Het was negen uur ‘s avonds toen ik de Hawaiaanse paddothee(c.a.1 gram gedroogd) tot mij nam. Ik had me goed voorbereid: een boek met mooie platen van Escher lag klaar om met een psychedelische bril bekeken te worden; in de cd-speler zat goede klassieke muziek voor het geval ik daar behoefte aan zou hebben; ik had een min of meer nuchtere maag; en voor het uiterste noodgeval had ik vitamine-c tabletten en druivensuiker bij de hand.
Het was lekker rustig in het studentenhuis waar ik woon en terwijl ik de thee langzaam opdronk keek ik tevreden rond in mijn huiskamertje: dit kon wel is een heerlijke trip worden. Ongeveer een kwartier na inname begonnen de eerste kleine veranderingen in mijn waarneming zich voor te doen. Een gevoel van warm welbehagen viel als een deken over mij heen. Inmiddels begonnen de ‘gebruikelijke’ getekende gezichten naar voren te komen, eerst op de tafel en later ook op de muren. Op de tafel zag ik onder meer het gezicht van een vrouw in nood, althans anders kan ik het niet beschrijven. Even daarna zag ik een soort boeddha gelaat. Geen van beide gezichten maakten veel indruk op mij, want dat het illusies waren daar was ik me op dat moment in de trip nog heel goed bewust van.
Toen hoorde ik opeens gerommel op de trap. Oftewel één van mijn huisgenoten was thuisgekomen. Op de één of ander wijze schoot ik daar van enorm in de stress. Ik begon sneller adem te halen, ik stond op en toen sloeg de trip pas echt goed in. Het was inmiddels een half uur na afname. De kans dat die huisgenoot bij mij naar binnen zou komen stormen was eigenlijk nihil, dus het was irrationeel om me daar druk om te maken. Maar zoals gezegd was de trip goed ingeslagen en dacht ik dus niet meer helder. Het enigste wat ik dacht was: ik moet een einde aan deze trip maken. Dus ik probeerde een tablet druivensuiker op te eten, maar dit lukte niet. Want toen ik probeerde te slikken moest ik kokhalzen(boven de wasbak), maar er kwam niks uit. Toen kwam het besef in me op dat deze trip niet meer viel te onderbreken.
Ik ging naar mijn slaapkamer en ging op de rand van mijn bed zitten, en ik weet nog dat ik dacht dat het misschien toch niet zo’n gekke gedachtegang is om dit spul te gaan verbieden. En dat was zo’n beetje de laatste heldere gedachte die ik de komende vier uren zou hebben.
Ik ging op de dekens van mijn bed liggen en bedacht dat het een goed idee was om diep adem te halen, en een soort van rust kwam toen over mij heen. Ik keek met een schuin oog naar de wekker, maar ik kon met de grootste moeite niet bevatten hoe laat het was.
Nu zijn we aanbeland bij het meest onbegrijpelijke gedeelte van de trip, dat zich dus ook niet goed laat beschrijven. Soms denk ik wel is, hoe dieper de trip hoe moeilijker het is om daar een goed tripverslag over te schrijven.
Dit gedeelte van de trip bestaat uit grofweg twee gedeeltes, en ik zal het op basis van vrije associatie weergeven.
Eerste gedeelte: Haha, ik ben Mozart, ik ben alles. Een beweging van mijn vinger en een symfonie is geboren. Nogmaals, ik ben alles. Ik snap precies waarom Jezus eerst door de woestijn moest om tot verlichting te geraken. Je moet jezelf eerst heel veel pijn doen, om jezelf te laten schrikken. Op een gegeven moment schrik je zo hard dat je wakker wordt! Oh man, zo is het, zo simpel.
Tweede gedeelte: Ik ben nu verlicht. Of beter gezegd degene wie eerst dacht dat hij bestond heeft nooit bestaan, is altijd een illusie geweest. Nu, dit is de realiteit. Dit zal altijd zo blijven bestaan. Tijd bestaat niet, dit moment is eeuwig.
Toch was het niet zo dat ik tijdens het tweede gedeelte op een talige manier dacht, zoals ik dat heb weergeven. Het was gewoon een staat van zijn; ik was die eeuwig durende staat van zijn.
Rond een uur of één (ik kon weer klok kijken) gleed ik langzaam uit mijn trip en ik voelde mij ronduit belabberd, neerslachtig, en verdrietig. De gedachte kwam in mij op dat het ook niet zo heel erg zou zijn om dood te zijn. Maar die gedachte verwierp ik snel omdat ik dat wel heel erg zou vinden voor mijn dierbaren. Toch verbaasd het mij ,na afloop van deze trip, niet dat het aanleg hebben voor depressie of iets soortgelijks tot freaky ongelukken kan leiden.
