ik de hele jonko in de hens gezet. Nooooo. Fuck! Dit hoort niet! SOS! Mayday! 112! Verschrikt kijk ik naar de fikkende joint. Na een 1.5 seconde durende panic attack besef ik dat ik helemaal niet af hoef te wachten tot Eik huis afbrandt, maar de vlam gewoon kan uitblazen. Tuurlijk! Hèhè, zo moeilijk is het allemaal niet. Alles onder controle! Vlam uit, joint weer aan, mijn buurmannen nog vredig in hogere sferen, huis Eik nog heel, Pedro oké, niemand gewond, niemand iets gezien, niets gebeurd. Halleluja. (Of was het 'Hal-lul-luja' Bee?).
Scheelde niet veel of onze changa-trips hadden er zo uitgezien!

Om mezelf ervan te verzekeren dat het bij dit eenmalige pyromane missertje blijft wil ik voorkomen dat ik de joint nog eens opnieuw moet aansteken. Dus ik neem een paar fanatieke hijsen, wat resulteert in een hoestbui waar de gemiddelde zware Van Nelle-verslaafde zeehond jaloers op zou zijn. Niet voor niets echter, want dan…! Wat zojuist nog een ‘buzz’ was, wordt nu een overweldigende WOESJJJJJ. De ‘woesj’ voelt als een in zeer korte tijd opkomende fysieke kracht/druk. De bewegingsrichting hiervan is bij mij niet van binnen naar buiten, maar van buiten naar binnen, een implosie dus als het ware. Het voelt alsof alles wat waargenomen wordt door mijn zintuigen, geluid, zicht, geur en smaak, ruw bij elkaar gepakt en vermengd wordt tot één groot geheel en zo naar bij me naar binnen wordt ‘gesmasht’. Zoiets. Dit gevoel is wel even een schrikmomentje waard, je weet even niet wat je overkomt. Subtiel is anders! De omgeving is één samensmelting van kleuren en de muziek hoor ik heel luid en gefragmenteerd van vier kanten tegelijk. Dit samen met het lichamelijke gevoel van de bodyload is zoveel bij elkaar dat ik een paar seconden lang misselijk word, tegen kotsgevoel aan (achteraf waarschijnlijk de combi met het snel inhaleren van de rook). Dit trekt gelukkig ook weer zowat direct weg en we zullen uiteindelijk merken dat deze ‘woesj’ zo’n beetje de gebruikelijke onset van DMT is. Een gevalletje ‘je moet er even doorheen’ als je ’t mij vraagt, het is niet perse aangenaam. Wat na het wegtrekken van het heftige begin echter overblijft is in het geval van changa een mooie, vredige, liefdevolle, visuele piek en de uitwerking die al snel volgt. De afterglow houdt wel langer aan en ook die is vriendelijk en licht euforisch van aard. Met een neiging tot lachbuien. Als Eik zijn tweede keer verwonderd samenvat met “Deze shit valt echt je ego aan!” komt Bee niet meer bij van het lachen, en bij Eik’s tweede poging tot het efficiënt samenvatten van de situatie “Jij = weg” ga ik ook stuk. Inderdaad voelt het een beetje alsof dit mystieke naar kinderboerderij geurende plantenprutje je persoonlijkheid, dat wat jou een jij maakt, van de toonbank veegt en uitgumt. Weg met die onzin. Fuck jij! (Ik verwacht niet echt dat DMT een eigen denkvermogen heeft, maar indien wel, dan zou het dit sowieso denken.)

Changa in het sprookjesbos
Nadat Eik en ik de bovengenoemde test van Bee ook weer doorstaan hebben (yay we rule), besluiten we even naar de supermarkt te gaan om wat eten te halen. Best bijzonder, het ene moment = jij weg, en het volgende moment = diezelfde jij net zo prima casual vegetarische balletjes uit aan het zoeken voor door de mihoen van vanavond (weliswaar vermoedelijk omringd door een vage kinderboerderij-walm). :’) Niet voor niets wordt er ook wel gerefereerd naar DMT als ‘the businessman’s trip’, al zouden wij het persoonlijk niet perse adviseren voor tijdens de lunchpauze op het werk.
