Ik wilde heel graag weer eens trippen, het was immers vakantie, de eerste dag van de vakantie. Ik wilde de vakantie op een goede manier tegemoet komen. Niemand in mijn hele drugsgebruikende vriendenkring wilde trippen. Ik baalde als een stekker, ik wilde niet alleen trippen. Uiteindelijk kwam er een vriendin bij mij slapen. Ze vond het wel leuk als ik ging trippen, kon ze ook eens zien hoe dat was. Ik waarschuwde haar wel, dat ik vaak onbereikbaar ben als ik trip. Ook vertelde ik haar hoe ze zou moeten reageren als ik bad zou gaan.
Ik verwachtte niet teveel van de trip. Ik at een halve portie mexicaanse, en de vorige keer dat ik tripte was niet zo lang geleden en daar had ik amper wat van gevoeld. Dit zou inmiddels mijn zesde trip worden. Ik eet sowieso nooit meer een hele portie. Ik trip al hard genoeg van een halve, waarom meer, als het ook met minder kan.
Nadat ik ze had gegeten ging ik lekker onderuitgezakt op de bank zitten. Zette muziek op (Jefferson Airplane) en kletste een beetje met Fleur. Na een kwartiertje begon ik me een beetje lichter te voelen. Ik sloot mijn ogen en begon een beetje na te denken over willekeurige dingen. Opeens leken mijn gedachte totaal van de onderwerpen zoals school af te wijken. Ze liepen op de meest vreemde dingen uit die totaal niet klopte. Ik moest lachen om mijn eigen gedachten, de logica leek totaal verdwenen te zijn. Ook begonnen er beelden te vormen, verfspatten in felle kleuren kwamen op mij af en leken tegen een glazen plaat aan te slaan. Ik deed mijn ogen open en bevond in een totaal nieuwe wereld. De lampen vervormden, de deuren kronkelde. Een beetje een lavalampeffect.
Ik wilde wandelen, ik houd van wandelen onder het trippen. Eenmaal buiten werd het al helemaal erg. Ik keek naar de grond en zag helderen patronen. Ik staarde voorovergebogen naar de grond en vertelde Fleur hoe geweldig de grond was. ‘Zie je die patronen dan niet?! Kijk dan! Ze zijn schitterend!’ Waarop Fleur dubbelklapte van het lachen om mij zo geinteresseerd in de grond te zien. De patronen verspreiden zich over de hele weg, ik vond ze schitterend, ze zweefde een beetje heen en weer over de weg. We liepen door, alles was mooi. Ook waren er weer duiveltjes die ik ooit eerder in mijn tweede trip had gezien. We liepen een eindje en rookte een joint. Ik lulde wat voor me uit waarop Fleur telkens in de lach schoot omdat het blijkbaar nergens op sloeg.
Eenmaal thuis gingen we naar boven en kropen in bed. We keken een film. Een verschrikkelijke film vond ik. Maar het was ontzettend interessant om naar te kijken. De gezichten in de films veranderde constant. Als een persoon boos keek vervormde zijn hele gezicht. De wenkbrauwen verdraaide helemaal in het gezicht. Ook als iemand zijn hoofd draaide leek dit in slomotion te gaan. Ik vertelde dit aan mijn vriendin die me vreemd aankeek. Zelf heeft ze geen enkele ervaring met drugs. Alles leek zich in stukjes te bewegen.
Fleur viel in slaap. Ik voelde me aan mijn lot over gelaten. Ik wist niet goed wat te doen. Ik wist dat ik toch niet kon slapen. Maar ik moest, ik kon niets. Ik wist niet wat te doen. Ik sloot mijn ogen. Ik verzonk in een wereld vol kleuren en patronen. Het was schitterend. Gezichten die er behoorlijk psychedelisch uitzagen, vormen die samen smolten en weer uit elkaar dreven en vervolgens weer van kleuren veranderden.