Voor mij persoonlijk is de moraal van dit verhaal dan ook: onderneem een zware trip alleen samen met iemand anders, op wie je kunt vertrouwen. Overigens voelde ik me de volgende dag alweer een stuk beter, en was het neerslachtige gevoel grotendeels verdwenen.
Het was lekker rustig in het studentenhuis waar ik woon en terwijl ik de thee langzaam opdronk keek ik tevreden rond in mijn huiskamertje: dit kon wel is een heerlijke trip worden. Ongeveer een kwartier na inname begonnen de eerste kleine veranderingen in mijn waarneming zich voor te doen. Een gevoel van warm welbehagen viel als een deken over mij heen. Inmiddels begonnen de ‘gebruikelijke’ getekende gezichten naar voren te komen, eerst op de tafel en later ook op de muren. Op de tafel zag ik onder meer het gezicht van een vrouw in nood, althans anders kan ik het niet beschrijven. Even daarna zag ik een soort boeddha gelaat. Geen van beide gezichten maakten veel indruk op mij, want dat het illusies waren daar was ik me op dat moment in de trip nog heel goed bewust van.
Toen hoorde ik opeens gerommel op de trap. Oftewel één van mijn huisgenoten was thuisgekomen. Op de één of ander wijze schoot ik daar van enorm in de stress. Ik begon sneller adem te halen, ik stond op en toen sloeg de trip pas echt goed in. Het was inmiddels een half uur na afname. De kans dat die huisgenoot bij mij naar binnen zou komen stormen was eigenlijk nihil, dus het was irrationeel om me daar druk om te maken. Maar zoals gezegd was de trip goed ingeslagen en dacht ik dus niet meer helder. Het enigste wat ik dacht was: ik moet een einde aan deze trip maken. Dus ik probeerde een tablet druivensuiker op te eten, maar dit lukte niet. Want toen ik probeerde te slikken moest ik kokhalzen(boven de wasbak), maar er kwam niks uit. Toen kwam het besef in me op dat deze trip niet meer viel te onderbreken.
Ik ging naar mijn slaapkamer en ging op de rand van mijn bed zitten, en ik weet nog dat ik dacht dat het misschien toch niet zo’n gekke gedachtegang is om dit spul te gaan verbieden. En dat was zo’n beetje de laatste heldere gedachte die ik de komende vier uren zou hebben.
Ik ging op de dekens van mijn bed liggen en bedacht dat het een goed idee was om diep adem te halen, en een soort van rust kwam toen over mij heen. Ik keek met een schuin oog naar de wekker, maar ik kon met de grootste moeite niet bevatten hoe laat het was.
Nu zijn we aanbeland bij het meest onbegrijpelijke gedeelte van de trip, dat zich dus ook niet goed laat beschrijven. Soms denk ik wel is, hoe dieper de trip hoe moeilijker het is om daar een goed tripverslag over te schrijven.
Dit gedeelte van de trip bestaat uit grofweg twee gedeeltes, en ik zal het op basis van vrije associatie weergeven.
Eerste gedeelte: Haha, ik ben Mozart, ik ben alles. Een beweging van mijn vinger en een symfonie is geboren. Nogmaals, ik ben alles. Ik snap precies waarom Jezus eerst door de woestijn moest om tot verlichting te geraken. Je moet jezelf eerst heel veel pijn doen, om jezelf te laten schrikken. Op een gegeven moment schrik je zo hard dat je wakker wordt! Oh man, zo is het, zo simpel.
Tweede gedeelte: Ik ben nu verlicht. Of beter gezegd degene wie eerst dacht dat hij bestond heeft nooit bestaan, is altijd een illusie geweest. Nu, dit is de realiteit. Dit zal altijd zo blijven bestaan. Tijd bestaat niet, dit moment is eeuwig.
Toch was het niet zo dat ik tijdens het tweede gedeelte op een talige manier dacht, zoals ik dat heb weergeven. Het was gewoon een staat van zijn; ik was die eeuwig durende staat van zijn.
Rond een uur of één (ik kon weer klok kijken) gleed ik langzaam uit mijn trip en ik voelde mij ronduit belabberd, neerslachtig, en verdrietig. De gedachte kwam in mij op dat het ook niet zo heel erg zou zijn om dood te zijn. Maar die gedachte verwierp ik snel omdat ik dat wel heel erg zou vinden voor mijn dierbaren. Toch verbaasd het mij ,na afloop van deze trip, niet dat het aanleg hebben voor depressie of iets soortgelijks tot freaky ongelukken kan leiden.
Voor mij persoonlijk is de moraal van dit verhaal dan ook: onderneem een zware trip alleen samen met iemand anders, op wie je kunt vertrouwen. Overigens voelde ik me de volgende dag alweer een stuk beter, en was het neerslachtige gevoel grotendeels verdwenen.