Als we weer thuis zijn bedenken we dat het wel leuk zou zijn om even de natuur in te gaan. Dus wandelen we even later gewapend met het restant van de changa-joint, een fles water (o.a. tegen mijn sjagrokende-zeehondenhoest) én, niet te vergeten, Pedro de alpaca die met z’n hoofdje uit mijn tas steekt zodat-ie mee kan kijken, naar het bos. Eenmaal in het bos gaan we ‘lekker’ tegen een natte boomstronk zitten, aangezien een droge plek vinden hier een onmogelijke opgave blijkt te zijn. Ik probeer het leger pissenbedden dat ik bedrijvig zie rondmarcheren in en rond de boomstronk te negeren. Maar het regent tenminste niet en ook breekt op het moment dat de changa tevoorschijn komt plots de zon door! (Heeft het filmpje over bejaarden die met een tempo van drie kilometer per jaar de zonnedans doen toch nog zin gehad.) Ik laat de andere twee weer voorgaan, als Bee me de joint aangeeft weet ik een paar snelle hijsjes te nemen maar er is niet heel veel meer van het ding over. Kut, toch een nadeel ontdekt van laatste in de rij zijn, haha. Het is echt een beetje een verschrompeld-MDMA-piemel-jointje geworden, microscopisch klein, en ik krijg het met mijn ontbrekende pafskills niet meer voor elkaar om echt goed te inhaleren. “Bedankt hè,” zeg ik nog maar de rest kan op dat moment niet meer zoveel medelijden voor me opbrengen vanuit changatripland, ze horen me niet eens meer. Ach ja, ze zien eruit alsof ze het naar hun zin hebben, en het zijn m’n coole tripmatties, dus ik heb het ze al vergeven. ^^
Door de lagere dosis heb ik een subtieler effect dan de tweede keer. Maar dat is eigenlijk best leuk. De ‘woesj’ is bijna afwezig. Sterker nog: deze keer voelt het meer als een vredige kalmte die als een deken over de wereld valt. De normale bosgeluiden verstommen en de plotseling ontstane absolute stilte doet een beetje surrealistisch aan. Tegelijkertijd ziet de omgeving er werkelijk de overtreffende trap van betoverend uit. Ik zie een INTENSE diepte. Iedereen die wel eens psychedelica gebruikt weet dat er meestal wel de nodige diepte toegevoegd wordt aan je zicht, nou, dit spul tilt dit fenomeen weer naar een nieuw level. Maar echt. Het lijkt wel alsof er nog een extra dieptedimensie aan het concept diepte is toegevoegd. Diepte x diepte x diepte. Ofzo. Het bos lijkt zich tot in de eeuwigheid uit te strekken. Structuren zoals nerven op bomen en takken komen naar voren, takken worden klauwen die lijken te grijpen. Ik zie ook weer overal ogen, zoals vaker op tripmiddelen. Alle details zijn zichtbaar en de kleuren zijn zo intens, het is een groot levend schilderij. Ik besluit dat ik vaker in het bos moet trippen. Ik denk dat ik nooit met open ogen zoiets magisch, moois en vredigs heb gezien als dit! En dan die meditatieve stilte. Dit is gewoon een sprookje. Geluid zou in dit moment alleen maar ruis zijn en afleiden van alles wat echt belangrijk is.