Ook zag ik duizenden olifanten. Olifanten die zeg herhaalde en stampvoeten met hun poten. Ze stoten een soort kleuren en stralen af. Het was schitterend. Ik verloor mezelf in deze beelden. Ik voelde me vrij, ik kon denken wat ik wilde, ik kon zien wat ik wilde. Ik dwaalde wat rond in deze demensie, genietend van wat ik zag. Genietend van de wereld, die morgen weer verdwenen zou zijn. Maar op een gegeven moment schrok ik van de beelden.
Ik opende mijn ogen en keek in mijn kille, donkere kamer. Hij leek veel groter dan hij was. Akelig leeg en hol. Ik begon me angstig te voelen. Het was pas twaalf uur, ik was pas twee uur aan het trippen.... Ik besloot te gaan douchen. Misschien werd ik dan wat nuchterder. Ik wist dat ze gewoon moesten uitwerken maar ik probeerde het toch. Eenmaal in de douche keek ik in de spiegel. Ik voelde me ziek en koortsig. Ik dacht aan de boeken van Carlos Castaneda. ‘Ik heb paddo’s op, ik heb hiervoor gekozen en nu trip je. Je eigen keuze, laat dit een les zijn. Zie dit als een les en ervaar het.’ Dacht ik bij mezelf.
Ik keek mezelf aan, ik zag er verschrikkelijk uit. Lijkbleek met een ingevallen gezicht. Pupillen die bijna uit mijn ogen knalde en ontzettende wallen. Ik glimlachte zwakjes tegen mezelf. Kleedde me snel uit en sprong onder de douche. De warme stralen goten over me heen. Ik sloot mijn ogen, genoot, probeerde elk straaltje op te vangen. Het voelde heerlijk, het leek net of ik elk druppeltje appart op mijn huid voelde prikkelen. Ik genoot intens. Het water gutste over mij heen. ‘Water is iets moois, iets warms, iets fijns. Als regen denderd het op je neer, je kunt het niet veranderen, je kunt het slechts beleven, er slechts van genieten.’
Ik opende mijn ogen. Het felle licht prikte. Ik mekte dat de douchekabine golfde. Ik vond het ongeloofelijk hoe ontzettend hard ik tripte. ‘Laat me zien.’fluisterde ik. Ik voelde me heel nederig, het voelde alsof een paddo een god voor mij was. Ik ging zitten, fluisterde: “Het spijt me, het spijt me dat ik u misbruikt heb, maar ik heb geleerd, ik leerde, en zal leren. Ik zal nooit meer onrespectvol met u omgaan. Ik respecteer u, respecteerd u mij ook?’ Ik herhaalde deze zinnen voor me, weetend dat deze ‘god’ naar mij luisterde.
Ik begon mijn benen te scheren. Ik heb hier drie kwartier over gedaan. Waarom ik het deed wist ik niet zo goed, ik had zin om schoon te zijn. Elke vierkante centimeter van mijn been werd verzorgt. Eenmaal uit te douche keek ik opnieuw in de spiegel, ik had weer wat kleur gekregen. Halicuneerde minder. Ik voelde me opgelucht. Eenmaal op mijn kamer rookte ik een jointje om moe te worden. Ik bedacht me de meest geniale dingen op dat moment denk ik. Helaas ben ik ze vergeten. Wel verzon ik muziek. Die iedeeen heb ik opgeschreven en ga ik binnenkort uitwerken.
Wat me wel opviel aan deze trip is dat sinds ik de boeken van Carlos Castaneda heb gelezen deze heel veel invloed op mij hebben gehad gedurende de trip. Heb er veel aan gehad denk ik. Maar dit was een hele bizarre trip. Wist niet dat je zo gruwelijk hard kon trippen. Zo ontzettend veel kon halicuneren. Dat had ik nog nooit eerder gehad. De trip voelde als een soort van ritueel.
Ook vind ik het wel interessant hoe de trips in elkaar vallen. Elke trip lijkt een les te zijn. De eerste trip was echt een kennismaking, de tweede de kennismaking met de slechte kant. De derde met mezelf: ik leerde alle gevoelens opnieuw kennen, huilen, lachen, liefde.. De vierde trip kreeg ik een les over mezelf en over hoe ik moest handelen, de vijfde was gewoon schitterend, de zesde, een per ongelijke trip, hier smeekte ik de ‘paddogod’ om op te houden. En zo belandde ik bij de zesde. Facinerend hoe je jezelf zo leert kennen. Dit is nu twee maanden terug, sindsdien geen paddo’s meer gebruikt. Genoeg voor nu. Houd het nu even op andere drugs als xtc, persoonlijk vind ik dat iets makkelijker te verwerken...
Ik verwachtte niet teveel van de trip. Ik at een halve portie mexicaanse, en de vorige keer dat ik tripte was niet zo lang geleden en daar had ik amper wat van gevoeld. Dit zou inmiddels mijn zesde trip worden. Ik eet sowieso nooit meer een hele portie. Ik trip al hard genoeg van een halve, waarom meer, als het ook met minder kan.
Nadat ik ze had gegeten ging ik lekker onderuitgezakt op de bank zitten. Zette muziek op (Jefferson Airplane) en kletste een beetje met Fleur. Na een kwartiertje begon ik me een beetje lichter te voelen. Ik sloot mijn ogen en begon een beetje na te denken over willekeurige dingen. Opeens leken mijn gedachte totaal van de onderwerpen zoals school af te wijken. Ze liepen op de meest vreemde dingen uit die totaal niet klopte. Ik moest lachen om mijn eigen gedachten, de logica leek totaal verdwenen te zijn. Ook begonnen er beelden te vormen, verfspatten in felle kleuren kwamen op mij af en leken tegen een glazen plaat aan te slaan. Ik deed mijn ogen open en bevond in een totaal nieuwe wereld. De lampen vervormden, de deuren kronkelde. Een beetje een lavalampeffect.
Ik wilde wandelen, ik houd van wandelen onder het trippen. Eenmaal buiten werd het al helemaal erg. Ik keek naar de grond en zag helderen patronen. Ik staarde voorovergebogen naar de grond en vertelde Fleur hoe geweldig de grond was. ‘Zie je die patronen dan niet?! Kijk dan! Ze zijn schitterend!’ Waarop Fleur dubbelklapte van het lachen om mij zo geinteresseerd in de grond te zien. De patronen verspreiden zich over de hele weg, ik vond ze schitterend, ze zweefde een beetje heen en weer over de weg. We liepen door, alles was mooi. Ook waren er weer duiveltjes die ik ooit eerder in mijn tweede trip had gezien. We liepen een eindje en rookte een joint. Ik lulde wat voor me uit waarop Fleur telkens in de lach schoot omdat het blijkbaar nergens op sloeg.
Eenmaal thuis gingen we naar boven en kropen in bed. We keken een film. Een verschrikkelijke film vond ik. Maar het was ontzettend interessant om naar te kijken. De gezichten in de films veranderde constant. Als een persoon boos keek vervormde zijn hele gezicht. De wenkbrauwen verdraaide helemaal in het gezicht. Ook als iemand zijn hoofd draaide leek dit in slomotion te gaan. Ik vertelde dit aan mijn vriendin die me vreemd aankeek. Zelf heeft ze geen enkele ervaring met drugs. Alles leek zich in stukjes te bewegen.
Fleur viel in slaap. Ik voelde me aan mijn lot over gelaten. Ik wist niet goed wat te doen. Ik wist dat ik toch niet kon slapen. Maar ik moest, ik kon niets. Ik wist niet wat te doen. Ik sloot mijn ogen. Ik verzonk in een wereld vol kleuren en patronen. Het was schitterend. Gezichten die er behoorlijk psychedelisch uitzagen, vormen die samen smolten en weer uit elkaar dreven en vervolgens weer van kleuren veranderden.
Ook zag ik duizenden olifanten. Olifanten die zeg herhaalde en stampvoeten met hun poten. Ze stoten een soort kleuren en stralen af. Het was schitterend. Ik verloor mezelf in deze beelden. Ik voelde me vrij, ik kon denken wat ik wilde, ik kon zien wat ik wilde. Ik dwaalde wat rond in deze demensie, genietend van wat ik zag. Genietend van de wereld, die morgen weer verdwenen zou zijn. Maar op een gegeven moment schrok ik van de beelden.