Want wat is precies echt belangrijk? Er zijn dingen waarvan ik dénk dat ik ze belangrijk vind maar die dat eigenlijk later helemaal niet zo blijken te zijn. Het is best bizar om te bedenken dat ik exact een week geleden een presentatie aan het geven was op een kurkdroog wetenschappelijk congres en nu zittend tegen een mossige boomstam vol pissebedden temidden van changa-walmen de natuurliefhebbende hippie aan het uithangen ben. Het staat in sterk contrast met elkaar maar ik zou m’n werk met alle plezier aan de wilgen (of aan Eik ^^) hangen als ik dan iedere dag van de week op deze manier contact zou mogen maken met m’n innerlijke hippie! Zou ik best mee kunnen leven geloof ik! Ik verbaas me op dit moment ook weer even over het feit dat het gebruik van dit middel – net als veel andere mooie spulletjes – VERBODEN is. Like, huh? Wat?! Hahahaha. Iemand krijgt het toch serieus niet bedacht om dit te verbieden? Wat is er mis met deze maatschappij? Dit is kunst in zijn meest pure vorm! Terwijl ik nog even om me heen kijk en kippenvel krijg van de schoonheid van wat ik zie kom ik tot de conclusie dat ik vind dat trippen eigenlijk een vak zou moeten zijn in het middelbaar onderwijs, in plaats van gym, of een ander nutteloos vak, CKV, levensbeschouwing ofzo, dat is toch allemaal maar lulkoek. Hoppa! Ik moet de politiek in! Een eigen partij oprichten en voor dit soort zaken gaan strijden! Oké, nu draaf ik wel wat door misschien. Maar... verbieden. Néé. Assholes. Snappen er duidelijk helemaal niets van.
Ik heb lang gezocht naar een afbeelding die een beeld kan geven van hoe het bos er uit zag op changa, maar guess what: niet gevonden. Juist die onwerkelijke diepte maakte het zo speciaal en dat kan een afbeelding gewoon helemaal niet vatten. Om dan toch maar wat kleur toe te voegen aan dit langdradige verhaal: het meest in de buurt komt nog Mindless zijn profielpic. (Dus hoi Mindless, ik jat hem even van je. Sorry!) Love dit plaatje trouwens, alleen was de werkelijkheid gewoon nog net effe 1000x mooier.

Tot zover dit filosofische intermezzo. Ik zie alles inmiddels weer een beetje normaler om me heen en de rest is ook weer wat bijgekomen. We hebben het nog even over wat we hebben gezien/gevoeld. De afterglow is opnieuw erg chill, we hangen maar een beetje tegen de boomstronk relaxt te zijn. Nadat de heren nog even rijkelijk het territorium gemarkeerd hebben (zucht, kerels) vindt er een korte verstoring plaats van de heersende vrede. Bee mept agressief een rupsje van z’n broek en heeft (terecht) direct spijt van deze impulsieve maar daarom niet minder barbaarse actie. Het onschuldige piepkleine groene rupsje dat angstig om een takje gekruld zit (en wrs. op dit moment denkt: ‘WTF, leave me alone, stelletje vage randdebielen’) wordt inclusief zijn takje opgepakt en erbij gehaald, en we bewonderen hem een tijdje en brainstormen over een naam voordat het rupsje zijn welverdiende vrijheid terugkrijgt. Uiteindelijk telt Eik een aantal zaken bij elkaar op en constateert dat we alledrie eigenlijk maar softies zijn. Bee en ik nemen allebei niet echt de moeite om dit punt op dit moment ter discussie te gaan stellen, we berusten maar gewoon heel mindful in onze zojuist genadeloos toegekende softie-status, want Eik is nu eenmaal een wijze eik. He knows shit. (Althans dat wil-ie graag, dus laat de beste man maar even in de waan.) (Stiekem is Eik de enige softie.)
Nou, dus de changa is op, gedegradeerd tot verschrompeld MDMA-piemel-stompje in het mos. Het was ook wel een beetje een teleurstellend joint-restje hoor. Is dit nu potverdorie alweer een test? Nee, Bee heeft zelf ook geen flauw idee waarom-ie niet meer heeft meegenomen. Maar ach ja, het wordt toch al bijna avond. Avond betekent: het echte werk. Als we terug naar huis lopen vraagt Eik, die in het bos wel weer de intense WOESJ ervaren heeft aan Bee of ‘DMT écht zoveel heftiger is, want dit is al zo intens...!’ Bee houdt wijselijk z’n mond maar kan een klein glimlachje niet onderdrukken. Eik en ik wisselen een ‘fuck, we’re pretty much screwed’-blik. Er staat ons softies duidelijk nog het een en ander te wachten.