Ik opende mijn ogen en keek in mijn kille, donkere kamer. Hij leek veel groter dan hij was. Akelig leeg en hol. Ik begon me angstig te voelen. Het was pas twaalf uur, ik was pas twee uur aan het trippen.... Ik besloot te gaan douchen. Misschien werd ik dan wat nuchterder. Ik wist dat ze gewoon moesten uitwerken maar ik probeerde het toch. Eenmaal in de douche keek ik in de spiegel. Ik voelde me ziek en koortsig. Ik dacht aan de boeken van Carlos Castaneda. ‘Ik heb paddo’s op, ik heb hiervoor gekozen en nu trip je. Je eigen keuze, laat dit een les zijn. Zie dit als een les en ervaar het.’ Dacht ik bij mezelf.
Ik keek mezelf aan, ik zag er verschrikkelijk uit. Lijkbleek met een ingevallen gezicht. Pupillen die bijna uit mijn ogen knalde en ontzettende wallen. Ik glimlachte zwakjes tegen mezelf. Kleedde me snel uit en sprong onder de douche. De warme stralen goten over me heen. Ik sloot mijn ogen, genoot, probeerde elk straaltje op te vangen. Het voelde heerlijk, het leek net of ik elk druppeltje appart op mijn huid voelde prikkelen. Ik genoot intens. Het water gutste over mij heen. ‘Water is iets moois, iets warms, iets fijns. Als regen denderd het op je neer, je kunt het niet veranderen, je kunt het slechts beleven, er slechts van genieten.’
Ik opende mijn ogen. Het felle licht prikte. Ik mekte dat de douchekabine golfde. Ik vond het ongeloofelijk hoe ontzettend hard ik tripte. ‘Laat me zien.’fluisterde ik. Ik voelde me heel nederig, het voelde alsof een paddo een god voor mij was. Ik ging zitten, fluisterde: “Het spijt me, het spijt me dat ik u misbruikt heb, maar ik heb geleerd, ik leerde, en zal leren. Ik zal nooit meer onrespectvol met u omgaan. Ik respecteer u, respecteerd u mij ook?’ Ik herhaalde deze zinnen voor me, weetend dat deze ‘god’ naar mij luisterde.
Ik begon mijn benen te scheren. Ik heb hier drie kwartier over gedaan. Waarom ik het deed wist ik niet zo goed, ik had zin om schoon te zijn. Elke vierkante centimeter van mijn been werd verzorgt. Eenmaal uit te douche keek ik opnieuw in de spiegel, ik had weer wat kleur gekregen. Halicuneerde minder. Ik voelde me opgelucht. Eenmaal op mijn kamer rookte ik een jointje om moe te worden. Ik bedacht me de meest geniale dingen op dat moment denk ik. Helaas ben ik ze vergeten. Wel verzon ik muziek. Die iedeeen heb ik opgeschreven en ga ik binnenkort uitwerken.
Wat me wel opviel aan deze trip is dat sinds ik de boeken van Carlos Castaneda heb gelezen deze heel veel invloed op mij hebben gehad gedurende de trip. Heb er veel aan gehad denk ik. Maar dit was een hele bizarre trip. Wist niet dat je zo gruwelijk hard kon trippen. Zo ontzettend veel kon halicuneren. Dat had ik nog nooit eerder gehad. De trip voelde als een soort van ritueel.
Ook vind ik het wel interessant hoe de trips in elkaar vallen. Elke trip lijkt een les te zijn. De eerste trip was echt een kennismaking, de tweede de kennismaking met de slechte kant. De derde met mezelf: ik leerde alle gevoelens opnieuw kennen, huilen, lachen, liefde.. De vierde trip kreeg ik een les over mezelf en over hoe ik moest handelen, de vijfde was gewoon schitterend, de zesde, een per ongelijke trip, hier smeekte ik de ‘paddogod’ om op te houden. En zo belandde ik bij de zesde. Facinerend hoe je jezelf zo leert kennen. Dit is nu twee maanden terug, sindsdien geen paddo’s meer gebruikt. Genoeg voor nu. Houd het nu even op andere drugs als xtc, persoonlijk vind ik dat iets makkelijker te verwerken...